Home

Het Antarctica Verdrag

Antarctica behoort juridisch gezien aan geen enkel land toe. Verschillende landen claimen wel rechten op het continent. In 1959 werd het zogenaamde Antarctica Verdrag gesloten. In dit verdrag is vastgelegd wat landen mogen, en vooral wat ze niet mogen.

Politieke interesse voor Antarctica ontstond vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw. Tussen 1907 en 1943 hebben zeven landen - AustraliŽ, Nieuw Zeeland, ArgentiniŽ, Chili, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk - delen van Antarctica als hun grondgebied geclaimd. Veel van deze territoriale claims, die er op de kaart als een soort taartpunten uitzien, werden gebaseerd op de successen van de ontdekkingsreizen. De claims van het Verenigd Koninkrijk, Chili en ArgentiniŽ hebben betrekking op het gedeelte van Antarctica dat onder Zuid-Amerika ligt (het antarctisch schiereiland) en overlappen elkaar in grote mate. De zeven claims gezamenlijk omvatten 5/6e deel van het Antarctisch continent; 1/6e deel is dus nog door niemand geclaimd.

Tegengas van de Verenigde Staten en de Sovjet Unie

De claims van de zeven landen werden internationaal (bijvoorbeeld door de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet Unie) niet aanvaard en in de loop van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw nam de spanning tussen landen toe. Zo toonden de Verenigde Staten in 1946-1947 de spierballen door een grote militaire oefening in Antarctica te houden ('operation High Jump'), waarbij zo'n 13 schepen en meer dan 4.000 militairen betrokken waren.

In 1959 wordt het Antarctica Verdrag gesloten

Tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar 1957-1958 werd de nodige kou uit de lucht genomen doordat diverse landen in Antarctica een goede wetenschappelijke samenwerking vonden. Deze ervaringen vormden een belangrijke impuls voor de Verenigde Staten om in 1959 een internationale conferentie over Antarctica te organiseren. Naast de zeven claimende staten werden vanwege hun betrokkenheid bij het onderzoek ook BelgiŽ, Zuid-Afrika, Japan en de voormalige Sovjet Unie aan de onderhandelingstafel uitgenodigd. Uitkomst van deze conferentie was het Verdrag inzake Antarctica, dat op 1 december 1959 door alle 12 staten werd ondertekend.

Dit verdrag, dat in 1961 in werking trad, bevat onder meer verbodsbepalingen inzake militaire activiteiten (bijv. het testen van wapens), kernproeven en de opslag van radio-actief afval in Antarctica. Voorts spraken de landen af om de discussie over de al of niet geldigheid van de juridische claims te laten rusten (artikel IV). De landen respecteren min of meer elkaars positie en zijn het er over eens dat ze het oneens zijn (agreement to disagree).

Zeggenschap: 27 landen met stemrecht

Inmiddels hebben 45 landen het Antarctica Verdrag getekend en geratificeerd. Nederland deed dit in 1967. Het partij worden bij het verdrag is echter niet voldoende om mee te mogen praten! Volgens het verdrag (artikel IX(2)) hebben enkel de landen die een wetenschappelijk belang bij Antarctica kunnen aantonen een stem tijdens de Antarctic Treaty Consultative Meeting (hierna: ATCM-vergadering). Vandaag de dag hebben 27 landen (inclusief de 12 staten die in 1959 hun handtekening onder het Antarctisch Verdrag hebben gezet) deze zogenaamde consultatieve status. Nederland kreeg deze positie in 1990. Op grond van het Antarctisch verdrag kunnen de consultatieve partijstaten op basis van consensus (!) afspraken (zogenaamde aanbevelingen) maken over het beheer van Antarctica.

Spelen de claims nog een rol?

De goede waarnemer blijft zich echter bewust van de verschillen in inzicht. Zo blijven de† claimende staten zo nu en dan laten zien dat zij vinden dat een stuk van Antarctica van hen is. Zo werd door ArgentiniŽ in 1979 min of meer geregeld dat op een Argentijnse onderzoeksbasis het eerste kind op het Antarctisch continent geboren werd. Andere voorbeelden betreffen de uitgifte van postzegels met bijvoorbeeld het opschrift Australian Antarctic Territory en aardrijkskundige kaarten waarop de eigen Antarctische taartpunt in een hoek toch ook even wordt afgebeeld. Ook in actuele politiek-juridische discussies over het beheer van Antarctica zijn de verschillende standpunten regelmatig voelbaar. Toch worden gevoelige discussies over rechtsmacht veelal vermeden om zo een goede basis te hebben voor wetenschappelijke samenwerking en voor het maken van gezamenlijke afspraken over het beheer van Antarctica.


Auteur: dr. Kees Bastmeijer (Universiteit van Tilburg)