Vlinders | ![]() |
Een prima plek om vlinders te zien is het duingebied. Het is het vlinderrijkste gebied van Nederland, vanwege de grote variatie in het duinlandschap. Vooral op bloemrijke plaatsen kunnen we veel vlinders tegenkomen.
![]() |
Hoe het oranjetipje aan zijn naam komt laat zich raden |
De meeste vlinders zijn namelijk dol op nectar van bloemen. Ze hebben het nodig om te kunnen vliegen en om eitjes te ontwikkelen. Duinvlinders zitten o.a. veel bij bloemen van de distel, braam, slangekruid en de liguster. Behalve dagvlinders komen er in de duinen ook veel nachtvlinders voor. Wist je dat ongeveer 90% van alle vlindersoorten tot de nachtvlinders behoort? De meeste nachtvlinders zijn s nachts actief en daarom erg moeilijk om te bestuderen. Er zijn echter wel een aantal nachtvlinders die ook overdag actief zijn. De bekendste is de Sint-Jacobsvlinder.
Als je er echt op uit wilt trekken om vlinders te gaan kijken, dan moet je wel weten waar en wanneer je dat moet doen. Ik heb al verteld dat ze vaak bij bloemrijke plaatsen zitten. Daarnaast zitten ze graag op zonnige plekjes. Vlinders zijn namelijk koudbloedig. Dat betekent dat hun lichaamstemperatuur grotendeels wordt bepaald door de buitentemperatuur. Door te zonnen stijgt hun temperatuur aanzienlijk. Dat is maar goed ook, want om goed te kunnen vliegen hebben ze een temperatuur van wel 30-35 °C nodig.
Vanaf april tot oktober kun je vlinders aantreffen in de duinen. De meeste soorten en de grootste aantallen vind je echter in juli en augustus. Hoewel parelmoervlinders in Nederland vrij zeldzaam zijn, kunnen we in het duingebied zomers hier toch nog een aantal van vinden. Deze vlinders danken hun naam aan de parelmoer-achtige vlekjes op de onderkant van de achtervleugels. De bovenkant van de vleugels is oranje met zwarte vlekken.

