Home

Dwergvinvis

Dwergvinvis (Balaenoptera acutorostrata). Illustratie: Rob van Assen - © ArtBoutique

Classificatie
Klasse: Mammalia (zoogdieren)
Orde: Cetacea (walvissen)
Onderorde: Mysticeti (baleinwalvissen)
Familie: Balaenopteridae (vinvissen)
Geslacht: Balaenoptera
Soort: Balaenoptera acutorostrata (dwergvinvis)

Nauw verwant aan de Antarctische dwergvinvis (Balaenoptera bonaerensis of Balaenoptera acutorostrata bonaerensis)


Namen
Nederlands: dwergvinvis
Engels: minke whale, little piked whale; pike whale; little finner; lesser finback; pikehead; sharpheaded finner; lesser rorqual. De meest gebruikte naam 'minke whale' stamt af van het Noorse 'minkehval'
Frans: petit rorqual
Spaans: rorcual enano
Duits: Zwergwal


© 2003 Kustvereniging EUCC, Leiden

Omschrijving
De dwergvinvis is de kleinste vinvis. Hij heeft een slank, gestroomlijnd lichaam, met een kleine en smalle, driehoekige kop en puntige, peddelvormige buikvinnen. Er loopt een enkele richel overlangs de snuit†voor de spuitgaten. Er zijn twee spuitgaten, net als bij andere vinvissen, en een rechte mondhoek. De rugvin is sikkelvormig en relatief lang, en bevindt zich op ongeveer tweederde van de rug. Er zijn 50-70 keelgroeven en tussen 460 - 720 baleinen, waarvan de langste 30 cm is. De voorste baleinen zijn lichter en achterste baleinen donkerder van kleur.

Kleur
Donker grijs, met lichter grijs tot wit aan de onderzijde en de keel. Elke peddelvormige flipper heeft meestal een felle witte band die overigens afwezig is†bij de Antarctische ondersoort Balaenoptera acutorostrata bonaerensis.

Lengte
Mannetjes: tot 9,80 m. Vrouwtjes: tot 10,70 m. Pasgeborenen: 2,40 - 2,80 m.

Gewicht
Volwassenen: 8.000 - 13.500 kg. Pasgeborenen: 350 kg.

Verspreiding
Dwergvinvissen komen voor in alle oceanen, maar het meest zijn ze te vinden in koudere wateren. De soort kan ook dicht bij de kust voorkomen.

Migratie
Dwergvinvissen migreren als ze hun voedsel volgen. Sommige populaties migreren: zowel de noordelijke al de zuidelijke populaties brengen†de "winter" in tropische wateren door.

Habitat
Open oceaan en kustgebieden,†in tropische†en polaire regio's.

Voedsel
Zowel op het noordelijk als het zuidelijk halfrond gaat†de voorkeur uit naar krill. Enig verschil is dat de dwergvinvissen uit het noorden ook vis en inktvis eten.

Gedrag en voortplanting



Sociaal gedrag
Dwergvinvissen leven alleen of in kleine groepjes. Grotere groepen komen voor op plaatsen waar veel voedsel te vinden is.

Geluiden
Klikgeluiden, grommen, pulsen. dwergvinvis.wav (111 Kilobytes)

Mobiliteit
Sommige dieren†zijn nieuwsgierig en zwemmen†af en toe een eind met een boot mee.†Een enkele keer†laten ze daarbij iets van hun acrobatiek zien.
Ze kunnen ongeveer twintig minuten onder water blijven en†een maximum snelheid†bereiken van†30 knopen.

Bijzonderheden
De uitademingswolk kan een hoogte bereiken van 2 ŗ 3 meter hoog.

Volwassenheid
Mannetjes†zijn op†zesjarige leeftijd volwassen; vrouwtjes als ze 7 jaar zijn.

Voortplanting
De draagtijd is 10 maanden. Doorgaans wordt ťťn jong geworpen.

Zoogtijd
4-5 maanden.

Levensverwachting
Bijna 60 jaar.

Bedreigingen
Alle bedreigingen zijn afkomstig van de mens; de jacht is nog steeds grootste boosdoener, ondanks het IWC-verdrag van 1986, waarin alle commerciŽle jacht een halt toegeroepen werd. Jacht vanuit wetenschappelijke doeleinden werd nog wel toegestaan en dat was voor Japan en Noorwegen dan ook reden om een vergunning hiervoor aan te vragen. Ondanks deze speciale toestemming blijkt toch dat er nog behoorlijk wat vlees van de dwergvinvis op de markt te koop wordt aangeboden. Alleen al tussen 1990 en 2000 belandden rond de 4289 dwergvinvissen op de vaste wal van Japan. Noorwegen ving tussen 1993 en 2000 3172 exemplaren. Het vlees van dwergvinvissen dat als bijvangst wordt gevangen (oftewel verstrikt raakt in netten en stikt) wordt zowel in Japan als Korea op de markt verkocht.
Andere bedreigingen voor deze soort zijn aanvaringen met schepen, vervuiling (zowel chemisch als via geluidsoverlast) en verslechteringen van de leefomgeving door ontwikkeling van de kust.

Bescherming
Beschermd sinds 1986.
Dwergvinvissen staan bij de IUCN geclassificeerd als "Lower Risk": ze zijn niet afhankelijk van een beschermd gebied, maar lopen wel het risico een kwetsbare diersoort te worden.
Verder staan ze vermeld in Appendix I van de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES) app. I; en bij de EU Habitatrichtlijn, bijlage IV.
Verder: Bern Conventie Appendix III

Aantallen
Geschat wordt dat er nog 610.000 tot 1.284.000†individuen zijn.

Voor een overzicht van strandingen aan de Nederlandse kust: www.walvisstrandingen.nl


Aanbevolen literatuur en bronnen:
www.cetacea.org
www.ifaw.org
www.britannica.com
M. WŁrtz and N. Repetto, Walvissen & Dolfijnen
Commission of the European Communities, Environment and quality of life, 1981.