Home

Rivieren van ijs

Onder invloed van de zwaartekracht stroomt gletsjerijs langzaam naar beneden. Dat gebeurt niet overal even snel. Terwijl in de zogenaamde ice streams snelheden worden bereikt tot meer dan een kilometer per jaar, ligt het ijs elders vrijwel stil. Dit levert een beeld op van ijsrivieren.

Dit kaartje laat de ijsstroomsnelheden zien aan het oppervlak van de Antarctische ijskap. De donkere lijnen markeren de grenzen van de stroomgebieden van de gletsjers. De Lambert gletsjer (LAM in bovenstaande plaatje) is de grootste gletsjer ter wereld, gemeten naar oppervlak en hoeveelheid ijs die wordt afgevoerd.

Deze spectaculaire satellietopname laat de Byrd gletsjer (BYR in het kaartje van ijsstroomsnelheden) zien, nummer†twee op de ranglijst van grootste gletsjers. Deze gletsjer verbindt het Ross ijsplateau met de Oost-Antarctische ijskap, een hoogteverschil van 3000 meter. Het oppervlak kleurt blauw daar waar door krachtige wind en verdamping de 70 tot 100 m dikke sneeuwlaag is verdwenen en gletsjerijs aan het oppervlak komt. Dit noemen we blauw ijs gebieden.

In gebieden waar de ijsstroming obstakels in de ondergrond tegenkomt kunnen gletsjerspleten ontstaan. Vanwege de grote schaal en dikte van de gletsjers in Antarctica kunnen gletsjerspleten zeer diep en breed worden. Gletsjerspleten die onzichtbaar zijn doordat er een zogenaamde sneeuwbrug over ligt, zijn een groot gevaar voor de mens die zich in Antarctica over de grond voortbeweegt.

Door zijn dikte fungeert de Antarctische ijskap als isolatiedeken, en de temperatuur in het ijs neemt dan ook toe met de diepte. Waar de ijskap op zijn dikst is smelt het ijs aan de onderkant, en kunnen er subglaciale meren ontstaan.

Het beroemdste voorbeeld is het 250 km lange Lake Vostok, gelegen op 4 kilometer diepte onder de Russische Vostok basis. Omdat het ijs erboven op het meer drijft is het volkomen vlak, hetgeen met nauwkeurige hoogtemetingen vanuit satellieten kan worden gedetecteerd; op deze wijze zijn inmiddels tientallen subglaciale meren op Antarctica gevonden. Het is een grote technologische uitdaging om watermonsters van deze meren te nemen zonder ze te vervuilen. Het is waarschijnlijk dat de ontwikkelde technologie ook zal worden gebruikt voor onbemande wetenschappelijke missies naar Mars.

Als het bewegende ijs de zee bereikt, kunnen onder gunstige omstandigheden ijsplateaus (Engels: ice shelves) ontstaan, de drijvende extensies van gletsjers.

Op de ijsstroomsnelhedenkaart †zijn ijsplateaus zichtbaar als paarse gebieden. Met ieder een oppervlakte van ongeveer 500.000 km2, te vergelijken met de oppervlakte van Frankrijk, zijn de Ross- en Filchner/Ronne-ijsplateaus de grootste ter wereld. Deze ijsplateaus zijn bijna volkomen vlak, ongeveer 1000 meter dik op de plaats waar de ijskap over gaat in de zee, en ongeveer 200 meter dik aan de grens met open water.

Omdat slechts 10-15% van het ijs boven de zeespiegel uitsteekt, heeft een ijsplateau vanaf de zee het aanzicht van een zich eindeloos uitstrekkende ijsmuur van 20-30 meter hoogte. Tegenwoordig is dit door de inzet van helicopters geen belemmering voor wetenschappers die aan land willen gaan.†Niet voor niets noemde Sir James Clark Ross het naar hem vernoemde Ross-ijsplateau The Great Ice Barrier, toen hij deze in 1841 als eerste aanschouwde.

Tafelijsbergen worden geboren als een deel van een ijsplateau, dat door de continue aanvoer van ijs ver in zee is komen te liggen, afbreekt onder de invloed van golven en getijdenwerking.

Van de twee grote ijsplateaus breekt zo eens in de 20-30 jaar een grote ijsberg af, hetgeen altijd veel aandacht krijgt in de media. Vaak wordt dit soort gebeurtenissen geduid als zou Antarctica aan het verdwijnen zijn, terwijl het hier juist gaat om een natuurlijk, cyclisch proces.

Sommige van deze reusachtige ijsbergen kunnen tienduizend vierkante kilometer groot zijn, maar breken vervolgens snel op in meerdere kleinere ijsbergen als ze van de ijsrand wegdrijven.

Soms blijven de ijsbergen steken op ondiepten, om jaren op ťťn plaats te blijven liggen. Eenmaal meegevoerd door wind en zeestromingen leggen de ijsbergen vaak duizenden kilometers af, eerst in westelijke richting langs Antarctica, dan naar het noorden en tenslotte naar het noordoosten in de grootschalige westcirculatie die heerst op de subpolaire breedtegraden. Langzaam maar zeker verliezen ze door de inwerking van weer en wind hun karakteristieke platte top, worden steeds grilliger totdat ze geheel zijn gesmolten. Van een ijsberg is maar een klein deel zichtbaar, het merendeel bevindt zich onder de waterspiegel, onzichtbaar voor het oog!

Auteur: dr. Michiel van den Broeke (Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek,†Universiteit Utrecht)