Home

Potvis

Potvis (Physeter macrocephalus). Illustratie: Rob van Assen - © ArtBoutique

Classificatie
Klasse: Mammalia (zoogdieren)
Orde: Cetacea (walvissen)
Onderorde: Odontoceti (tandwalvissen)
Familie: Physeteridae
Geslacht: Physeter
Soort: Physeter macrocephalus (potvis)

Synoniem: Physeter catodon. Physeter betekent 'blazer' (heeft betrekking op het spuiten); catodon betekent: 'alleen tanden in onderkaak'; macrocephalus betekent 'grote kop'.

Namen
Engels: sperm whale
Frans: cachalot
Spaans: cachalote
Duits: Pottfisch, Pottwal

Foto: FIRMM www.firmm.org



© 2002 Kustvereniging EUCC, Leiden

Beschrijving
Zeer grote, cylindrische†kop,†die meer dan een derde van de lichaamslengte beslaat. Smalle onderkaken, die ieder 20-30 puntige tanden hebben, welke tot 20 cm lang zijn.†Relatief los in het tandvlees van de†bovenkaak†zitten kleine rudimentaire tanden die niet†functioneel zijn.†De rugvin is vervangen door een serie lage bulten. De buikvinnen zijn klein. Het spuitgat zit aan de (linker)voorkant†van de kop, dus niet bovenop de kop zoals bij alle andere walvissen.

Kleur
Donkergrijs; lichtgrijs aan de onderzijde.

Lengte
Mannetjes: 18 m, vrouwtjes; 12,5 m, pasgeborenen: 3,5 - 4,5 m.

Gewicht
Mannetjes tot ca. 50.000 kg. Pasgeborenen ongeveer 1.000 kg.

Verspreiding
Het merendeel van de oceanen en de Middellandse Zee;†potvissen komen niet voor in halfafgesloten of ondiepe zeeŽn zoals de Oostzee en de Noordzee, behalve soms als dwaalgast.

Migratie
Sommige populaties zijn het hele jaar permanent aanwezig in de noordelijke poolzeeŽn. Grote groepen mannetjes migreren in de zomer vanuit lagere breedtegraden naar Arctische wateren, wellicht achter de inktvissen aanzwemmend, waarop zij jacht maken. Als zij in het late najaar naar het zuiden terugzwemmen, volgen kleine groepen de Noorse kustlijn, waarvan er af en toe enkele in de Noordzee terechtkomen,†welke eigenlijk te ondiep voor ze is; als ze eenmaal in de zuidelijke Noordzee terechtkomen kunnen ze niet meer ontsnappen en stranden ze op de Deense, Duitse of Nederlandse kust.

Habitat
Potvissen hebben een voorkeur voor diepe wateren, dus komen ze meestal ver uit de kust voor; als zij dichter bij land komen is het water meer dan 200 m diep ůf ze zijn ziek. In alle andere gevallen zijn het hoofdzakelijk oceaandieren, waarbij de mannetjes bijna alle temperaturen van extreem koud tot extreem warm kunnen weerstaan; vrouwtjes daarentegen, blijven in gebieden met een oppervlaktetemperatuur van minstens 15įC.

Voedsel
Overwegend inktvissen, maar ook vissen.

Gedrag en voortplanting


Foerageren
Potvissen kunnen ca. 90 minuten onder water blijven - het langst van alle walvissen - en†ze zijn daardoor ook in staat het diepst te duiken, vaak tot diepten van 1100 m. Er zijn aanwijzingen dat†de dieren†tot een diepte van 2800 m kunnen duiken, waarbij de duiktijd kan oplopen tot twee uur.

Sociaal gedrag
Potvissen zijn het merendeel van hun leven ůf in 'crŤche-scholen' (volwassen vrouwtjes en mannelijke en vrouwelijke jongen) of 'vrijgezellenscholen' (mannetjes tussen 7 - 27 jaar oud). Oudere mannetjes leven alleen of in zeer kleine groepen en voegen zich uitsluitend bij de 'crŤche-scholen' tijdens het voortplantingsseizoen; ťťn mannetje kan leven met een groep van maximaal 30 vrouwtjes.

Geluiden
Communicatie geschiedt door middel van klikgeluiden; volgens een niet bewezen theorie kunnen ze prooidieren verlammen door extreem harde geluiden uit te stoten. potvis1.wav (82 Kilobytes), potvis2.wav (40 Kilobytes)

Mobiliteit†
Een potvis kan†gedeeltelijk uit het water springen en met zijn staart op het wateroppervlak slaan.

Volwassenheid
Vrouwtjes zijn na 8 ŗ 11 jaar volwassen, mannetjes na ongeveer 10 jaar, maar ze paren pas als ze 18 - 20 jaar oud zijn.

Voortplantingscapaciteit
Jongen worden elke 3 - 6 jaar geboren.†De draagtijd†is†14 - 15 maanden.

Zoogtijd
Jongen worden gedurende ongeveer 18 maanden gezoogd, maar drinken†ook daarna nog af en toe bij hun moeder.

Levensverwachting
Circa. 70 jaar.

Predatie en competitie
Er wordt vanuit gegaan dat potvissen weinig last hebben van predatie of competitie van andere zeebewoners.

Bedreigingen
Potvissen worden al meer dan 400 jaar gericht bejaagd, vooral voor de olie, die gemaakt wordt van het onderhuidse vet (blubber), en voor de wasachtige substantie in de kop†- bekend als walschot of spermaceti. Grijs amber - gewild in de parfumindustrie - is een product uit te darmen van sommige potvissen. Het zwarte, olieachtige potvisvlees wordt alleen door sommige gemeenschappen gegeten.
Toen de aantallen baleinwalvissen door commerciŽle walvisvaart afnamen, zijn Amerikaanse walvisvaarders overgestapt op de potvisjacht, die toen op hun beurt plaatselijk met uitsterven bedreigd werden. Door het verbod op commerciŽle walvisvaart in 1984, ging Japan door met de jacht op potvissen, onder het mom van†wetenschappelijke doeleinden.
Andere bedreigingen zijn.: verstoring door mensen; chemische vervuiling (o.a. industrieel afval en olie); verdrinking in visnetten; aanvaring met grote schepen; opeten van zwerfvuil (plastics) in zee; en geluidsoverlast (seismische exploraties, sonar en andere bronnen).

Bescherming
Potvissen en andere walvissen vormen tegenwoordig een veel voorkomende toeristische attractie (walvisspotten). De potvis geniet inmiddels bescherming van:

  • de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), die in 1971 besloot tot de eerste beschermingsmaatregelen; in 1984 werd uiteindelijk alle commerciŽle walvisvaart op Potvissen verboden.
  • IUCN Rode Lijst 2002: kwetsbaar.
  • Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES, Appendix I).
  • verscheidene nationale wetten.
  • EU Habitatrichtlijn, bijlage IV.
  • Bern Conventie Appendix III
  • Bonn (ook bekend als CMS) Conventie Appendix I & II

Aantallen
De populatie bestaat maximaal uit ca. 2 miljoen individuen; de populatie heeft zich hersteld na het verbod op de jacht op de soort.

Voor een overzicht van strandingen aan de Nederlandse kust: www.walvisstrandingen.nl

Aanbevolen literatuur en bronnen:
The Magna Illustrated Guide to Mammals of Britain and Europe
Sealife - A Complete Guide to the Marine Environment (1996). Edited by G. Waller. Pica Press, Sussex.
www.wdcs.org
www.cetacea.org/sperm.htm
www.ifaw.org/page.asp?unitid=369