Home

Zoogdieren van noord- en zuidpool

Landzoogdieren

In het noordpoolgebied komen plantenetende landzoogdieren van lemmingen (ter grootte van een hamster en behorend tot de Knaagdieren ofwel Rodentia), sneeuwhazen (behorend tot de Haasachtigen ofwel Lagomorpha) tot rendieren en muskusossen (beide behorend tot de orde der Evenhoevigen ofwel Artiodactyla) voor. Bovendien carnivore zoogdieren (suborde Fissipedia van de Roofdieren ofwel Carnivora) zoals wezel, hermelijn, poolvos, wolf en ijsbeer. In het zuidpoolgebied komen helemaal geen landzoogdieren voor.

Poolvos en ijsbeer

Zeezoogdieren

Zeezoogdieren, zoals walvissen (Cetacea) en zeehondachtigen (de suborde der Pinnipedia van de Carnivoren), komen in beide poolstreken voor. Als ze niet aan land kunnen komen, maken veel van de zeehondachtigen handig gebruik van het vele drijvende ijs. Onder het ijs kunnen ze vis vangen, en via gaten in het ijs kunnen ze op het ijs komen om te rusten en hun jongen werpen.

Weddell-zeehond (AWI,† Bremerhafen)

Bij de Pinnipedia of Vinvoetigen zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden: de Walrussen (Odobenidae), de Zeehonden (Phocidae) en de Zeeleeuwen (Otariidae).


Walrussen met hun kenmerkende slagtanden komen alleen in het noordpoolgebied voor. Beide andere groepen hebben vertegenwoordigers zowel op het noordelijk als op het zuidelijk halfrond.


In het zuidpoolgebied is de kleine Pelsrob (op te splitsen in zeven nauw verwante soorten) de enige vertegenwoordiger van de Zeeleeuwen, te herkennen aan hun kleine oorschelpen. Daarom wordt deze groep ook wel oorrobben genoemd, net als de andere zeeleeuwen.


De overige vijf antarctische soorten Vinvoetigen behoren alle tot de Zeehonden: van klein naar groot gaat het om de Ross zeehond, de Krabbeneter, de Weddell-zeehond, de Zeeluipaard en tenslotte de reusachtige Zeeolifant, waarvan de grootste mannetjes tot 7 meter lang kunnen worden en bijna 4 ton kunnen wegen. Deze soorten zijn door hun voedselkeuze ecologisch van elkaar gescheiden. De Krabbeneters, zoals hun naam al doet vermoeden leven voornamelijk van krill, de andere soorten zijn meer gespecialiseerd in het vangen van vissen en inktvissen. De lange en slanke zeeluipaard is vooral bekend door de gruwelijke wijze waarop hij pinguÔns vangt, en op het wateroppervlak uiteen slaat alvorens ze op te eten. Bij het naderen van een zeeluipaard proberen pinguÔns dan ook zo snel mogelijk te ontsnappen door uit het water te springen. Zelfs uit het water kunnen Zeeluipaarden over de sneeuw zo snel vooruitkomen dat ze ook daar pinguÔns achtervolgen. Onderzoekers doen er ook verstandig aan zeeluipaarden behoedzaam te benaderen.


Auteur: dr. Bart Ebbinge (Alterra)