Home

Het Plioceen

Aan het begin van het Plioceen komt het Rijns Massief verder omhoog, een proces dat steeds sneller verloopt. De Roerdalslenk zakt in de loop van het Plioceen. Tijdens het Plioceen verplaatst de kustlijn zich verder naar het noordwesten, waardoor het zuidoosten en noordoosten van ons land vrijwel steeds buiten bereik van de zee blijven. Aan het eind van het Plioceen loopt de zuidkust van het Noordzee Bekken van Oost-Engeland, via Zeeuws-Vlaanderen door Noord-BelgiŽ naar Midden-Brabant.

In de niet-mariene delen van met name de Rijn-Maas-delta wordt tijdens het Vroeg-Plioceenklei afgezet. Tussen de vertakte rivierlopen liggen daar uitgestrekte watervlakten en moerassen. Onderzoek aan fossiele stuifmeelkorrels leert, dat de vegetatie zich ten opzichte van het koelere Laat-Mioceen herstelde.

Paleogeografische kaart van het einde van het Plioceen. Het proces van kustuitbouw is dan reeds ver gevorderd en het Noordzeebekken begint geleidelijk opgevuld te raken. De aanvoer van de rivieren van het Eridanos-systeem in het noordoosten en het Rijn-Maas-systeem in het zuidoosten, zijn daarvoor in sterke mate verantwoordelijk.
© TNO-NITG

Aan het einde van het Reuverien neemt de gemiddelde jaartemperatuur zodanig af, dat uiteindelijk alle karakteristieke Tertiaire floratypen verdwijnen. In de kleiige moerassen van de kust- en riviervlakten vormen de iep en de els steeds belangrijker elementen in de vegetatie. Uit een dergelijk vegetatiebeeld valt een gemiddelde jaartemperatuur van ongeveer†13 tot 14†įC af te leiden. In de slotfase van het Reuverien bepalen dennen en heidesoorten het vegetatiebeeld en loopt het aandeel warmteminnende bomen in de vegetatie sterk terug.

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.