Home

Periode van 10.000 tot 8.000 jaar voor heden

Tienduizend jaar voor heden ligt de zeespiegel nog ongeveer veertig tot vijftig meter onder het huidige niveau. Grote delen van het Noordzeegebied liggen droog en Engeland maakt nog deel uit van het vasteland van Europa. Met uitzondering van de gebieden in het noorden van het Nederlands deel van de Noordzee, waar nog ijs heeft gelegen, vertoont het overgrote deel van het landschap tegen het eind van het Weichselien een zachtglooiend karakter met ruggen van dekzand.

Dynamiek

De morfologie van het landoppervlak bepaalt vooral in het westen en noorden van ons land de richting waarin de Holocene transgressie de kustvlakte binnendringt. Bij aanvang van het Holoceen ligt de kustlijn in het noorden van de Noordzee nog ten noordwesten van de Doggersbank. In het zuiden dringt de zee via een smalle zeearm vanuit het Nauw van Calais de Noordzee binnen. Door de snelle stijging van het zeeniveau overspoelt de zee in de volgende eeuwen steeds grotere delen van het huidige Noordzeegebied.

Gereconstrueerde diepteligging van het landoppervlak in de kustvlakten bij de aanvang van het Holoceen. De opvallend laagliggende gebieden, die zich tijdens de Holocene transgressie als sedimentatiebekkens ontwikkelen, zijn apart aangegeven; dit worden later de getijdenbekkens. Het naar het westen hellend oppervlak is tijdens de Holocene transgressie door de erosieve werking van getijdengeulen sterk aangetast.

Kort na het begin van het Holoceen lopen Rijn en Maas, met de Schelde als zijrivier, via enkele flinke geulen door het lage deel van Midden-Nederland westwaarts, in de richting van de Noordzee. Kleinere rivieren, zoals de Overijsselse Vecht, de Eem en in het noorden de Boorne en Hunze, wateren via de laaggelegen gebieden van Noord-Holland en Noord-Nederland af. De pre-Holocene rivieren hadden een overwegend verwilderd karakter, waarbij in de riviervlakte veel sediment accumuleerde. Dit riviertype maakt in het begin van het Holoceen plaats voor overwegend meanderende rivieren, die zich in de ondergrond beginnen in te snijden.

Buiten de vlakten van de grote rivieren zijn geen grootschalige geologische processen actief. Tot negenduizend jaar voor heden snijden nog beken in. Zodra het land in het Boreaal weer volledig begroeid is, zijn deze insnijdingen alweer grotendeels met sediment opgevuld. In gebieden waar geen actieve sedimentatie plaatsvindt, komt bodemvorming op gang. In de mineraalarme dekzanden ontstaan daarbij de voor het Holoceen kenmerkende podzolbodems.

Leven

Sporen van menselijke bewoning in deze periode zijn alleen van de hogere delen van ons land bekend, zoals van de omgeving van de Bruine Bank, ten westen van Petten, waar archeologische resten gevonden zijn. Ze tonen aan, dat de bewoners hier jaagden op elanden, wilde zwijnen en edelherten. De concentratie van vuurstenen werktuigen en bijbehorend afslagmateriaal duidt op de aanwezigheid van jachtkampen. In het Vroeg-Pleistoceen leiden de mensen nog een nomadisch bestaan en volgen ze voornamelijk de trek van de verschillende diergroepen.

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.