Home

Kustafslag en rivieroverstromingen

De Nederlandse geschiedenis kent veel verhalen en teksten over de dreiging van het water, zowel vanuit de zee als de rivieren. Daarbij wordt het opdringende water onveranderlijk als de natuurlijke aggressor ten tonele gevoerd die de mens in zijn bestaan bedreigt. Vanaf ongeveer de Romeinse Tijd werd dit natuurgeweld echter indirect, maar telkens meer veroorzaakt door menselijk ingrijpen in het landschap. Met dit ingrijpen verstoorden we de natuurlijke geologische processen in het kust- en rivierengebied. Vanuit dit perspectief kunnen veel van de overstromingsrampen sindsdien relatief eenvoudig worden verklaard. Onze sterk toegenomen kennis van de geologische processen maakt het nu mogelijk om duurzame maatregelen te nemen ter voorkoming van overstromingsrisicos.

Kustafslag

Kustafslag of kustafname is het meetbare netto-resultaat van een complex van processen die zich in het kustgebied afspelen. De zeespiegelstijging is daarvan één van de belangrijkste.

Kustafslag na een zware storm op 22 februari 1990, bij Egmond aan Zee (Noord-Holland) © Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Sinds het begin van onze jaartelling staat de ontwikkeling van ons kustgebied in het teken van erosie. In de drie millennia daarvoor bouwde de Hollandse kust zich juist uit en trad hoofdzakelijk kustaanwas op. De strandwallen en kustduinen hielden de omvang van de Hollandse kusterosie beperkt. In het hogergelegen gebied rond Texel en het westelijk Waddengebied begon de invloed van de zee toen ook merkbaar te worden. We nemen aan dat de sedimentbronnen die voordien veel materiaal leverden voor de uitbouw van de Hollandse kust, toen uitgeput raakten. Omstreeks duizend jaar na Christus verhevigde de erosie van de Hollandse kust en schreed de kustlijn verder terug. Veel van het zand dat door de erosie van de vooroever vrijkwam, werd opnieuw in de omvangrijke kustduinen afgezet. Door ontginningen in de veengebieden achter de kust daalde het landoppervlak. Daardoor kreeg de zee gemakkelijker toegang tot het laaggelegen achterland en namen de overstromingen in kracht toe.

Bij de reconstructie van vroegere kustlijnen maken we, behalve van geologische gegevens voor de oudere kustlijnen, vaak gebruik van historische, archeologische en fysisch-geografische gegevens. Onze kennis van de kustontwikkeling is echter vooral gebaseerd op inzicht in de sedimentaire processen die voor een groot deel uit geologische gegevens en informatie is afgeleid. Kustafname en kustafslag is langs de hele Nederlandse kust in kaart gebracht.

Huidige kustafslag en -aanwas langs de Nederlandse kust. De dichtst langs de kust gelegen zone strekt zich uit langs de laagwaterlijn (800 m uit de kust). De buitenste zone bestrijkt het gebied tussen 800 en 2500 m uit de kust © TNO-NITG

Rivieroverstromingen

Rivieren zorgen voor de afvoer van een groot deel van het neerslagoverschot naar zee waarbij sediment uit het achterland wordt meegevoerd. Het huidige Nederlandse rivierenstelsel is het resultaat van een complex samenspel van factoren en processen. De belangrijkste daarvan zijn de situering en vorm van de Pleistocenerivierdalen en hun opbouw, de zeespiegelstijging, de tektonische bewegingen in het Noordzee Bekken, de kustontwikkeling, het debiet, het verhang, de variatie in de sedimentlast van de rivier en de invloed van de mens op het riviergedrag. Met gemiddeld tien centimeter per kilometer is het verhang van de Nederlandse rivieren nu relatief gering.

Rivieren bouwen oeverwallen op die het water normaliter binnen het rivierbed houden. Bij een te groot wateraanbod uit het achterland treden rivieren buiten hun oevers. Vooral in het Laat-Holoceenneemt het aantal en de omvang van piekafvoeren in de rivieren toe. Zulke afvoeren van extreem veel water worden tenminste voor een deel veroorzaakt door veranderingen die in het stroomgebied van de rivieren zijn aangebracht. Vooral ontbossing en vergroting van het verharde oppervlak in de stedelijke gebieden dragen bij tot verhevigde bodemerosie en een toename van de sedimentlast in de rivier. Omdat de rivier water en sediment niet snel genoeg naar zee kon afvoeren, nam het risico op overstromingen benedenstrooms toe. Daarom begon men vanaf de 11e eeuw rivierdijken aan te leggen en werd de afvoersnelheid in de rivieren vergroot door meanderbochten af te snijden. Een verdere regulering en inperking van het rivierbed werd bereikt door de aanleg van kribben.

Meer weten?

Klik voor meer informatie over kustafslag en rivieroverstromingen op een van de volgende artikelen.

Duingebieden

De duinen als zeewering

Oeverwal: een natuurlijke dijk