Home

Wetgeving over biodiversiteit

In veel gebieden van de wereld teelt de boer zijn eigen zaaizaad. Het voordeel is dat je weet wat er groeit; je kent het gewas wat gaat groeien van generatie op generatie. Alleen bij overschotten kan er zaaizaad op de plaatselijke markt worden verhandeld en bij tekorten moet je van de buren bijkopen. En natuurlijk heeft iedereen er belang bij om ziektevrij en sterk zaaizaad te hebben, want het is de eigen toekomst. Zo zijn de streek- of landrassen ontwikkeld en in stand gehouden.

In onze streken zijn meer dan een eeuw geleden diverse bedrijven begonnen om zich te specialiseren in de teelt van zaaizaden en pootgoed, terwijl anderen voor de consumptiemarkt gingen produceren. En onder die zaaizaad- en pootgoedbedrijven ontstonden selectiebedrijven, die van alles gingen proberen te veranderen aan gewassen, zodat de kwetsbaarheid afnam en de groei verder verbeterde.

In wet- en regelgeving is hierop ingespeeld. Er kwam een keuringsdienst die eisen stelde aan de kwaliteit alvorens het etiket zaaizaad er op mocht; voor het ontwikkelen van een nieuw ras kwam een kwekersrecht,† die de kweker van het ras een reeks van jaren voor het verkochte zaaizaad of pootgoed een jaarlijkse vergoeding gaf. Het systeem is te vergelijken met wat in de muziek bestaat t.a.v. componisten en tekstschrijvers.

Het spreekt voor zich dat nieuwe rassen dan ook moeten worden geregistreerd. Tegenwoordig is dat, met de nieuw ontwikkelde gentechnologie, nog belangrijker, want de geldelijke investeringen worden steeds groter.

Gelijktijdig ontwikkelen zich ook bedrijven tot z.g. zaaigoedpiraten, door te proberen patenten op allerlei zaden te krijgen, waar ze eigenlijk geen recht op hadden. Zo heeft een bedrijf in Amerika zaaizaad van de beroemde Indiaas-Pakistaanse Basmati rijst, een uiterst geurig streekras, wat zaden meegenomen en in Amerika een reeks van patenten aangevraagd, om recht op die Basmati te krijgen. Maar het recht op de naam Basmati hoort bij de traditionele teeltgebieden te blijven.

Internationaal zijn ingewikkelde discussies aan de gang omtrent wie rechten op wat kan laten gelden. De meeste landen zijn het er nu over eens dat het de boeren zijn die de rechten hebben op traditionele rassen en die vrijelijk moeten kunnen verhandelen, maar het ene land wil daar heel strakke regelgeving aan vast knopen (waarbij het de vraag is of de boer daar mee opschiet) en het andere land wil de teelt en handel in alle rassen waarvoor zich geen commerciŽle teler meldt, vrij laten.

Voor deelnemers aan het ruilprogramma van De Nationale Proeftuin (ww.denationaleproeftuin.nl) is als vuistregel interessant om te weten dat het raadzaam is om geen handelaar in zaaizaden te worden, gezien de moeilijke wetgeving op dit punt, maar dat ruilen en weggeven altijd mag. Voor mensen die meer over deze complexe materie willen weten is er altijd nog de site van de organisatie GRAIN die (Engelstalige) informatie geeft en pressie uitoefent om de mensheid als geheel eigenaar te laten zijn en blijven van het erfelijke materiaal: www.grain.org