Home

Het Laat-Pleistoceen

Het Laat-Pleistoceen omvat de etages Eemien en Weichselien en vormt daarmee de laatste interglaciaal/glaciaal-cyclus van het Pleistoceen. Deze klimaatcyclus is verhoudingsgewijs goed gedocumenteerd, zowel wat betreft de sedimentopeenvolging als de vegetatieontwikkeling.

Het Eemien - 130.000 tot 115.000 jaar geleden

Het Eemien is het voorlaatste Kwartaire interglaciaal. De naam is afkomstig van het riviertje de Eem. Dit water stroomt bij Amersfoort door de Eemvallei naar het IJsselmeer. Van het Eemien is de vegetatie ontwikkeling in detail bekend. Kenmerkend is de opeenvolging van bomen en planten in de loop der tijd, een ontwikkeling die model staat voor de jongere interglacialen van het Kwartair. Zeker zo belangrijk is het feit dat dan grote delen van ons land door de zee overspoeld raken en op uitgebreide schaal mariene sedimenten op het vasteland tot afzetting komen. Dat was sinds het Vroeg-Pleistoceen niet meer gebeurd.

Paleogeografische kaart van het Eemien in Nederland en directe omgeving tijdens de maximale uitbreiding van de zee. Het westen en noorden van Nederland worden door de zee overstroomd en in de glaciale bekkens van Noord-Holland en het IJsselmeer wordt klei afgezet. De Rijn vult het glaciale dal van de IJssel en mondt uit in het IJsselmeergebied © TNO-NITG

Aan het begin van het Eemien bestaat de vegetatie vooral uit berken en hier en daar jeneverbesstruiken. Deze pioniersvegetatie wordt vervangen door uitgestrekte dennenbossen. Vervolgens nemen de soorten die het gemengde eikenbos typeren (eik, iep, linde en esdoor) geleidelijk in aantal toe. In dezelfde periode doet de hazelaar zijn intrede in Nederland en gaat met de eik de vegetatie overheersen. Daarna breekt een periode aan, waarin Taxus opvallend sterk in de pollendiagrammen voorkomt. Vervolgens volgt een lange periode waarin de haagbeuk de meest opvallende boomsoort in ons land is. Tegen het koudere einde van het Eemien nemen de spar en de den weer belangrijke plaatsen in de vegetatie in.

Door het afsmelten van de grote landijskappen in Noord-Europa en Noord-Amerika stijgt de zeespiegel weer aanzienlijk. Tijdens het Eemien wordt uiteindelijk een niveau bereikt dat wellicht 1 tot 2 meter hoger lag dan tegenwoordig. Grote delen van het Nederlandse vasteland worden daarbij, voor het eerst na bijna 1,8 miljoen jaar, weer door de zee overspoeld. De Rijn liep via het glaciale dal van de IJssel naar het noorden. De Maas volgde tijdens het Eemien in Limburg ongeveer dezelfde route als tegenwoordig.

Het Weichselien - 115.000 jaar geleden tot 10.000 jaar voor heden

Het Weichselien is de laatste ijstijd en dankt zijn naam aan de rivier de Weichsel in Polen. Tijdens het koudste deel van het Weichselien kwam het Scandinavisch landijs tot nabij Hamburg, maar bereikte ons land niet. Wel bedekte het Engelse landijs het noordelijk deel van de Nederlandse Noordzee. De ontwikkeling van het klimaat tijdens het Weichselien heeft een fluctuerend verloop. De fase met maximale koude wordt pas tegen het einde van het Weichselien, rond 18.000 jaar geleden, bereikt.

Het Vroeg-Weichselien wordt gekenmerkt door open, parkachtige landschappen, waarin vooral de den en de berk overheersen. Deze koelere fasen worden afgewisseld door een aantal warmere intervallen. Tijdens ťťn van de laatste warmere perioden kwam een volledige bosontwikkeling op gang. Daarin domineerden berk, den en spar. Op de nattere plekken groeiden elzen. In het zuiden van Nederland heeft ook de eik nog een belangrijk aandeel in de vegetatie. Aan het begin van het Weichselien lag de zeespiegel ongeveer dertig tot veertig meter lager dan nu.

Paleogeografische kaart van Nederland en omgeving tijdens de fase met maximale ijsuitbreiding van het Weichselien (Laat-Peninglaciaal, omstreeks 20.000 jaar voor heden). Het Engelse landijs komt tot in het midden van de Noordzee. De zuidelijke Noordzee blijft ijsvrij. De Rijn met Maas, Schelde en Thames als zijrivieren stroomt door de Straat van Dover zuidwaarts. In het ijsvrije deel van de Noordzee en het vasteland heersen periglaciale omstanigheden en wordt door de wind grote hoeveelheden sediment verplaatst © TNO-NITG

Het Midden-Weichselien, dat ook wel het Pleniglaciaal genoemd wordt, begint omstreeks 73.000 jaar geleden met een sterke daling van de gemiddelde jaartemperatuur. Op hogere breedten neemt de hoeveelheid landijs toe, met als gevolg een verdere daling van de zeespiegel. Aaneengesloten bossen verdwijnen. Rivieren en beken beginnen zich in te snijden in de ondergrond. Deze fase met sterke erosie is kenmerkend voor het begin van het Midden-Weichselien.

Het relatief kortdurende Laat-Weichselien is gekenmerkt door enkele snel op elkaar volgende klimaatwisselingen. Het begint met een relatief warme periode waarin het landschap parkachtig ontwikkeld is en voorzien is van veel berken. Na een periode van tweehonderd jaar, waarin de gemiddelde jaartemperatuur wat terugvalt, herstelt de eerder ingezette klimaatverbetering zich. In de vegetatie van ons land weerspiegelt zich dat in dennenbossen die de plaats innemen van een door berken en jeneverbes gekenmerkte pioniervegetatie. Het laatste millennium van het Weichselien is weer een periode van felle koude. In Midden- en Noord-Limburg vormt de Maas een serie terrassen, die ook nu nog in het landschap goed zichtbaar zijn. Op veel plaatsen in de onbegroeide beddingen van de grote rivieren waait zand op. Zo vormen zich rivierduinen, of 'donken'.

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.