Home

Het Krijt

In het Vroeg-Krijt, opende de Atlantische Oceaan zich direct ten westen van het huidige Portugal. Deze opening verbreedde zich en vormde uiteindelijk de Noorderlijke Atlantische Oceaan, die verder naar het noorden toe openscheurde. De spreidingsas liep langs het huidige Iberisch schiereiland noordwaarts en splitste zich. Een oosttak vormde een nieuwe spreidingsas, waarlangs de Golf van Biskaje zich opende. Een westtak zette de scheuring naar het noorden voort. Deze boog west van Ierland om en mondde uit in een nieuwe splitsing aan het einde van het Vroeg-Krijt. Noordoostelijk scheidde Groenland zich van Eurazië, in het westen van Noord-Amerika.

Tijdsindeling en tektonische fasering van ons land en directe omgeving in het Krijt © TNO-NITG

In ons land kwamen, tijdens de tweede Laat-Kimmerische fase kort na het begin van het Krijt, de hogen nog één keer sterk omhoog. Daarna zwakte het voor het Jura zo kenmerkende rekregime in de loop van het Krijt geleidelijk af. Op de hogen vond diepe erosie plaats en de aangrenzende bekkens vulden zich met dikke pakketten grove sedimenten. Rustiger tijden braken aan. Tot in het Laat-Krijt vond alleen nog regionale bodemdaling plaats. Tegen het eind van het Vroeg-Krijt werd deze relatieve rust verstoord door een nieuwe tektonische fase, die vooral in Zuidoost-Drenthe merkbaar was. Deze Austrische fase markeert de beginnende verwijdering tussen Noord-Amerika en Eurazië.

Intussen steeg de zeespiegel door bodemdaling. Het zeegebied breidde zich verder naar het zuiden uit. De kustlijn lag aan het begin van het Krijt nog ter hoogte van de huidige Waddenzee, maar was aan het eind van het Vroeg-Krijt al Rotterdam voorbij. Van noord naar zuid kwamen ook de hogen één voor één onder water te liggen.

Paleogeografische kaart van het Vroeg-Krijt. Rekbewegingen deden Nederland regionaal dalen, waardoor ook het Hoog in Noord-Nederland weer onder (zee)water kwam © TNO-NITG

Met de Subhercynische tektonische fase in het Laat-Krijt trad een opmerkelijke verandering in de plaatspanningen op. De Mesozoïsche rekomstandigheden gingen over in een drukregime. Verticale bewegingen keerden zich om: blokken die voorheen omhoog kwamen, daalden nu langs dezelfde breukvlakken (inversie). De grootste daling in de laatste 80 miljoen jaar maakte plaats voor de sterkste stijging. Op plekken waar vroeger bekkens lagen, ontstonden nu enkele eilanden in de warme Laat-Krijtzee, geflankeerd door sterk dalende gebieden. Per voormalig bekken verschilde de opheffing zeer sterk en kon plaatselijk tot 2500 meter oplopen. Deze nieuwe reliëfvorming leidde tot sterke erosie, waardoor de eilanden in een tijdsbestek van acht tot tien miljoen jaar weer bijna helemaal verdwenen.

In het Laat-Krijt namen de inversiebewegingen in hevigheid af. Tenslotte had de zee geleidelijk weer alle opgeheven bekkens bedekt. Met uitzondering van delen van Zuid-Nederland, lag ons land helemaal onder water toen een grote meteorietinslag in Mexico een einde maakte aan het Mesozoïcum.

Paleogeografische kaart van het Laat-Krijt. Door voortgaande bodemdaling verdween vrijwel geheel West-Europa onder zee. Op grote schaal vond kalkafzetting plaats. Daarna leidde een fase van compressie tot sterke opheffing (inversie) van de voormalige dalingsgebieden © TNO-NITG

Klik hier voor een beschrijving van de Nederlandse typelocatie van het Maastrichtien.

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.