Home

Zaaien (generatief) en delen (vegetatief)

Men kan stellen dat ťťn- en tweejarige planten in hoge mate zijn aangewezen op vermeerdering door zaad. De meeste soorten maken er dan ook erg veel van, om zeker te zijn dat er tenminste een paar zaden op een goede plaats vallen. En de mens maakt daar weer gebruik van door meteen het zaad op de goede plaats te leggen en houdt dan een hoop zaad over. In het geval van granen levert ons dat dan een flink verschil op, waarvan we brood kunnen bakken.

Als we deze soorten van generatie op generatie willen bewaren, betekent dat ook dat ze tamelijk zaadecht moeten zijn, dus dat ze dezelfde karaktereigenschappen ook aan een volgende generatie doorgeven. Als b.v. mijn dubbele madelieven een generatie enkele geven, betekent dat een verloop dat niet gewenst is, want ik verwacht dubbele terug te krijgen. Geldt uiteraard ook voor kleuren. Dit alles heet generatieve vermeerdering, van generatie op generatie.

Ook vaste planten leveren zaad, maar ze geven vaak ook andere plantendelen die te vermeerderen zijn. Een bekend voorbeeld is bloembollen of sjalotten. In principe blijft dat jaar op jaar dezelfde plant, die niet verandert, alleen maar in stukjes uit elkaar valt en elk deel kan verder groeien. Die bloembollen zouden uit zaad misschien heel verschillende bloemen geven, maar omdat we dat zaad niet gebruikte, behalve om nieuwe soorten te kweken, komen we steeds dezelfde prachtige kleuren tegen, precies van die ene vorm.die ook het vorige jaar al bestond.

Dat zelfde doet zich ook voor bij aardappelen. In principe is dit een vorm van stekken, zoals dat bij weer andere planten mogelijk is, zoals bij bessenstruiken, waar wortels aan de takken gaan groeien, als ze in de grond worden gestoken, om op die manier weer verder te groeien. Van andere planten deelt men soms de wortelmassa en noemt dat scheuren, hetgeen in principe allemaal hetzelfde is.

Een iets andere manier wordt gebruikt bij o.a. fruitbomen en rozen. Een tak wordt niet direct in de grond gezet, maar op een wortel van een andere (gezaaide plant) geŽnt. Zo wordt de wortel van een generatief vermeerderde plant gebruikt om een geŽnte plant te voeden. Soms is die wortel en onderstam het daar niet mee eens en probeert die toch zelf een boompje op te zetten. Dan kan men zien dat er onderaan takjes worden gemaakt die soms heel anders zijn dan de stam die erop staat. Die takjes haalt men weg, omdat anders de geŽnte plant tekort wordt gedaan.

Al deze manieren, die niet met zaad te maken hebben, zijn eigenlijk klonen van de eerder plant, ze zijn gewoon hetzelfde, als we even niet denken aan mutaties of toevallige celveranderingen. Deze manier van vermeerderen noemt men vegetatief.