Home

Zoeken

Zoek in 6438 artikelen


    Borneo orang oetan

    NAMEN

    Wetenschappelijke naam: Pongo pygmaeus ssp. pygmaeus
    Engelse naam: Bornean Orang Utan
    Duitse naam: Borneo-orang-utan
    Franse naam: Orang-outan de Borneo

    INDELING

    Klasse: Zoogdieren (Mammalia)
    Orde: Apen (Primates)
    Familie: Mensapen (Pongidae)
    Geslacht: Orang oetan (Pongo)
    Soort: Orang oetan (Pongo pygmaeus)

    Rob Doolaard/IZP
    Borneo orang oetan
    KENMERKEN

    Lengte:

    Tot 1,5 meter (bij uitzondering meer); spanwijdte tot 2,25 meter
    Gewicht: In het wild tot 100 kg; in dierentuinen soms wel het dubbele
    Levensduur:

    In het wild tot 30 jaar; in dierentuinen tot wel 50 jaar (de laatste Sumatraanse orang in Blijdorp, Julia, werd 51)
    Geslachtsverschillen:

    Mannetjes zijn beduidend groter, en hebben wangplooien waardoor hun gezicht schijfvormig wordt

    IN DE NATUUR

    Biotoop: Regenwoud van Borneo
    Verspreidingsgebied:




    Alleen nog in de hooglanden van Borneo; tot voor kort was het verspreidingsgebied vrijwel geheel Borneo. De andere onder-soort komt voor op Sumatra. enkele duizenden jaren geleden was de verspreiding in Zuidoost-Aziė nog veel groter
    Paartijd: Geen vaste tijd
    Voortplanting:





    In de natuur zijn orang oetans pas met een jaar of tien geslachtsrijp. Na een draagtijd van 255 tot 275 dagen wordt een jong van nog geen 1H kg geboren, dat 3 tot 4 jaar wordt gezoogd. In deze periode is de moeder niet vruchtbaar. Een orang oetan-moeder kan dus hooguit zes jongen krijgen.
    Voedsel:

    Zeer gevarieerd: vruchten, bladeren, knoppen, insecten, eieren, hagedissen, rupsen, boomschors, paddestoelen
    Bedreiging:


    De soort is zeer bedreigd door boskap, door afschot van moeders om de jongen te verkopen als statussymbool, en door recente bosbranden

    IN DIERENTUINEN

    Aantal:

    Op 31 december 1997 werden er in Europese dierentuinen 144 Borneo orang oetans gehouden
    Voedsel:






    Allerlei bladgroenten; knollen zoals peen en selderij;, allerlei fruit, vooral citrusvruchten; exotisch fruit; gekookte eieren; allerlei zaden van klein tot groot, takken met bladeren, het liefst uit de vriezer (dan wordt ook de bast gegeten); hele maisplanten; hooi en luzernehooi; noten, pinda's, kokosnoten; 'apenpellets' en 'apendeeg' met vitaminen, mineralen en sporenelementen
    Stamboeken: Het EEP voor orang oetans wordt bijgehouden in Karlsruhe