Home

Zoeken

Zoek in 0 artikelen


    Het Perm

    Gedurende deze laatste periode van het PaleozoÔcum dreven alle grotere en kleinere lithosfeerplaten naar elkaar toe en ontstond het supercontinent Pangea. Daarmee kwam een eind aan honderden miljoenen jaren van plaatconvergentie en begon een periode van divergentie, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

    Tijdsindeling en tektonische fasen in het Perm van Nederland © TNO-NITG

    Het uiteendrijven van Pangea begon al vroeg in het Perm, mogelijk door een veranderd regime van convectie-cellen in de asthenosfeer. Rek-omstandigheden overheersten in Pangea en er ontwikkelden zich langgerekte riftsystemen. Gebergten en hoogvlakten vielen ten prooi aan erosie, waardoor dikke zandsteenpakketten in naastliggende laagten op land werden afgezet. Sommige breukzones in Oost-Nederland en later ten noordwesten van ons land, in de Centrale Noordzee Slenk, waren zo diep dat ze in contact stonden met de mantel, waardoor vulkanisme optrad. Nederland maakte in het Perm deel uit van een groot continent en lag ver van plaatranden en zee.

    De toenemende droogte veranderde dit laaggelegen landgebied ten dele in een woestijn in het Midden-Perm. Deze woestijn lag in een langgerekte zone die van oost naar west, juist ten noorden van ons land liep. In de diepste delen vormde zich een groot zoutmeer. Daaromheen lagen zandvlakten ('wadi's'), die op dit meer afwaterden. Zandduinen, opgewaaid door noordoostelijke passaatwinden, omzoomden de wadi's. In de loop van het Perm breidden de zoutmeren zich steeds verder naar het zuiden uit. In deze laagte kon de sedimentatie de bodemdaling niet bijhouden, zodat het gebied uiteindelijk ruim beneden het toenmalige zeeniveau kwam te liggen. Dat het land niet overstroomde, kwam doordat het aan alle kanten door bergen van de zee was afgesloten.

    Paleogeografische kaart van het Laat-Perm. Gedurende het Laat-Perm lag Nederland aan de zuidrand van het Zuidelijk Perm Bekken. Dit bekken ontstond in het Vroeg-Perm en was omringd door bergen. Aanvankelijk was dit een droog landgebied waarin alleen continentale sedimenten werden afgezet. Toen er een zeeverbinding met de Barentzszee ontstond, overstroomde het bekken. In een woestijnklimaat dampte de zee in en vormden zich steenzoutafzettingen © TNO-NITG

    Tijdens het Laat-Perm begonnen Groenland en Noorwegen verder uit elkaar te drijven. Zo ontstond een opening in het berglandschap en een verbinding met de Barentzszee. Het grote, laaggelegen woestijngebied met duinenvelden raakte overstroomd. Er ontstond een uitgestrekt zeebekken dat van Schotland tot diep Polen liep en van het Londen-Brabant Massief tot in het zuiden tot ScandinaviŽ.

    In deze tijd bevond het huidige Nederland zich aan de zuidrand van het Zuidelijke Perm Bekken, op ongeveer dezelfde breedtegraad als de Sahara nu. Er was toen veel minder neerslag dan verdamping. Het water in de bekkens werd dus steeds zouter. Doordat de verbinding tussen de bekkens en de oceaan van tijd tot tijd afgesloten raakte, stagneerde de toevoer van vers zeewater en dampte het zoute water in de bekkens verder in en sloeg uiteindelijk zout neer.

    Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.