Home

De toekomst van de ondergrond van Nederland

Aan de hand van bestaande kennis van de geologische processen kan een voorspelling worden gedaan over hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien. Deze vooruitblik berust op de verwachte gevolgen van grootschalige geologische processen voor ons land. Hieronder volgt een beknopte beschrijving van Nederland over 500, 5000, 50.000 en 500.000 jaar.

Nederland over 500 jaar

Een half millennium is een relatief kort tijdsbestek tegen de achtergrond van de geologische tijdschaal. We mogen in de komende 500 jaar dan ook geen spectaculaire veranderingen in de tektonische krachtverdelingen in ons deel van de aardkorst verwachten. De natuurlijke bodembeweging zal daarom waarschijnlijk niet of nauwelijks van karakter veranderen. Daardoor zakt de Noordzee- en de Waddenzeebodem ongeveer een decimeter verder. Deze daling zal nauwelijks worden gecompenseerd door de aanvoer van nieuw riviersediment vauit onze delta.

Als we aannemen dat de CO2-concentratie in de atmosfeer gedurende de komende zeventig jaar met ťťn procent per jaar stijgt en daarna gelijk blijft, zal de zeespiegel over 500 jaar mondiaal tussen de 0,40 en 1,10 meter stijgen. Daardoor trekt de zoutwaterwig vanuit het westen en noorden ondergronds steeds verder het land binnen en zal deze de kwaliteit van ons grondwater verder bedreigen. Ondanks maatregelen om de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer terug te dringen, blijft deze in de komende 500 jaar relatief hoog. Ook de gemiddelde jaartemperatuur en de luchtvochtigheid stijgen wellicht verder. Daarmee stevenen we mogelijk af op een tweede klimaatoptimum in het Holoceen. Verspreidingsgebieden van flora en fauna verschuiven duizenden kilometers noordwaarts, waardoor deze in ons land een meer Zuid-Europees karakter kunnen krijgen.

Het gecombineerde effect van natuurlijke bodemdaling, zeespiegelstijging en verminderde sedimentaanvoer zorgt ervoor dat de Waddenzee op den duur zal verdrinken. Hierbij merken we op, dat de bodemdalingeffecten als gevolg van menselijke ingrepen, zoals bemaling en gasontrekking, niet zijn meegerekend. Deze effecten zullen naar verwachting voorlopig met name in West- en Noord-Nederland groot blijven. Als extra maatregelen uitblijven, zal de gebrekkige afvoercapaciteit van de grote rivieren tot overstromingen in het rivierengebied kunnen leiden.

Het lijkt erop dat de fysieke condities van West- en Centraal-Nederland binnen 500 jaar vooral worden bedreigd door hogere zeespiegelstanden en rivierwaterpeilen bij een dalende bodem en door een opdringend zoutwaterfront in het grondwater. De omvang van deze problemen zal mogelijk zů groot zijn, dat de traditionele verdedigingsmechanismen, zoals hogere dijken, ze niet meer kunnen voorkomen. Dit besef heeft recent geleid tot een omslag in het denken bij beleidsmakers: om de problemen op langere termijn het hoofd te kunnen bieden, zullen andere middelen, meer in harmonie met de natuurlijke processen, moeten worden toegepast.

Nederland over 5000 jaar

Ook over†5000 jaar zal in geodynamische zin niet veel veranderd zijn. De natuurlijke daling van het Noordzee Bekken zet zich, vermoedelijk met het Kwartairgemiddelde van maximaal ruim 25 millimeter per eeuw in het noordwesten van ons land, voort. Daardoor zal de bodem in Noordwest-Nederland ruim ťťn meter verder dalen, terwijl Limburg en de Achterhoek ongeveer ťťn decimeter verder omhoog komen. Doordat de rivieren al langere tijd geen of onvoldoende sediment meer in de Noordzee brengen, compenseert sedimentatie vanuit onze delta deze bodemdaling niet. Het gevolg is een steeds diepere Noordzee. Bij zo'n verandering van gradiŽnt gaan rivieren insnijden. Zonder extra maatregelen wordt het kustprofiel nog steiler en verdwijnt een kuststrook van meerdere kilometers in zee, vooral in het noordwesten. Van de huidige, brede Hollandse duinkust zal dan slechts een smalle strook overblijven.

Over 5000 jaar bevinden we ons nog ruimschoots in het Holoceen-interglaciaal. We nemen aan dat de natuurlijke Holocene zeespiegelstijging dan inmiddels is beŽindigd en dat de concentratie van het broeikasgas in de atmosfeer op het dubbele van tegenwoordig is gestabiliseerd. Bij die aanname stijgt de zeespiegel over 3000 jaar tussen de vijftig centimeter en twee meter ten opzichte van nu. De gevolgen van een mogelijk afsmelten van de Groenlandse ijskap of van het losraken van het ijsveld van westelijk Antarctica op de zeespiegelstand, zijn daarbij buiten beschouwing gelaten. Ook indien vanaf 2010 op grote schaal opslag van CO2 zou plaatsvinden, zijn de effecten daarvan, wegens de trage respons via het oceaanwater, toch pas vele eeuwen later merkbaar. Dit betekent voor de Nederlandse situatie dat zeeweringen rondom bewoonde en andere vitale gebieden zullen moeten worden verhoogd. Ook moeten we wellicht delen van het Nederlandse kustgebied prijsgeven aan de zee.

