Home

Het Holoceen

Het Holoceen is het jongste tijdvak van de geologische geschiedenis. Deze relatief warme periode (interglaciaal) omvat ook de huidige tijd. Het verschil met de oudere Kwartaire interglacialen is, dat we het einde ervan niet kennen. De term Holoceen is afkomstig van de Franse geoloog Gervais, die het in 1869 invoerde om afzettingen die ontstaan zijn na de laatste ijstijd, de postglaciale periode, te beschrijven. De Holocene geschiedenis van ons land is goed bekend door de bestudering van sedimenten in talloze ontgravingen ten behoeve van de aanleg van wegen, tunnels, bouwputten, pijpleidingen en archeologische opgravingen. Daarnast is zeer veel kennis over het Holoceen verkregen uit de ruim ťťn miljoen boringen die voor diverse doeleinden op het vasteland en het Nederlands deel van de Noordzee zijn uitgevoerd.

Tijdstratigrafische indeling van het Holoceen © TNO-NITG†

Dynamiek

Natuurlijke bodembewegingen komen ook in het Holoceen voor. Ze volgen in grote lijnen het tektonische patroon, dat al vroeg in het Tertiair ontstond met de vorming van het Noordzee Bekken. Recente aardbevingen, zoals die in 1992 bij Roermond, vormen concrete aanwijzingen voor tektonische bewegingen in de Nederlandse ondergrond. Daarnaast toont een evaluatie van meer dan honderd jaar waterpassingen aan dat het aardoppervlak in ons land voortdurend in beweging is.

De sterkste bodemdaling in het Holoceen wordt echter door de mens veroorzaakt. Daarmee doelen we vooral op de verlagingen van het oppervlak in de gebieden met dikke veen- en kleilagen, zoals bijvoorbeeld de polders van West-Nederland. Deze bodemdaling wordt veroorzaakt door de vaak al eeuwenlang durende bemalingen. Verder kunnen winningen van grondwater en aardgas bodemdaling veroorzaken. Winning van steenkool- en steenzout kan lokaal tot behoorlijke verzakkingen leiden.

Het afsmelten van de grote landijskappen van Noord-Amerika en ScandinaviŽ leidt in het Holoceen wederom tot een sterke stijging van de zeespiegel. De Noordzee, die in het Weichselien droog lag, komt tijdens de Holocene transgressie weer helemaal onder water te staan. De zee overspoelt in het Holoceen nog grotere delen van het huidige vasteland dan tijdens het vorige interglaciaal, het Eemien. De snelheid van de zeespiegelstijging neemt in de loop van het Holoceen geleidelijk af. De sterke stijging in de eerste helft van het Holoceen hangt direct samen met het afsmelten van het landijs, een proces dat rond zevenduizend voor heden voltooid lijkt te zijn.

Relatieve stijging van het zeeniveau tijdens het Holoceen langs de Nederlandse kust. Onder mer door regionale verschillen in bodembewegingen neemt de snelheid van de zeespiegelstijging in noordelijke richting toe © TNO-NITG

Klimaat

De opwarming van het klimaat na de maximale koude van de laatste ijstijd begint al in het Laat-Weichselien en bereikt tijdens het Holoceen haar hoogtepunt. Het Holocene klimaat kende tijdens het Atlanticum een optimum met een temperatuur die mogelijk iets boven het huidige jaargemiddelde lag. De enorme uitbreiding van de hoogveengebieden tijdens het Subboreaal en het vrij plotselinge einde daarvan in het Subatlanticum, is waarschijnlijk het gevolg geweest van veranderingen in het neerslagpatroon. Daarbij speelt de door de mens veroorzaakte ontbossing waarschijnlijk ook een grote rol. Historische bronnen vermelden dat de Romeinen en Hunnen 's winters de Alpen redelijk goed konden passeren. Dit kan erop wijzen dat de winters in die tijd aanzienlijk milder waren dan erna. De vele winterlandschappen op schilderijen vůůr en uit de Gouden Eeuw wijzen, naast de wetenschappelijke bronnen, op een koelere periode, de zogenaamde Kleine IJstijd.

De toenemende invloed van de mens blijkt duidelijk uit de vegetatieontwikkeling. In het begin van het Holoceen verloopt deze nog volgens het patroon zoals dat van eerdere interglacialen is beschreven. Dat is vooral goed herkenbaar in de successie van boomsoorten. Berken domineren de bosvegetatie aan het begin van het Preboreaal. Daarna wordt de den belangrijk en tijdens het Atlanticum komt het gemengde eikenbos tot volledige ontwikkeling. In de loop van het Atlanticum verruilt de mens zijn zwervend jagersbestaan voor een verblijf in permanente nederzettingen waar landbouw bedreven werd. In de vegetatie blijkt dit uit de relatieve afname van het percentage bomen en uit een toename van cultuurgewassen. In de loop van het Subatlanticum verdwijnt uiteindelijk de gehele natuurlijke begroeiing en verandert, door toedoen van de mens, het natuurlijke landschap in een cultuurlandschap.

Meer weten?

Klik voor een beschrijving van de processen die zich tijdens de verschillende perioden in het Holoceen hebben afgespeeld op een van de volgende artikelen:

Periode van tienduizend tot achtduizend jaar voor heden

Periode van achtduizend tot zesduizend jaar voor heden

Periode van zesduizend tot vierduizend jaar voor heden

Periode van vierduizend tot tweeduizend jaar voor heden

Periode van tweeduizend jaar geleden tot heden

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.