Home

Het ontstaan van de duinen

Misschien ben je wel eens aan de kust van Frankrijk of Engeland geweest. Dan kun je gezien hebben dat lang niet overal duinen zijn. Duinen ontstaan niet overal langs de kust.

Voor het ontstaan van duinen moet het kustgebied aan een aantal voorwaarden voldoen.
In de eerste plaats moet de zeebodem voor de kust bedekt zijn met een dikke laag zand. Dit is lang niet overal het geval. Bovendien moet deze zandbodem niet al te steil de kust bereiken. De branding moet namelijk invloed op het zand kunnen hebben; de zee moet dus heel langzaam steeds dieper worden. Door de branding wordt het zand in een soort golfpatroon neergelegd langs de kust. Zo vormen zich een aantal zandbanken vlak voor het strand. Onder gunstige omstandigheden brengt de vloedstroom het zand net iets verder naar de kust, dan het bij eb weer wordt teruggenomen door de zee. Zo kan een zandbank steeds een stukje opschuiven en langzaam het strand bereiken. Het strand kan hierdoor ineens veel breder worden. Een zandbank die het strand heeft bereikt, moet vervolgens drogen en door de wind landinwaarts worden geblazen. Dit betekent dat er vaak een inlandige wind (= de wind uit zee) moet zijn.

Op het strand spoelen veel resten van dieren en planten aan. Langs de vloedlijn (het gebied waar het vloedwater bij stormen de hoogste stand heeft bereikt) stapelt dit organisch materiaal zich op. Hier krijgen kleine planten vloedmerkplanten genoemd een kans om te groeien. Zeeraket is zo'n vloedmerkplant. Hij kan met zijn dikke bladeren erg veel zout verdragen. Als er een tijdje wat van deze kleine plantjes hebben gegroeid, krijgen duinvormers de kans om de eerste duintjes te vormen. Deze planten groeien bovenop het kleine duintje, waar het zoute water is weggezakt. Biestarwegras is zo'n duinvormer. Het Biestarwegras houdt met zijn wortels en bladeren het zand vast. Hierdoor wordt het duintje steeds steviger en kan het groter worden. Als het met zand bedekt wordt, is dat niet erg. Het kan namelijk weer dwars door het zand heen groeien. Een zoute golf kan het Biestarwegras ook prima verdragen. Als het duin ongeveer een halve meter hoog is, gaat er Helm groeien. Ook Helm groeit met het zand mee: wel een meter per jaar. Helm kan ervoor zorgen dat een duin vele meters hoog wordt.

Duinvorming
Duinvorming

De vorming van jonge duinen komt nu bijna alleen nog voor op de Waddeneilanden en op sommige plaatsen in Zeeland. In de rest van het kustgebied gebeurt vaak het omgekeerde: kusten worden afgeslagen. Bij een flinke, stormachtige wind is er van het strand soms weinig over. De zee "hapt" dan de onderkant van het duin weg.
Jonge duinvorming is tegenwoordig ook moeilijk door de recreatie op het strand. De jonge duintjes die in het voorjaar ontstaan, worden bij de eerste warme dagen platgelopen door de badgasten. Plantensoorten als Biestarwegras of Zeeraket krijgen dan niet de kans om het zand vast te leggen en een duintje te laten ontstaan.