Dwergwalvis (Caperea marginata) |
Het skelet van een vrouwtje, gevangen voor de kust van Australië in 1890.
De kleinste van alle walvissen is slechts 6,45 meter lang en 3,1 tot 3,5 ton zwaar. Hij wordt zelden levend gezien en niet meer dan honderd dieren zijn dood gevonden.
Het dier duikt kort (minder dan vier minuten) maar vaak. Het zwemt over het algemeen alleen of in paren, met een snelheid van niet meer dan 9 km/u.
Het voedt zich met roeipootkreeften. De gelige baleinplaten zijn buigzamer dan die van andere walvissen. Er zijn tussen de 210 en 230 paar platen.
De dwergwalvis leeft alleen in de gematigde wateren van het zuidelijk halfrond.
Bibliografie
Lenglet G., 1995, Baleines et autres mammifères marins., Muséum Livret guide 7. Institut royal des Sciences naturelles de Belgique. pp. 115.
Lenglet G., 1995, Walvissen en andere zeezoogdieren., Museumgids nr. 7. Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. pp. 115., (vertaling;: Jan Claerbout, Hugo Vandendries).