Home

Moerasgas

De Romeinen schreven al over brandend water bij het Oudemirdumse Klif. Daarom kreeg het een plaats in de geschiedenisboeken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Bij het aanleggen van waterputten begon water spontaan te branden en deden zich ontploffingen voor. Toen werd er voor het eerst gesproken en geschreven over de aanwezigheid van gas in de ondergrond. Tijdens de aanleg van droogmakerijen en polders welde het gas met het water op. Daar komt de naam brongas vandaan. Brongas is methaan en staat ook bekend onder de naam moerasgas. Het is ontstaan door rotting van plantenmateriaal dat in sediment van Tertiaire (65 tot 2,5 miljoen jaar geleden) en Kwartaire (1,81 miljoen jaar geleden tot heden) ouderdom aanwezig is.

Moerasgashouder bij een boerderij in de Beemster © TNO-NITG

Omstreeks 1890 maakte de uitvinding van het gloeikousje gas bruikbaar voor verlichting op grote schaal. Dat betekende het begin van de exploitatie van brongas. De eerste exploitanten boorden een gat van tientallen meters diep naar de afzetting in de ondergrond die gashoudend water bevatte. Door het water dat naar boven welde over een soort zeef te voeren, scheidden zij het gas af. Vervolgens ving een op het water drijvende houder het gas op. Het diende om boerderijen te verlichten, fabrieken te verwarmen en als brandstof voor kooktoestellen.

Hedendaagse winning van moerasgas

Methaangas kan lokaal ook zeer ondiep voorkomen. Tegenwoordig winnen agrarische bedrijven in Noord-Holland dit moeras- of brongas op semi-industriėle schaal. Brongas heeft meer dan eens voor problemen gezorgd. Bijvoorbeeld in 1934 bij de aanleg van de Wieringermeer in de Kop van Noord-Holland. Door het droogvallen van de Wieringermeer nam de druk op het gashoudende grondwater af, waardoor de gastoevoer vastliep. Een meer recent probleem is milieutechnisch van aard. Het water dat onder de gashouder wegstroomt naar de sloot, bevat nogal wat milieubelastende stoffen. Dit had milieuheffingen voor de exploitanten, veelal boeren, tot gevolg. Maar na juridische strijd is vastgesteld, dat het hier om natuurlijke verontreiniging gaat. De exploitanten hoeven dus geen extra milieubelasting meer te betalen.