Home

Zoeken

Zoek in 0 artikelen


    Continent van extremen

    Een blik op Antarctica vanuit de ruimte laat zien hoe geļsoleerd dit continent is gelegen. Op het dunbevolkte zuidelijk halfrond, duizenden kilometers van de bewoonde wereld en daarvan gescheiden door de stormachtige zuidelijke oceaan, is het de minst toegankelijke plek op aarde. Bezoekers zullen per boot eerst de 'furious fifties' en de 'screaming sixties' moeten trotseren alvorens een blik op Antarctica te mogen werpen. Dit is het hoogste, koudste, droogste en winderigste continent op Aarde.

    Eerste blik op Antarctica vanuit de ruimte. Foto genomen door bemanning van de Apollo 17 missie op weg naar de maan, 7 december 1972. Foto: NASA.

     

    Meer dan 99% van het oppervlak is met een ijskap bedekt die een maximale dikte heeft van 4700 meter en tot ruim 4000 meter hoogte reikt. Het oppervlak van de ijskap bedraagt 12 miljoen vierkante kilometer, het volume van 25 miljoen kubieke kilometer is, indien helemaal gesmolten, voldoende om wereldwijd de oceanen met meer dan 60 m te laten stijgen. Door het enorme gewicht van de ijskap wordt de onderliggende aardkorst honderden meters ingedrukt.

     

    Antarctica: hoogte en locaties van enkele permanent bemande meteorologische stations.

     

    De jaargemiddelde temperatuur aan het oppervlak bedraagt 37 °C, variėrend van 2 °C in het uiterste noorden van het antarctische schiereiland tot 60 °C op het hoge plateau van Antarctica. Het is niet verbazingwekkend dat de laagste temperatuur ooit op Aarde waargenomen is gemeten op Antarctica (-89.2 °C, 23 Juli 1983 op de Russische basis Vostok); waarschijnlijk komen temperaturen van 100 °C eens in de zoveel tijd voor op de hogere delen van de ijskap. Gemiddeld over het continent valt maar 200 mm neerslag per jaar, ongeveer een kwart van wat we in Nederland gewend zijn. In het enorme binnenland valt minder dan 50 mm per jaar, en dit deel van Antarctica kan met recht een poolwoestijn worden genoemd.

    Berucht zijn de katabatische winden van Antarctica. Deze winden worden gevormd als lucht dichtbij het sneeuwoppervlak afkoelt, daardoor een grotere dichtheid krijgt dan die van de omgeving en van de ijskap af gaat stromen (kata-baino is Grieks voor naar beneden bewegen). Het naar beneden stromen van de lucht, naar links afgebogen door de Coriolis-kracht (wet van Buys Ballot!) is mooi te zien op de onderstaande windkaart.

     

    Gemiddeld windveld in de Antarctische winter. Pijlen geven richting en sterkte van de wind, achtergrondkleur geeft de constantheid van de windrichting (rood: wind waait hele jaar uit dezelfde richting; blauw: wind waait uit willekeurige richtingen).

     

    Hoe groter en langer de pijl, des te sterker de wind. De sterkste winden zien we aan de rand van de ijskap, waar de helling van het ijs het steilst is. De achtergrondkleur geeft aan hoe constant de windrichting is. Rood betekent dat de wind het hele jaar uit dezelfde richting waait. Omdat de ijskap niet van vorm verandert, waaien katabatische winden altijd uit dezelfde richting! Dit soort windkaartjes zijn ook gemaakt voor Ronald Naar en Coen Hofstede, toen deze met behulp van vliegers naar de Zuidpool skieden vanaf de rand van het continent.

     

    The home or the blizzard
    Door katabatische winden is Cape Denison, gelegen aan de voet van de Antarctische ijskap in Commonwealth Bay, verreweg de stormachtigste plek op aarde. In 1911 had Sir Douglas Mawson, leider van de Australische Antarctische Expeditie (1911-1914), deze plek uitgekozen om te overwinteren, zonder te weten wat hem te wachten stond. Later zou blijken dat de eerste maand op het ijs zeer rustig was, met een gemiddelde windsnelheid van zon 12 meter per seconde (windkracht 6). Gedurende de eerste twee jaar van de expeditie bedroeg de gemiddelde windsnelheid echter 20 meter per seconde, windkracht 8. De stormachtigste maand was juli 1913, met een maandgemiddelde windsnelheid van 25 meter per seconde (windkracht 10). Op 16 augustus 1913 bedroeg de daggemiddelde windsnelheid 36 meter per seconde, ver boven de orkaangrens. Windstoten van 70 meter per seconde, buiten Antarctica alleen gemeten in tornados en zeer goed ontwikkelde tropische cyclonen, kwamen regelmatig voor. Zijn avonturen schreef Mawson op in het boek: The Home of the Blizzard (zie figuur 3).Toen Mawson na de expeditie terugkeerde in Australiė, werden zijn windmetingen als onzin afgedaan. Pas vele jaren later, lang na zijn dood, werden de waarnemingen bevestigd.

    Omslag van Mawson's boek over de Australische Antarctische expeditie, 1911-1914: twee expeditieleden proberen de meteorologische waarnemingshut te bereiken voor het doen van een standaard 3-uurlijkse weerobservatie, winter 1912.

     

    De bovenstaande windkaart is niet gebaseerd op waarnemingen maar op modelberekeningen: door het extreme klimaat van Antarctica zijn er maar weinig permanent bemande meteorologische stations, en de meeste liggen dicht bij de kust, waar het minder koud is en de bevoorrading gemakkelijker.

    IMAU Automatisch Weerstation Station op Antarctica.

     

    Om toch inzicht te krijgen in het klimaat van het Antarctische binnenland, worden vaak Automatische Weerstations (AWS) gebruikt. Deze stations kunnen enkele jaren onbemand metingen doen en sturen de gegevens per satelliet naar de bewoonde wereld. Een AWS zoals die door het IMAU wordt gebouwd en op Antarctica ingezet is te ook op de tentoonstelling in Teylers Museum te bezichtigen.

     


    Auteur: dr. Michiel van den Broeke (Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek, Universiteit Utrecht)

     

    Relevante weblinks:

    Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek (IMAU): www.phys.uu.nl/~wwwimau/

    European Project on Ice Coring in Antarctica (EPICA): www.esf.org; klik door naar  Programmes/EPICA

    Scientific Committee on Antarctic Research: www.scar.org
     
    National Snow and Ice Data Center: www.nsidc.org
     
    Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC): www.ipcc.ch

    USA today: www.usatoday.com/news/science/cold-science