Home

Rivierterrassen

In geologische zin zijn rivieren transportbanen van overtollige neerslag en erosieproducten. De mate waarin dit neerslagoverschot en sediment voor rivieren beschikbaar komt, hangt sterk af van het klimaat. In het algemeen geldt dat het aanbod aan erosiemateriaal, verschil in capaciteit en breedte van riviervlakten, groter is tijdens glacialen dan gedurende warmere perioden. Tektonische processen (verband houdend met de verstoring in de ligging van de aardlagen) sturen het transport van erosieproducten van stijgende erosiegebieden naar dalende sedimentatiegebieden. In tegenstelling tot de sedimentatiegebieden liggen de oudste rivierafzettingen in erosiegebieden relatief hoog in het landschap. Daar snijden de rivieren zich in. In Noordwest-Europa verloopt dit insnijdingsproces met enkele centimeters per eeuw relatief langzaam. Daardoor kunnen zich terrassenlandschappen ontwikkelen.

De verbreiding van Maasafzettingen in Zuid-Limburg. Op grond van de morfologie (leer en beschrijving van de vormen van de aardoppervlakte) en hoogteligging onderscheiden we diverse grindhoudende terrasafzettingen. In het profiel is de positie van enkele terrassen schematisch aangegeven. In werkelijkheid zijn ongeveer 30 terrassen herkend © TNO-NITG

Deze rivierterrassen zijn restanten van oude, brede riviervlakten uit glaciale perioden. Er was toen zoveel aanbod van erosieproducten uit het achterland dat een deel ervan achterbleef in het erosiegebied. Tijdens een volgende, relatief warme periode snijdt een smalle rivier zich in en ruimt een deel van het achtergebleven materiaal op. Als de zeespiegel daalt, neemt de insnijding toe. In de loop van een glaciatie kan de rivier de afvoer van erosieproducten wederom niet meer aan en legt op een topografisch lager niveau een nieuw terras aan. In de laatste drie miljoen jaar zijn in Zuid-Limburg op deze wijze ongeveer dertig Maasterrassen ontstaan. In Noord- en Midden-Limburg bleven langs de Maas ook terrassen bewaard die zijn gevormd tijdens de overgang van het laatste glaciaal (Weichselien 115.000 tot 10.000 jaar geleden) naar het Holoceen(10.000 jaar geleden tot heden). Deze terrassen danken hun ontstaan uitsluitend aan het afnemende capaciteit van de rivier. Omdat de snelheid van de tektonische opheffing bekkeninwaarts, en dus stroomafwaarts, daalt, neemt ook de verticale afstand tussen de opeenvolgende terrassen in deze richting af. Waar een ouder terras bedekt raakt door sediment uit een volgende glaciaal is sprake van een terrassenkruising. Dergelijke kruisingen kunnen in kaart worden gebracht en markeren de contouren van een sedimentatiegebied.