| Biotoop: |
Open landschappen met veel gras |
Verspreidingsgebied:
|
Oorspronkelijk vrijwel geheel Afrika behalve in woestijnen en bossen, en van Klein-Azië tot in India |
| Paartijd: |
Geen vaste tijd |
Voortplanting:
|
De vrouwtjes leven in groepen tot ongeveer tien dieren met hun jongen. Bij zo'n groep horen een of enkele mannetjes, waarvan alleen de sterkste met de vrouwtjes paart. Andere mannetjes zwerven in los-vaste groepjes rond. Regelmatig wordt een haremhouder verslagen door een nieuw mannetje, waarna hij zich ook bij een mannengroepje aansluit. |
Voedsel:
|
De vrouwtjes vangen, met elkaar samenwerkend, een groot hoefdier (zebra of antilope). Het mannetje eet zich eerst vol, daarna de vrouwtjes en de jongen. |
Bedreiging:
|
Enkele ondersoorten zijn uitgestorven: Kaapse, Perzische en Berber-leeuw. De Indische leeuw komt alleen nog in één reservaat voor. De andere vier ondersoorten leven in verschillende reservaten in Afrika. Ze zijn min of meer bedreigd doordat hun biotoop wordt vernietigd en door de oorlogen. |