Home

Bevroren water

Water is een wonderlijke stof. Het is onmisbaar voor al het leven op aarde. Water heeft vele bijzonder†eigenschappen waarvan†de overgang van vloeibaar (water) naar vast (ijs) †hier wordt toegelicht.

Water is bij kamertemperatuur vloeibaar, als je de temperatuur gaat verhogen dan gaat het water koken en vormt er een gas: waterdamp, dat is water in de gas fase. Als je de temperatuur gaat verlagen, dan gaat de vloeibare fase over in de vaste fase: ijs. Daarbij gebeurt er iets wonderlijks.†Over het algemeen geld†dat bijna alle stoffen in deze faseverandering, van vloeibaar naar vast, krimpen. De moleculen kruipen dicht bij elkaar en hun bewegingsvrijheid wordt steeds kleiner, daarmee wordt ook het volume kleiner. Bij water geldt dit niet! Water zet juist uit bij het dalen van de temperatuur. Het volume wordt groter i.p.v. kleiner. Doordat het volume groter wordt en de massa gelijk blijft is ijs lichter dan water. Denk maar aan ijsklontjes in een glas water of het schaatsen op ijs, of de grote ijsbergen die in zee drijven.

Deze merkwaardige eigenschap van water komt door de vorm van het watermolecuul. Elk watermolecuul bestaat uit een groot zuurstofatoom (O) met daarbij twee kleinere waterstofatomen (H). Deze moleculen hebben een bijzondere bond gesloten en willen daarom bij elkaar blijven. Het maakt dat het zuurstofatoom iets negatiever geladen is†en de twee waterstofatomen iets postiever geladen. De waterstofatomen van het ene watermolecuul en die van een ander watermolecuul worden door elkaar aangetrokken (positief trekt positief aan) en vormen een ander soort bondje: een waterstof brug. Op deze manier kan elk watermolecuul verbonden zijn met soms†wel†vier andere moleculen. Bij het dalen van de temperatuur onstaat er zo een raster met vrij grote gaten. Dit raster neemt meer plek in dan wanneer de watermoleculen†'los' †zijn, zoals in de vloeibare vorm.




Klik op 'Nemo' (bovenaan) voor een overzicht van de beschikbare artikelen van NEMO