Home

Veen, bruinkool en steenkool

Veen, bruinkool en steenkool zijn vaste, organische stoffen die in de Nederlandse ondergrond voorkomen. In het verleden produceerden we ze als energiedragers. Deze stoffen zijn via veenvorming en inkoling ontstaan. Inkoling is het transformatie proces van plantenresten tot bruinkool en in een latere fase steenkool door toename van het koolstofgehalte en afname van de vluchtigheid.

In de Nederlandse ondergrond komen veen, bruinkool en steenkool in verschillende mate van inkoling voor. Deze inkolingsgraad bepaalt met name de verbrandingswaarde van de stof. De verbrandingswaarde is de kwaliteitsmaat van een energiedrager. Hoe hoger die waarde, hoe meer energie het materiaal oplevert per gewichtseenheid. We drukken de verbrandingswaarde uit in kcal/kg.

Voorkomen in de Nederlandse ondergrond

Het voorkomen van veen, bruinkool en steenkool in onze ondergrond hangt af van twee groepen geologische processen. Tot de eerste groep behoren de processen die de aard van de vegetatie bepalen, zoals de topografische ligging, de vochtigheid en het klimaat. De tweede groep is verantwoordelijk voor de inkolingsgraad van de organische stof en daarmee voor het eindproduct: veen, bruinkool of steenkool. Deze processen worden aangestuurd door de tektoniek die de begravingsdiepte beïnvloedt en daarmee de druk en temperatuur.

Bruinkool is deels ingekoold veen. Bij Brunssum in Limburg komt bruinkool van Miocene ouderdom ondiep voor. In de Roerdalslenk in Brabant is bruinkool aangeboord op een diepte van meer dan 250 meter.

Bruinkool uit het Mioceen van de Ville Formatie, bij Brunssum. Het witte zand onder de bruinkool is zilverzand (Laagpakket van Heksenberg). De oprukkende stedenbouw belemmert de winningsmogelijkheden van zilverzand in dit gebied © TNO-NITG

Steenkool is nog verder ingekoold bruinkool. De Nederlandse steenkool is ontstaan uit oude en oorspronkelijk zeer dikke veenafzettingen. Geologisch onderzoek toont aan, dat onder negentig procent van het Nederlandse vasteland steenkool voorkomt. Op minder dan duizend meter is dat het geval in Noord-Limburg, de Achterhoek en de omgeving van Amersfoort.

Diepteligging van de bovenkant van de steenkoolhoudende Carboonafzettingen onder het Nederlandse vasteland. Op de kaart staan de gebieden aangegeven waar qua diepteligging winning met behulp van conventionele mijnbouwtechnieken mogelijk zou zijn © TNO-NITG

Holocene veenvorming

Het meeste Nederlandse veen stamt uit het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden). Wanneer resten van planten, struiken en bomen in een nat, zuurstofarm milieu terechtkomen, vindt nauwelijks afbraak door bacteriën of schimmels plaats. Er ontstaat een overmaat aan organische resten, die zich ophopen en tot veen kunnen accumuleren. Van het gedeeltelijk vergane plantenmateriaal is vaak na te gaan welke plantensoorten de oorspronkelijke vegetatie kende. Luchtwortels van riet zijn in veen bijvoorbeeld goed herkenbaar aan hun geelwitte kleur. Ook de ronde, rode zaden van waterdrieblad vallen in veenmassa's goed op. Van heidesoorten zijn blaadjes en takjes goed te onderscheiden. Hetzelfde geldt voor de resten van talloze veenmossoorten. Het merendeel hiervan is zelfs met het blote oog herkenbaar. Levend veen komt nog op slechts enkele plaatsen in het oosten van het land voor. Het bestaat voor negentig procent uit water; bij ontwatering loopt het volume terug tot ongeveer tien procent.

Heide- en veenmosveen groeit in voedselarme (oligotrofe) milieus. Het wordt alleen gevoed met regenwater. Broekveen, met broek in de betekenis van moeras, bestaat uit de resten van elzen, berken of wilgen en ontwikkelt zich in mesotrofe, iets voedselrijkere milieus. Daar voert ook grondwater nog voedsel voor de planten aan. Rietveen groeit in de meest voedselrijke, eutrofe milieus die we in ons land kennen. Riet verdraagt zelfs invloed van zout water. De opeenvolging van verschillende veensoorten, bijvoorbeeld te zien in een boring, geeft aan hoe het milieu tijdens de veenvorming veranderde. De veranderingen kunnen natuurlijke oorzaken hebben, zoals klimatologische, maar ook het gevolg zijn van menselijke ingrepen in het landschap.

Meer weten?

Klik voor meer informatie over veen en turf op een van de volgende artikelen.

Sint Elisabethsvloed

Van hoog- tot laagveen

Vorming van steenkool

Steenkool: het ontstaan

Kunnen organismen gesteenten vormen?