Home

Dik-diks: essay

Sommige trieste gebeurtenissen krijgen toch nog een happy end. Zo ook in het verhaal van de Blijdorpse dik-diks. Toen op 10 november 1995 op Schiphol een zending dieren uit Tanzania in beslag werd genomen, kon een deel daarvan in Blijdorp worden ondergebracht. Daarbij waren twee vrouwelijke Kirk's dik-diks, die in erbarmelijke staat verkeerden. Ondanks alle veterinaire zorg overleed er een, maar het overgebleven diertje kwam haar ellende gelukkig te boven.
Rob Doolaard/IZP
Het fokvrouwtje

Daarmee had Blijdorp een probleempje: plotseling was er een nieuwe diersoort in de collectie verschenen, die daarin niet gepland was. Bovendien ging het maar om ťťn enkel dier en dat is natuurlijk ongewenst. Vrijwel iedereen was echter verrukt van het sierlijke wezentje en dat zal zeker hebben bij-gedragen tot het besluit om het dik-dikje in Blijdorp te houden. Bovendien kon al snel aan de voorwaarde worden voldaan dat er een mannetje bij moest komen. De dierentuin van Hannover, de enige Europese dierentuin die al jarenlang een goed functionerende fokgroep Kirk's dik-diks heeft, beloofde op korte termijn een mannetje aan Blijdorp af te staan.

Allereerst moest er in Blijdorp dik-dik-huisvesting gezocht worden. Het trof, dat het poedoe-verblijf (achter de addaxen) leeg was gekomen en met enige aanpassingen leek dat best geschikt te maken voor Afrikaanse dwergantiloopjes. Het volledig herstelde vrouwtje werd vanuit de quarantaine naar het nieuwe verblijf gebracht en op 19 april 1996 mocht ze voor het eerst kennismaken met haar nieuwe perkje. Gedurende de anderhalf uur dat ze buiten bleef, reageerde ze nog erg nerveus op de publieke belangstelling. De volgende dag was ze wat rustiger en al gauw was ze duidelijk gewend aan haar nieuwe huis.

Een paartje

Op 18 juli 1996 kwam Hannover Zoo de gedane belofte na: een bijna eenjarig mannetje (in Hannover geboren op 29 juli 1995) arriveerde in Blijdorp en na de gebruikelijke quarantaine-periode konden de twee diertjes op 6 september aan elkaar worden voorgesteld. De kennismaking verliep uitstekend en in de tijd daarna werden er af en toe dekpogingen gezien. Helemaal onverwacht was het daarom niet, dat er op 25 juli van dit jaar een dik-dik-bokje geboren werd. Voor zover we kunnen nagaan is dit de eerste geboorte†van een dik-dik in ons land en afgezien van dat leuke primeurtje is Blijdorp erg blij met de goede afloop van een zo vervelend begonnen geschiedenis.

Rob Doolaard/IZP
Het mannetje heeft kleine horentjes

De eerste dagen bleef de kleine dik-dik lekker in het stalletje liggen, waar zijn moeder hem opzocht om hem te laten drinken. Maar al gauw werd de kleine af en toe ook buiten gesignaleerd. Ik zag het dik-dikje precies een week na zijn geboorte en wat onmiddellijk opviel, was het formaat van het kalfje. Vergeleken met de moeder was het jong verbazingwekkend groot. Dat bleek overigens overeen te komen met de literatuur over dik-diks: van alle herkauwers komen dik-diks verhoudingsgewijs het grootst ter wereld. Een kalfje heeft een geboortegewicht van 5Ĺ tot 7Ĺ ons, wat overeenkomt met 12 tot 13% van het gewicht van de moeder. Voor andere herkauwers ligt dat percentage ergens tussen 3 en 7. Bovendien was het opvallend, hoe zeer de kleine uiterlijk al een miniatuur dik-dikje was: niks geen jeugdkleed, rond baby-kopje of andere baby-kenmerken. Het was gewoon al een (zij het wat kleinere) uitgave van zijn ouders. Zelfs in de eerste weken van z'n jonge leventje kon je alleen door goed kijken en vergelijken zien welk van de drie dieren het jong was.

Verbazingwekkend

Het meest verbazingwekkende was het speelse gedrag†van de kleine. Het diertje rende door het niet al te grote perk en moest (om zich niet te pletter te lopen) regelmatig scherpe wendingen maken, waarbij het schuin in de bocht `hing', vergelijkbaar met een motorrijder die met hoge snelheid een curve neemt. Bovendien sloeg hij af en toe haken, zoals hazen en konijnen dat zo goed kunnen. Alle antilopen kunnen hun moeder al kort na de geboorte volgen, maar de bewegingen en snelheid van het dik-dikje maakten op mij een enorme indruk.

Rob Doolaard/IZP
Al jong een kuif (helaas is het jonge dik-dikje onverwacht overleden)

In Afrika komen dik-diks in een drietal soorten en verschillende ondersoorten (nog?) vrij algemeen voor. Ze hebben veel vijanden: roofvogels, wilde katten†en honden en natuurlijk ook de mens. Het malse dik-dik-vlees schijnt erg goed te smaken en ook de huidjes zijn gewild als `gazelleleer' voor handschoenen. De Kirk's dik-dik (Madoqua kirki) komt voor in twee ver van elkaar verwijderde regio's: de droge steppen†van enerzijds Tanzania en Kenya en anderzijds van NamibiŽ en Angola. Een dergelijke verspreiding betekent vrijwel automatisch ook onderscheid in ondersoorten: we weten dat ons vrouwtje behoort tot de ondersoortMadoqua kirki cavendishi. In Hannover weet men niet tot welke ondersoort hun dieren behoren; dat is jammer, maar er is geen alternatief.

Afgezien van het kleine formaat en ranke pootjes vallen er vier zaken op aan een dik-dik. Allereerst het beweeglijke slurfje. Ten tweede de zeer grote, diepzwarte ogen, die wijzen op een schemerig bestaan. Ten derde de grote, duidelijk zichtbare vooroogklieren. Het mannetje gebruikt deze klier om zijn territorium af te bakenen. Het kleverige kliervocht wordt aan halmen of takjes gesmeerd om soortgenoten te waarschuwen dat dit gebied bezet is.

Ten slotte is er bij beide geslachten†nog de kuif, die normaal plat op het voorhoofd rust, maar bij opwinding recht overeind gezet wordt. Ook ons jonge dik-dikje kan dit al en dat is een wel heel parmantig gezicht.

We kunnen ons voorstellen, dat u zich afvraagt waar die merkwaardige naam `dik-dik' vandaan komt. De sierlijke antiloopjes danken hun naam (die in alle westerse talen is overgenomen) aan het geluid†dat ze voortbrengen: het opgewonden `tsjik-tsjik' is uiteindelijk `dik-dik' geworden. Als u er de tijd voor neemt, kunt u dit geluid ook in Blijdorp te horen krijgen. De GŁnther's dik-dik (Madoqua guntheri) is iets groter dan de Kirk's dik-dik en heeft een langer slurfje.