Home

Actuele politieke issues

Met de in andere artikelen genoemde verdragen zijn veel zaken die voor een goed beheer van Antarctica nodig zijn goed geregeld. Recent zijn de landen er ook in geslaagd een langlopende discussie over de instelling van een Antarctisch Secretariaat af te ronden.

Al langere tijd was men het er over eens dat een dergelijke Secretariaat goede diensten zou kunnen bewijzen op het gebied van bijvoorbeeld een efficiŽnte verzameling en uitwisseling van informatie, maar over de locatie werd men het lange tijd niet eens. Recent (Madrid, 2003) is overeengekomen het Secretariaat in Buenos Aires, ArgentiniŽ, te vestigen.


Anno 2004 hebben de antarctische staten echter nog steeds een vrij volle politieke agenda. Daarbij gaat het onder meer om het tegengaan van illegale visserij in de zuidelijke oceanen en om het invoeren van een aansprakelijkheidsregeling onder artikel 16 van het Protocol. Voorts gaat het om het tegengaan van overmatige milieubelasting door wetenschap en toerisme. Met het oog op de beperkte ruimte, ga ik hieronder slechts kort in op 'wetenschap' en 'toerisme'.

Wetenschap

Wetenschappelijk onderzoek vormt een belangrijke peiler van het Antarctisch Verdragssysteem. Artikel 2 van het Antarctica Verdrag bepaalt dat de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek gewaarborgd moet blijven en dat de landen daartoe zullen blijven samenwerken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat verreweg het grootste deel van het Antarctisch onderzoek wordt georganiseerd of gefinancierd door overheden.

Binnen het internationale systeem hebben de nadelige gevolgen van de wetenschap voor het milieu al vanaf de jaren zestig aandacht gekregen. Vandaag de dag is met name het Protocol van belang, aangezien de oudere afspraken in het Protocol zijn opgegaan. Met de verplichte milieu-effectenbeoordeling en de bepalingen ter bescherming van Antarctische dieren en planten, vormt het Protocol een belangrijke stap voor de bescherming van het Antarctisch milieu.

Toch bestaan vanuit een milieubeschermingsoogpunt wel enkele zorgpunten. Zo zijn er al tientallen onderzoekstations en landen die ook de eerder genoemde consultatieve status willen hebben zijn al snel geneigd ook een station te bouwen. Nederland is nog steeds het enige land dat de bijzondere status heeft gekregen zonder eigen station. Nederland heeft er voor gekozen door samenwerking met andere landen bij te dragen aan goed onderzoek. Nederlandse onderzoekers gaan mee met expedities van andere landen.

Andere landen kiezen vooralsnog niet voor deze optie. Zo is TsjechiŽ voorbereidingen aan het treffen voor de bouw van een eigen antarctisch station. Van belang in dit verband is dat het Protocol geen fundamentele beperkingen op voor het oprichten van structurele voorzieningen op Antarctica, zoals stations of landingsbanen voor vliegtuigen. Bovendien wordt de beslissing om een dergelijke voorziening te realiseren niet op het internationale niveau genomen; er bestaan weliswaar overleg- en inspraakverplichtingen, maar de uiteindelijke beslissing ligt uiteindelijk geheel in handen van de staat die het project wil uitvoeren. Ook voor riskante onderzoeksprojecten is dit een zorgpunt.

Actueel is bijvoorbeeld de discussie over een antarctisch boorproject van Rusland. Rusland wil een groot meer dat onder de antarctische ijskap ligt (Lake Vostok) aanboren, maar omdat het hierbij gaat om een uniek milieu is de internationale wetenschapsgemeenschap bang dat er schade zal optreden (bijv. verontreiniging van het water door de olie die bij het boren wordt gebruikt). Door velen wordt gesteld dat Rusland moet wachten op meer duidelijkheid en mogelijk betere technieken, maar het is afwachten of Rusland deze lijn zal volgen. (De Nederlandse Commissie voor de milieu-effectrapportage heeft in 2003 op verzoek van het ministerie van VROM advies over dit project uitgebracht; zie http://www.commissiemer.nl/adviezen/a1353tse.pdf).

