De buidelwolf |
De tot de verbeelding sprekende buidelwolf, Thylacinus cynocephalus, is een buideldier en dus verwant met de kangoeroe en de wombat. Door zijn jagende leefwijze, zijn gelijkenis met de hond en de wolf, zijn strepen (waaraan hij zijn andere naam 'Tasmaanse tijger' te danken heeft) is de buidelwolf een prachtig voorbeeld van de evolutionaire radiatie van de buideldieren in Australië. Op zijn beurt vertoont die weer opmerkelijke overeenkomsten met de radiatie van de placentale zoogdieren op de andere continenten. De buidelwolf was veruit het grootste vleesetende buideldier uit historische tijden en een opmerkelijk geval van convergente evolutie: doordat de buidelwolf de zelfde ecologische niche innam is hij tot een vergelijkbare vorm geëvolueerd als de leden van de hondenfamilie.
buidelwolf.
Enkele duizenden jaren geleden strekte het verspreidingsgebied van de buidelwolf zich uit tussen Nieuw-Guinea, Australië en Tasmanië. Het uitsterven van deze soort is volledig veroorzaakt door de mens. Concurrentie met honden die door de Aboriginals werden geïntroduceerd zorgde ervoor dat de buidelwolf in Australië en Nieuw Guinea uitstierf. Uit verwilderde honden ontwikkelden zich de dingo die volledig de niche van de buidelwolf bezette. Toen de Europeanen in de 19de eeuw in Australië kwamen beperkte de verspreiding van de soort zich al tot Tasmanië, waar hij zich zowel in de schaars begroeide struikvegetatie en graslanden als in de dichte regenwouden leefde. Binnen korte tijd werd de buidelwolf echter als bedreiging van de veestapel beschouwd. In het kader van een weloverwogen en succesvolle poging het dier uit te roeien werden premies uitgeloofd voor het doden van buidelwolven. Tegelijkertijd werd zijn leefgebied vernietigd. Korte tijd later was de buidelwolf uitgestorven. Voor zover bekend werd het laatste levende exemplaar in 1933 gevangen en stierf in 1936 in de dierentuin van de Tasmaanse hoofdstad Hobart. Sindsdien is de hoop blijven bestaan dat de soort zich in enkele afgelegen gebieden heeft weten te handhaven. Bewijzen hiervoor zijn echter nooit gevonden.
De weinige exemplaren in tentoonstellingen van zoölogische collecties verspreid over de wereld bieden daardoor de dichtste benadering van een persoonlijke waarneming van dit bijzonder dier. Twee exemplaren van de buidelwolf zijn aanwezig in België: één in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, de ander in het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Luik. Beiden werden in de tweede helft van de 19de eeuw verworven. Maar zelfs het voortbestaan van deze kostbare getuigen hangt af van ons vermogen om huiden langer dan twee eeuwen te conserveren. Of dit mogelijk is valt nog te bezien aangezien de oudst bekende exemplaren uit natuurhistorische collecties (in Frankrijk en Engeland) uit het eind van de 18de eeuw dateren.