Biotoop:
|
'Wit water'; dat is melkachtig troebel, langzaam stromend water |
| Verspreidingsgebied: |
Tropisch Zuid-Amerika |
| Paartijd: |
De regentijd (een tijd die varieert per gebied) |
Voortplanting:
|
De eitjes komen na 3 dagen uit. De larven hangen eerst met draadjes aan substraat. Na enkele dagen zuigen de larven zich vast aan de ouders, waar ze zich voeden met een slijmerige substantie (huidsecreet) dat door de oudervissen wordt afgescheiden. Na enkele dagen komen de visjes los. De hele zwerm houdt zich op aan een flank van de ouders, die elkaar met een handige beweging aflossen. De jongen worden steeds zelfstandiger naarmate ze zelf meer voedseldeeltjes uit het water halen.
Het aantal jongen per keer is 100 tot 250 |
| Voedsel: |
Insectenlarven en ander klein spul |
| Bedreiging: |
Niet bedreigd |
Leefwijze:
|
In los groepsverband. De vissen leven tussen boomwortels en waterplanten waar hun huidtekening een goede camouflage biedt |