Toerisme

Antarctica is prachtig en het is dan ook logisch dat mensen het willen zien. Dit kan door de prachtige BBC serie Life in the Freezer met David Attenborough, maar sommigen waaronder ik zelf moet ik toegeven - willen het zelf ervaren. Al meer dan 40 jaar wordt Antarctica door toeristen bezocht en in de meeste gevallen vormt het schip de vaste verblijfplaats en worden korte excursies gemaakt naar bijvoorbeeld wetenschappelijke onderzoeksstations en pinguÔnkolonies.

Om mogelijke nadelige gevolgen van dit toerisme voor het Antarctisch milieu te voorkomen zijn in 1994 door de antarctische staten richtsnoeren (niet juridisch bindend) ontwikkeld. Ook de branche zelf is onder de vlag van IAATO (International Association of Antarctic Touroperators, http://www.iaato.org/) al vanaf het begin van de jaren negentig actief in het maken van afspraken om nadelige gevolgen te voorkomen.

Daarbij gaat het onder meer om heel praktische zaken, zoals de vereiste deskundigheid van gidsen en het schoonmaken van laarzen om verspreiding van uitheemse dier- en plantensoorten en ziekten te voorkomen. Ook vallen de toeristische activiteiten onder de werking van het Protocol en de nationale wetgevingen. Dat betekent bijvoorbeeld dat milieu-effectbeoordelingen moeten worden gemaakt.

Toch roepen de ontwikkelingen van de laatste tien jaar de vraag op of aanvullende maatregelen nodig zijn. Allereerst gaat het hierbij om de toename van het aantal toeristen. Tot 1990 bezochten gemiddeld 1000 tot 1500 toeristen jaarlijks Antarctica, maar sinds die tijd is het aantal sterk gestegen.

De laatste jaren bezoeken ieder seizoen (oktober-maart) zon 14.000 toeristen Antarctica. Dit aantal lijkt in verhouding tot de omvang van het continent gering, maar bedacht moet worden dat het toerisme zich voor het overgrote deel concentreert in enkele ijsvrije gebieden gedurende enkele maanden van het jaar, met name het antarctisch schiereiland ten zuiden van Zuid-Amerika.

Een verdere groei in de toekomst kan zorgwekkend zijn, onder meer omdat juist deze gebieden van essentieel belang zijn voor veel antarctische dier- en plantensoorten. Het lijkt mij onontkoombaar om aandacht te besteden aan de vraag wat de draagkracht is van de gebieden die bezocht worden, hoe groot de risicos zijn op de verspreiding van ziekten en wat de toename van toerisme betekent in termen van veiligheid voor de toeristen zelf. Moeten we in Antarctica op termijn niet (ook) toe naar een aanpak, waarbij bepaalde gebieden worden opengesteld voor duurzaam toerisme en andere gebieden worden gesloten?

Naast het aantal toeristen neemt ook de diversiteit van Antarctische activiteiten de laatste jaren sterk toe. Bergbeklimmen, ski-expedities, meteorieten zoeken, lange afstand zwemmen, marathons, kajakken, het uittesten van nieuwe producten, onderzoek naar de waarde van Antarctische dieren en planten voor de ontwikkeling van nieuwe producten het vindt allemaal al in Antarctica plaats. Komend jaar wordt een start gemaakt met de zogenaamde fly-sail operations: toeristen worden vanuit Zuid America naar Antarctica gevlogen om daar excursies met een schip te gaan maken. Hoe gaat het verder?

Managementcursussen in Antarctica? Een casino misschien? Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de bijzondere waarden van Antarctica? Mag alles zo lang niet bewezen kan worden dat het kwaad kan of vinden we dat bepaalde activiteiten zich niet verenigen met de natuurreservaatstatus (artikel 2 van het Protocol) en de wilderniswaarden van Antarctica?

Geen eenvoudig te beantwoorden vragen die gelukkig (althans, voor een deel) hoog op de politieke agenda van de jaarlijkse vergadering van consultatieve partijstaten zijn geplaatst. Eind maart 2004 praten experts uit de bedoelde landen in Noorwegen over antarctisch toerisme en de vraag of aanvullende maatregelen nodig zijn. Op basis van de uitkomsten van dat overleg zal de discussie een meer formeel vervolg krijgen tijden de ATCM in Kaapstad, Zuid-Afrika (juni 2004).


Auteur: dr. Kees Bastmeijer (Universiteit van Tilburg)