Home

De Wadden

Wadden bestaan uit bij laagwater droogvallende zandplaten en slikken. Een netwerk van geulen doorsnijdt dit gebied. Deze geulen voeren zeewater aan tijdens vloed en af tijdens eb. Dit zeewater brengt sediment mee dat zandplaten en slikken ophoogt en uitbreidt. Planten spelen een belangrijke rol bij het invangen van sediment, met name op de kwelders langs de randen van de wadden. In de bodem van de zandplaten en slikken leven schelpdieren en wormen, die het voedsel vormen voor vogels. Verder groeien jonge visjes en garnalen op in de beschutte omgeving van het wad, voordat ze naar de Noordzee trekken.

De Wadden © TNO-NITG

Wadden bestaan bij de gratie van relatieve zeespiegelstijging, de stijging van het zeeniveau ten opzichte van het land, en de aanvoer van sediment. Door relatieve zeespiegelstijging breidt het waddengebied zich in de richting van het land uit. Ook neemt de waterdiepte in het gebied toe. Door de aanvoer van sediment kunnen de zandplaten en slikken zich uitbreiden en hoger worden. Dit doet de effecten van zeespiegelstijging weer teniet. Als de sedimentaanvoer relatief groot is, zal het wad op de lange duur verlanden. De kwelders breiden uit en het nieuwe land overstroomt alleen nog bij storm. Iedere storm laat weer een nieuw laagje sediment achter, zodat de kwelders steeds hoger worden. Een relatief beperkte aanvoer van sediment zal de zandplaten en slikken in omvang doen afnemen. In het uiterste geval ontstaat een lagune: het wad verdrinkt. Dit alles speelt op een termijn van eeuwen. Het voortbestaan van de Waddenzee zoals wij die kennen vergt dus een bijzondere balans tussen zeespiegelstijging en sedimentaanvoer.

Meer weten?

Klik voor meer informatie over de wadden op een van de volgende artikelen.

Wadden en slikken

Waddengebied

Wadpieren