Home

Sint-Elisabethsvloed

Het stadsbestuur en de burgers van het vijftiende-eeuwse Dordrecht zijn zich onvoldoende bewust van de risico's die het winnen van veen dichtbij zee met zich meebrengt. Dordrecht ontvangt als belangrijke handelsplaats schepen uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en Belgiė. De groeiende Dordtse bevolking heeft turf nodig om zich in de wintermaanden te kunnen verwarmen. Verder wint men uit het met zout zeewater doordrenkte veen sel as: zeezout dat geconcentreerd is in de as van verbrande turf.

De turfwinners graven het veen tot aan de voet van de dijken weg. Daarmee handelen de Dordtenaren in strijd met de strikte regels van de dijkbescherming. Een ramp kan uiteindelijk niet uitblijven. Die voltrekt zich in de nacht van 18 op 19 november 1421. Bij de Elisabethsvloed wordt een groot deel van het Holocene pakket weggeslagen. Volgens de overlevering verdrinken daarbij veel mensen. Als gevolg van de Hoekse en Kabeljauwse Twisten duurt het lang voordat de schade is hersteld. Grote gebieden rond Dordrecht, zoals de Grote Waard, blijven lange tijd onder water, andere houden voortdurend overlast van het water. Wat overblijft is de Biesbosch, een typisch zoet water getijdengebied in de monding van de Maas.

Stormvloeden, dijkdoorbraken en overstromingen maken integraal onderdeel uit van onze vaderlandse geschiedenis. Zulke rampen dienen achteraf tot lering. Zo leidt de stormramp van 1916 tot het besluit de Zuiderzee af te sluiten. De ramp van 1953 levert het Deltaplan voor de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden op. De bijna-overstroming in het rivierengebied van 1995 vormt de directe aanleiding voor een grootscheeps programma voor de verhoging van de rivierdijken en voor het project Ruimte voor de Rivier.

Meer weten?

Klik voor meer informatie over veen en turf op een van de volgende artikelen.

Veen, bruinkool en steenkool

Van hoog- tot laagveen