Home

Spaanse wolven: essay

In de zomer van 1992 werd in Blijdorp de Wolvenvallei geopend. Twee, in een opvangcentrum geboren dieren vormden het begin van een troep die tot acht wolven mocht uitgroeien. Ruim zes jaar later lopen er echter nog steeds maar twee wolven in de vallei rond. Dat is jammer. De Spaanse of Iberische wolf is een ondersoort die al jaren een gevecht voert tegen uitroeiing en uitsterven. Het is dus logisch dat de dierentuinen die deze wolven houden hun best doen om er meer van te maken: ze willen heel graag dat de dieren zich voortplanten. In Blijdorp is daar nog niet veel van terechtgekomen, ondanks het natuurgetrouw ingerichte verblijf.

Rob Doolaard/IZP

De eerste twee wolven in de vallei kwamen uit hetzelfde nest. Ze waren broer en zus van elkaar, dus er mocht geen nestje komen. Het zusje kreeg de pil, maar desondanks werd ze loops en paarden†de twee dieren. Gelukkig zonder resultaat. De stamboekhouder zorgde voor een vrouwtjesruil. Het stamboek van de Europese wolven wordt bijgehouden in Zuid-Spanje, in Jerez de la Frontera. In februari 1994 kwam het nieuwe vrouwtje. Zij werd een paar keer loops, zij werd een paar keer gedekt, maar nooit kwam er een nest jongen. Pas toen ze het leven, bleek waarom: ze had een hartafwijking die haar conditie nogal beÔnvloedde. Op dat moment, in december 1996, zat er al een nieuw vrouwtje in de quarantaine. Want de verzorgers vonden het gedrag†van de oude teef zo rustig en terughoudend dat ze zelf al dachten dat er van een nest niet veel zou komen. Hoewel het niet normaal is dat de eerste vrouw zich door een nieuwe laat terugdringen naar de tweede plaats, rekende men er op dat dat met dit timide teefje wel zou gebeuren. De proef op de som heeft men nooit meer kunnen nemen; het oude vrouwtje was dood voordat haar 'rivale' uit quarantaine kwam.

Weer niet

De nieuwelinge werd bijna onmiddellijk loops. De vaste periode daarvoor is ook omstreeks februari, dus dat beloofde wat. Maar weer kwamen er geen welpjes. Niet in het voorjaar van 1997, niet in het voorjaar van 1998. Intussen had men ontdekt dat ze een wel erg versleten gebit had. Veel te erg voor een teefje van vier jaar oud. Die leeftijd stond in de papieren die de dierentuin van Barcelona met haar mee had gestuurd. Verdere navraag leerde dat ze daar ook helemaal niet geboren was, ze was 'wildvang'. Daarmee werd veel duidelijk, want wildvang van wolven in Spanje betekent dat zo'n wolf geheel in de kreukels is opgeraapt na een verkeersongeluk. Misschien is dit dier helemaal niet meer in staat om jongen te krijgen.

Toch knaagde er ook andere twijfel. De reu is al van het begin af aan in Blijdorp. Hij heeft drie vrouwtjes gehad, veel gedekt, maar er is geen nageslacht gekomen. Heeft hij domme pech met zijn partners of is hij zelf niet helemaal in orde? Er werd overlegd met de stamboekhouder. Het is tenslotte wel erg†jammer als dit uitermate geschikte wolvenverblijf nog lang zonder wolventroep blijft. In de nazomer van 1998 kwam de toezegging dat Blijdorp een ander mannetje en ťťn of misschien zelfs twee andere vrouwtjes krijgt. De 'oude' dieren worden door de stamboekhouder herplaatst. Bij het gereed komen van dit essay was nog niet bekend welke dieren naar Blijdorp zouden komen, maar als u dit leest, zitten ze misschien al in de vallei.

Gerard Looten

Flexibel

Wolven zijn heel schuwe dieren. Contacten met mensen mijden ze zoveel ze kunnen. Mensen zijn immers hun grote vijanden. De mens ziet wolven als concurrenten. Vooral jagers en boeren die vee of andere dieren houden. Wolven zijn heel sterk en ze kunnen enorm hard bijten. Daarnaast zijn ze slim. Zo slim dat ze zelfs in groepen kunnen samenwerken. In de voorbije eeuwen heeft dit geleid tot veel gevoelens van angst en afschuw.

