Home

Het Devoon

Aan het begin van het Devoon schoof Laurentia verder tegen het zuidelijk deel van Baltica-Avalonia aan. Dit ging gepaard met gebergtevorming tijdens het Vroeg-Devoon. In deze laatste fase van de Caledonische Orogenese vormde zich ook het omvangrijke Londen-Brabant Massief. Direct ten oosten van ons land ontstond ongeveer gelijktijdig het veel kleinere Krefeld Hoog. Noord van het Londen-Brabant Massief vormde zich in het Midden- tot Laat-Devoon een laagte die bekend staat als het Bekken van de Kempen. Sindsdien is het Massief van Brabant een hooggelegen en in tektonisch opzicht star gebied. Het vormde de zuidrand van de latere Nederlandse sedimentatiebekkens.

Tijdsindeling van het Devoon en tektonische fasen in Nederland© TNO-NITG

De samenvoeging van de platen Avalonia, Baltica en Laurentia was in het Vroeg-Devoon voltooid. Dit nieuwe continent staat bekend als LauraziŽ en besloeg een uitgestrekt landgebied in het huidige Noordwest-Europa, het Old Red Continent. Vanuit het verre zuiden schoof het grote en oude Gondwana-continent steeds verder noordwaarts. Een complex van kleinere platen had zich al in het Ordovicium losgemaakt van Gondwana. De Amerikaanse plaat botste als eerste van deze Gondwana-platen in het Laat-Devoon vanuit het zuiden tegen LauraziŽ. Dit luidde een nieuwe, lange periode van gebergtevorming in Europa in: de Varistische Orogenese. Het tussenliggende zeegebied was het Rhenohercynisch Bekken, ofwel de Proto-Tethys. Dit bekken werd door de botsing samengedrukt. In een circa vijfhonderd kilometer brede zone die ongeveer oost-west liep, werden gesteenten geplooid. Na opheffing ontstond het Varistisch gebergte. De vorming van het Varistisch gebergte nam 80 miljoen jaar in beslag, tot in het Laat-Carboon.

Paleogeografische kaart van het Laat-Devoon. 'Nederland' lag toen ingeklemd tussen het Old Red Continent in het noordwesten, het Londen-Brabant Massief in het zuiden en het Varistisch Gebergte in het zuidoosten. Het Rhenohercynisch Bekken maakte deel uit van de Proto-Tethys en breidde zich tegen het eind van het Devoon naar het noordwesten uit, samen met het in dezelfde richting opschuivende Varistisch Gebergte © TNO-NITG

Gedurende het Devoon breidde het Rhenohercynische Bekken zich in het oosten noordwestwaards uit. Zee overspoelde geleidelijk het latere Nederland. Dit kwam door een bodemdaling die verband hield met het ontstaan van het Varistische gebergte. Ook zeespiegelstijging speelde daarbij een rol. In de laaggelegen gebieden tussen het Massief van Brabant en het Krefeld Hoog werd in het Midden-Devoon grof sediment afgezet. De zee breidde zich daarna sterk in noordelijke richting uit, waarbij op het Massief van Brabant en ten noorden ervan klei en kalk werden afgezet. Op de flanken van dit Massief, in BelgiŽ, groeiden koraalriffen.

Tegen het eind van het Devoon daalde de zeespiegel weer en maakte kalkafzetting plaats voor zand. Dit zand kwam van de gebergten en hoogvlakten van het Old Red Continent, dat ons land toen, behalve in het oosten geheel omsloot. In Zuid- en Oost-Nederland werden toen mariene zanden afgezet. De luchtvochtigheid nam af. In dit continentale tot kustnabije milieu sedimenteerden vooral ijzerhoudende, roodgekleurde sedimenten. In het noordelijk deel van het Noordzee-gebied trad vulkanisme op.

Klik hier voor een overzicht van alle perioden uit de algemene geologische tijdschaal.