Home

Het Paleoceen

Tijdens de overgang van het Krijt naar het Tertiair maakt Nederland deel uit van een groot, warm en ondiep zeegebied, dat tijdens het Vroeg-Paleoceen gestaag daalt. De sedimentatie van kalkrijke gesteenten, kenmerkend voor het Krijt, zet zich in het Paleoceen nog geruime tijd voort.

In het Paleoceen treden belangrijke bewegingen langs de plaatranden op. Deze plaatbewegingen gaan gepaard met grootschalig vulkanisme. Behalve een wisselend patroon van bodemdaling en opheffing hebben deze forse plaatbewegingen weinig invloed op de verdere vorming van ons land. Waarschijnlijk kort na het begin van het Paleoceen treft een grote meteoriet het Noordzeebekken.

Paleogeografische kaart van het Laat-Paleoceen. In deze tijd overheerst een drukregime waarbij delen van Noordwest-Europa omhoogkomen en de ruwe contouren van het Noordzee Bekken zichtbaar worden. Dwars door Nederland ontstaat het Midden-Nederland Hoog. Er is nog een open verbinding met het Bekken van Parijs © TNO NITG

Aan het begin van het Laat-Paleoceen begint de Laramische tektonische fase. Deze houdt verband met een vroege vorming van de Alpen. In Midden-Nederland rijst een omvangrijk gebied, het Midden-Nederland Hoog. Dit hoog splitst het Noordzeegebied in een noordelijk en een zuidelijk deel. Ook de Britse eilanden komen omhoog. Na de Laramische fase slaat de compressie op onze plaat weer om in rek. Tijdens het vervolg van het Paleoceen daalt de bodem van het Noordzeebekken verder.

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.