Over 5000 jaar kunnen delen van de Nederlandse bodem nog enkele meters verder dalen door menselijke ingrepen. Die daling is overigens begrensd door de beperkte dikte van het Holocene kleiveenpakket in laag-Nederland.

Nederland over 50.000 jaar

Zelfs over vijftig millennia zijn de geodynamische verhoudingen in Noordwest-Europa waarschijnlijk niet dramatisch veranderd. Het huidige compressieregime waarin ons deel van de plaat voornamelijk verkeert, houdt naar verwachting nog langere tijd aan. Het centrum van dit bekken daalt nog tien meter dieper en tracht zich verder op te vullen met riviersediment. Waar dit sediment vandaan moet komen, is onduidelijk. Bij een gefixeerde delta valt in dit opzicht weinig van de Nederlandse rivieren te verwachten. Onder invloed van klimaatveranderingen treden mogelijk wijzigingen op in de regionale fluviatiele verhoudingen. Daardoor zou het Noordzeebekken weer verder kunnen worden opgevuld.

Afhankelijk van de rol die onderzoekers aan het kooldioxidegehalte in de atmosfeer toedichten, bevinden we ons over 50.000 jaar in een interglaciale dan wel een glaciale periode. Er vindt dan waarschijnlijk geen emissie van CO2 naar de atmosfeer door de verbranding van fossiele brandstoffen meer plaats. De meeste onderzoekers beschouwen het CO2-gehalte in belangrijke mate sturend voor de toekomstige klimaatontwikkeling. Volgens deze†mensen mogen we op grond van alleen astronomische ontwikkelingen over ruim 30.000 jaar een volgende glaciale periode verwachten. De komst van een nieuwe ijstijd kan, vanwege het voorlopig aanhoudend hoge CO2-gehalte in de atmosfeer, echter enige tienduizenden jaren vertraging oplopen.

Nederland over 500.000 jaar

Over een half miljoen jaar ligt Noord-Amerika ongeveer twaalf kilometer verder van ons verwijderd dan nu. In Zuidoost-Europa zal de oprukkende Afrikaanse plaat tegen Europa tot wijzigingen in de morfologie van de Middellandse Zee hebben geleid. Onze geologische onderzoeksscholen nemen aan dat, behalve in de Nederrijnse Laagvlakte, in ons deel van de aardkorst dan nog steeds een drukregime heerst. Mogelijk komt het Rijns Massief onder invloed van de hotspot onder de Eifel verder omhoog en reactiveren de breuken langs het Midden-Nederland Hoog. In de sterkst zakkende delen van het Noordzeebekken is dan enkele honderden meters sediment geaccumuleerd.

Als de 100.000 jaar cyclus van de excentriciteit van de aardbaan om de zon, die ongeveer 800.000 jaar geleden begon, zich in de toekomst voortzet, hebben over een half miljoen jaar vier glaciaal-interglaciaalcycli plaatsgevonden. De vraag is of ons land daarbij geheel of gedeeltelijk door een landijskap bedekt is geweest. Dat hangt waarschijnlijk onder meer af van de gevolgen van de huidige en toekomstige menselijke activiteiten met betrekking tot het CO2-gehalte en andere broeikasgassen in de atmosfeer. Daarnaast kunnen in de verdere toekomst als gevolg van menselijk ingrijpen andere klimaateffecten optreden, waarvan we nu nog geen notie hebben. Tijdens glaciale perioden treedt sterke riviererosie op. Daardoor zal een groot deel van de Holocene en latere interglaciale en glaciale sedimentpakketten verdwijnen. De zeespiegel beweegt een aantal keren fors op en neer en de kustlijn verschuift in horizontale richting. Dit zal gepaard gaan met grote wisselingen in de flora en fauna.

Over een half miljoen jaar is Homo sapiens sapiens inmiddels mogelijk verdrongen door een of meerdere nieuwe soorten. De invloed van de mens en andere wezens op zijn leefomgeving valt over een dergelijke lange periode niet te voorspellen, maar zal waarschijnlijk zeer groot zijn. Wellicht bewoont de mens buiten zijn eigen aardse thuisbasis ook andere planeten in ons zonnestelsel en oorden daarbuiten. Onze eigen planeet zullen we zeker tot grotere diepte benutten en voor een deel ook bewonen. Toch zal de mens grootschalige aardse krachten, zoals de geodynamiek, nog steeds niet kunnen beÔnvloeden. We moeten ons realiseren dat we vrijwel al onze kennis van de geologie van onze planeet in slechts twee eeuwen hebben opgedaan. Na†20.000 generaties geologen zullen de huidige vragen over onze planeet wel bijna allemaal opgelost zijn. Zeker is dat we de opbouw van de aarde dan onvergelijkbaar veel beter zullen kennen dan nu.

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.