Home

Rampen in het MesozoÔcum

De middentijd van de aardgeschiedenis, het MesozoÔcum, duurde 185 miljoen jaar. Catastrofen markeren zowel het begin als het einde van deze periode. Het MesozoÔcum was een periode waarin diverse opvallende organismen tot ontwikkeling kwamen. Daarvan spreken de dinosauriŽrs het meest tot de verbeelding. Hun bloeiperiode was in de Jura (203 tot 144 miljoen jaar geleden) en het Laat-Krijt (99 tot 65 jaar geleden). Ze kenmerken zich door een grote diversiteit en sterke variatie in lichaamsgrootte en leefmilieu. Ondanks hun grote verspreiding was de overgrote meerderheid van de dinosauriŽrs niet bestand tegen de gevolgen van een catastrofale meteorietinslag aan het einde van het Krijt.

Het grote uitsterven

De grootste crisis die het leven op aarde ooit doorstond, was een ramp aan het einde van het Perm (251 miljoen jaar geleden). Veel plant- en diersoorten stierven toen uit en het verlies aan biodiversiteit was enorm. Geschat wordt dat ongeveer 50 tot 70 procent van alle landsoorten en 70 tot 95 procent van de zeesoorten ophielden te bestaan. Dit massale uitsterven begon in de laatste 20.000 jaar van het Perm. In deze periode verdwijnen de mariene groepen, terwijl de Permische landplanten nog enkele honderdduizenden jaren wegkwijnen. De omvang van deze crisis blijkt vooral uit de herstelfase, of beter gezegd: uit het lange uitblijven ervan. Het duurde ongeveer vier miljoen jaar voordat complexe ecosystemen, zoals bossen weer geheel hersteld waren. De meeste Permplanten en dieren hadden plaatsgemaakt voor Triassoorten. Deze crisis was veel omvangrijker dan de Krijt-Tertiairramp en zowel het uitstervingsproces als de herstelperiode duurden langer.

DensoÔsporites neijburgil, een spore van een wolfsklauwachige, gevonden in een boring in de Nederlandse ondergrond. De wolfsklauwachtigen waren ťťn van de weinige plantengroepen die konden floreren in de periode die volgde op de Perm-Triascatastrofe © TNO-NITG

De oorzaak van deze ramp is nog altijd niet met zekerheid te bepalen. Waarschijnlijk speelde grootschalig vulkanisme in het huidige SiberiŽ een sleutelrol. Dit had mogelijk grote gevolgen voor het milieu, zoals klimaatverandering, zure regen en verduistering. Dit zou zon vernietigende uitwerking op de ecosystemen hebben gehad, dat deze vrijwel allemaal ten onder gingen. Studies naar de oorzaken en gevolgen van deze catastrofe kunnen nuttig blijken bij het voorspellen van de huidige menselijke invloed op het milieu.

Krijt-Tertiairgrens

De overgang van het Krijt naar het Tertiair, 65 miljoen jaar geleden, is zonder twijfel de meest dramatische en bediscussieerde tijdsgrens in de geologische geschiedenis. Meer dan de helft van alle geslachten en 15 procent van alle families in het dierenrijk stierven toen uit, waaronder de dinosauriŽrs en de ammonieten. Een snelle opkomst van de zoogdieren volgde aan het begin van het Tertiair.

Op een groot aantal plaatsen zijn in land- en zeesedimenten uit de overgangsperiode van Krijt naar Tertiair (KT-grens) verhoogde concentraties aangetroffen van het element iridium. Dit element uit de platinagroep kan bij grootschalige vulkaanuitbarstingen vrijkomen, maar is verder op aarde zeer zeldzaam. Inderdaad was er ten tijde van de KT-grens veel vulkanische activiteit, bijvoorbeeld op het Deccan Plateau in India. Maar iridium komt ook in relatief hoge concentraties voor in meteorieten, in het bijzonder ijzermeteorieten. Bovendien bevatten sedimenten uit die tijd ook de zeldzame mineralen coesiet en stishoviet. Beide mineralen kunnen alleen onder extreem hoge druk ontstaan. Daarnaast vertonen sommige mineralen verschijnselen van schokmetamorfose, lamellen van enkele micrometers breed gevuld met glas. Deze moeten zijn ontstaan als gevolg van krachtige, kortstondige schokgolven. In combinatie met het abrupte massale uitsterven in het dierenrijk, heeft dit geleid tot de hypothese dat de KT-catastrofe is veroorzaakt door een grote meteorietinslag. De meteoriet zou een doorsnede van zo'n tien kilometer hebben gehad en de inslag zou in kracht zijn overeenkomen met die van drie miljard Hiroshima-atoombommen. De inslag zou zoveel stof in de atmosfeer hebben gebracht, dat er langere tijd onvoldoende zonlicht op aarde kon doordringen. De temperatuur daalde op land en in zee. Veel ecosystemen konden zich niet handhaven en de voedselketen voor veel organismen viel weg. Grote reptielen, zoals de dinosauriŽrs konden niet overleven. Negentig procent van alle planktonische foraminiferengroepen stierf uit en waarschijnlijk ook meer complexe mariene groepen, zoals ammonieten en belemnieten.

De ontdekking van een enorme fossiele inslagkrater in de ondergrond van de kustzone van Yucatan, Mexico heeft tot vrijwel unanieme acceptatie van deze theorie geleid. De krater met een doorsnede van ongeveer 200 km is gedateerd op de KT-grens. Door spectaculaire speurtocht naar bewijsmateriaal kreeg veel media-aandacht. Dit gaf de belangstelling voor geologie een stevige impuls.

Een oervogel uit Limburg

††††††††††††††††††††††††††

© TNO-NITG

In kalksteenlaagpaketten bij Maastricht zijn in 1999 de overblijfselen van een oervogel gevonden. Het is voor het eerst dat een ichthyornis-achtige in Europa is aangetroffen. De vogel is vermoedelijk 65,8 miljoen jaar oud. Dat was tegen het einde van het Krijt (Maastrichtien), vlak voordat de dinosauriŽrs uitstierven. De spitse bek met scherpe tanden herinneren nog aan hun vleesetende dinosaurusvoorouders.

Meer weten?

Klik voor meer informatie over oervogels en uitsterven op een van de volgende artikelen.

Archaeopteryx, de eerste vogel

Uitsterven

Hoe zijn de dinosauriŽrs uitgestorven?