Koningspinguïns | ![]() |
Wetenschappelijke naam: Aptenodytes patagonicus
De pinguïnkolonie van Diergaarde Blijdorp telt ongeveer tweeëntwintig pinguïns. Achttien vogels komen uit de drie Amerikaanse Sea-World vestigingen, te weten San Diego, San Antonio en Orlando, terwijl twee vrouwtjes (Wanda en Vera) uit de dierentuin van Bazel komen. Twee pinguins zijn in Blijdorp geboren.
De leeftijd van de dieren varieert nogal en dat is gunstig om de kolonie in stand te houden. In gevangenschap worden koningspinguïns zo'n 25 tot 30 jaar. De langst levende koningspinguïn in gevangenschap is vorig jaar in een Japanse dierentuin overleden. Men heeft uitgerekend dat dit dier de respectabele leeftijd van 42 jaar heeft bereikt.

Verzorging
Omdat de meeste van onze pinguïns uit Amerika komen, waar (in het verblijf) de winter- en zomerperiode precies tegenovergesteld zijn aan hier, is het belangrijk dat de dieren zo snel mogelijk gewend raken aan ons lichtregime. Volgens deskundigen duurt dit minimaal vier jaar, wat inhoudt dat we 4 jaar lang een onregelmatige rui- en broedperiode krijgen.
We zijn nu bezig om niet alleen de daglengte, maar ook de schemertijd en de lichtintensiteit zodanig aan te passen aan de Rotterdamse situatie, dat de dieren allemaal in maart en april gaan ruien. De broedperiode zou dan moeten liggen in mei en juni, waardoor er in de maanden juli en augustus jongen geboren worden. Dit lijkt al aardig te lukken. In 2003 zijn er twee kleine koningpinguins uit het ei gekropen.
Ruien en broeden
Hoewel mijn zoon (destijds 8 jaar oud) eens in een opstel schreef dat zijn vader niet alleen koningspinguïns maar ook vogels verzorgt, zijn pinguïns echte (niet-vliegende) vogels. Ook een deel van de bezoekers weet niet altijd dat ze naar vogels kijken; vogels die niet alleen veren hebben (ca. 70 per 2,4cm²), maar ook eieren leggen. We hebben tot nu toe vijf eieren van deze dieren gekregen, die of onbevrucht of gebroken waren.
Voordat de broedperiode begint, gaan de dieren eerst in de rui. Dat wil zeggen dat ze een nieuw verenpak krijgen. Een aantal dagen voor aanvang van de rui beginnen ze ongelooflijk veel te eten (soms 20 tot 30 haringen per dag), zodat hun lichaamsgewicht toeneemt van 15 kg tot 20 kg of zwaarder. Hierdoor hebben de pinguïns een flinke buffer, waarmee ze de drie weken rui kunnen overbruggen. Tijdens de rui kunnen zij niet zwemmen en dat betekent in de vrije natuur dus ook niet eten. Na de ruiperiode wegen de dieren nog maar zo'n 13 kg en hebben zij een mooi verenpak, waarmee ze een partner kunnen zoeken.
Koningspinguïns leggen maar één ei en dit ei (met een gewicht van ruim drie ons) wordt in 56 tot 63 dagen door beide partners afwisselend uitgebroed... hoewel we al hebben meegemaakt dat de man alleen stond te broeden terwijl de vrouw heerlijk aan het zwemmen was en af en toe bij hem kwam informeren of alles nog goed ging.
![]() |
Zwemmende koningspinguïn |
Omdat de meeste van onze pinguïns uit Amerika komen, waar (in het verblijf) de winter- en zomerperiode precies tegenovergesteld zijn aan hier, is het belangrijk dat de dieren zo snel mogelijk gewend raken aan ons lichtregime. Volgens deskundigen duurt dit minimaal vier jaar, wat inhoudt dat we 4 jaar lang een onregelmatige rui- en broedperiode krijgen.
We zijn nu bezig om niet alleen de daglengte, maar ook de schemertijd en de lichtintensiteit zodanig aan te passen aan de Rotterdamse situatie, dat de dieren allemaal in maart en april gaan ruien. De broedperiode zou dan moeten liggen in mei en juni, waardoor er in de maanden juli en augustus jongen geboren worden. Dit lijkt aardig te lukken. In 2003 zijn er twee kleine koningspinguins uit het ei gekropen, nadat de eieren gedeeltelijk door de broedmachine en door de pinguins zelf zijn uitgebroed.
Identificatie
Hoewel de meeste pinguïns er op het eerste gezicht allemaal hetzelfde uitzien, kunnen de vaste verzorgers aan het verenpak, de kleurintensiteit van de snavel, kale plekken, gedrag, en dergelijke de dieren goed uit elkaar houden. Maar de verzorgers op de vogelafdeling wisselen vaak en daarom gebruiken we plastic kabelbandjes in verschillende kleuren om de vleugels, zodat iedereen de dieren uit elkaar kan houden. Ook de vrijwilligers en stagiaires die onderzoek bij de pinguïns doen, hebben er baat bij en kunnen dieren nu makkelijk onderscheiden.
Eén keer per jaar - aan het begin van de rui - moeten we de oude kabelbandjes vervangen. Wanneer de dieren gaan ruien worden ze namelijk dikker. Dit komt niet alleen doordat ze veel eten, maar ook omdat er dan veel bloed naar de huid gaat, zodat de nieuwe veren worden voorzien van veel bouwstoffen. Hierdoor kunnen de nieuwe veertjes zich snel ontwikkelen, zodat het dier weer snel een waterbestendig verenpak heeft en kan zwemmen. Doordat de dieren dikker worden, komt het oude bandje te strak om de vleugel te zitten. Het wordt doorgeknipt en een nieuw wordt - met voldoende ruimte - om de vleugel bevestigd. Het vervangen van deze bandjes levert geen problemen op. Bij de meeste dieren is één verzorger voldoende om dit klusje te klaren. Anders ligt het bij Vera. Vera is een jonge vrouw uit Bazel en de verzorgers verdenken haar ervan een kruising te zijn tussen een koningspinguïn en een pittbull. Het hele jaar is Vera een rustige, afstandelijke pinguïn, die niet echt opvalt. Maar als zij in de rui gaat, dan wordt het wat onrustig onder de verzorgers! Het afknippen van het oude en het bevestigen van een nieuw kabelbandje levert werk op voor minimaal drie verzorgers. Vera heeft duidelijk als motto: aan mijn lijf geen polonaise.
![]() |
Koningspinguïns met verzorger Fred |