Vroeger werden er zelfs processen gevoerd tegen wolven (Pruisen, 18e eeuw); de verdachten belandden zonder uitzondering op de brandstapel. Overigens is in die processtukken nooit sprake van wolven die mensen doodden. Ook latere onderzoekingen in Europa en Noord-Amerika hebben hier nimmer bewijzen voor kunnen vinden. Misschien nog veelzeggender: in de vorige eeuw loofde een Amerikaanse krant een flinke som geld uit voor een verifieerbaar verhaal over een wolf die een mens doodde. Het bedrag is nu nog steeds niet opgeŽist. Maar verhalen, verhalen, verhalen

Wolven leven meestal bij elkaar in een troep. De groepsgrootte is afhankelijk van de omstandigheden en de maat van de belangrijkste prooi in hun leefgebied. Voor het vangen van grote prooien, zoals bijvoorbeeld elanden, zijn meer wolven nodig en zulke troepen kunnen wel uit 15 tot 20 dieren bestaan. Grotere troepen komen zelden voor omdat er dan niet voor allemaal genoeg eten aan ťťn prooi zit. Zijn er voornamelijk kleine prooien beschikbaar dan zijn de troepen ook klein of leven de wolven zelfs alleen. Kleine prooien kunnen van alles zijn: konijnen, muizen, katten, ratten, egels, insecten†en hun larven, hagedissen, vogels†en eieren. Ook vegetarische kost als bessen en andere vruchten wordt graag gegeten.

Rob Doolaard/IZP

Klein

Spaanse wolven zijn kleiner dan andere wolven. Aan de hand van Russisch en Nederlands onderzoek uit de jaren tachtig kunnen we begrijpen waarom. De Rus Priklonsky onderzocht of er verschillen zijn tussen groepswolven en alleen levende exemplaren. Nou, die zijn er. Wolven in troepen moeten groot en sterk zijn om grote prooien aan te kunnen. Om die prooien te vinden, moeten ze relatief grote afstanden afleggen. Niet iedere wolf in een troep hoeft constant alert te zijn op de wereld om hem heen, dus waarschijnlijk krijgt elk dier vrij veel rust. En onder druk van de groepsgenoten wordt snel enorm veel eten naar binnen geschrokt, wel 10 kilo vlees per maaltijd. Kortom, groepswolven zijn groot.

Onderzoek van de Nederlander Van Haaften vanaf 1982 heeft uitgewezen dat Spaanse wolven bijna altijd allťťn leven. Voor troepen is geen plaats. Hun leefgebied moet een beetje 'ongerept' zijn en ook in Spanje en Portugal zijn er daarvan nog maar kleine stukjes over. Bovendien zijn er veel kleine prooidieren, zoals konijnen. Voor kleine prooien hoeft een wolf niet ver; hij gebruikt een 'klein' gebied. Alleen rond Zamora komen wel groepjes voor. Uitgerekend hier is het bosareaal uitgestrekter en leven er meer reeŽn en edelherten. Volgens het Russische onderzoek krijgen solitaire wolven een kwart minder voedsel binnen dan hun troepvormende soortgenoten. Wolven alleen blijven dus kleiner dan wolven die samen leven.

Een voordeel van alleen zijn is, dat elke wolvin baas is in haar terrein en dus nesten werpen 'mag'. Bij groepswolven planten alleen de hoogste dieren in rang zich voort. Theoretisch leidt dat dus tot een snelle groei van het bestand van de Spaanse wolf. In werkelijkheid slaagt een wolvin er echter zelden in om haar welpjes voor herders verborgen te houden. Spaanse wolven slapen overdag en maken gebruik van een aantal verschillende slaapplaatsen, maar met een nest moet de wolvin te lang op dezelfde plaats blijven. Gevonden welpjes worden steevast doodgeslagen. De afschuw is nog lang niet overal omgeslagen in bewondering.

Rob Doolaard/IZP

Zie ook de kerngegevens van de Spaanse wolf