Home

Borneo orang oetan

NAMEN

Wetenschappelijke naam: Pongo pygmaeus ssp. pygmaeus
Engelse naam: Bornean Orang Utan
Duitse naam: Borneo-orang-utan
Franse naam: Orang-outan de Borneo

INDELING

Klasse: Zoogdieren (Mammalia)
Orde: Apen (Primates)
Familie: Mensapen (Pongidae)
Geslacht: Orang oetan (Pongo)
Soort: Orang oetan (Pongo pygmaeus)

Rob Doolaard/IZP
Borneo orang oetan
KENMERKEN

Lengte:

Tot 1,5 meter (bij uitzondering meer); spanwijdte tot 2,25 meter
Gewicht: In het wild tot 100 kg; in dierentuinen soms wel het dubbele
Levensduur:

In het wild tot 30 jaar; in dierentuinen tot wel 50 jaar (de laatste Sumatraanse orang in Blijdorp, Julia, werd 51)
Geslachtsverschillen:

Mannetjes zijn beduidend groter, en hebben wangplooien waardoor hun gezicht schijfvormig wordt

IN DE NATUUR

Biotoop: Regenwoud van Borneo
Verspreidingsgebied:




Alleen nog in de hooglanden van Borneo; tot voor kort was het verspreidingsgebied vrijwel geheel Borneo. De andere onder-soort komt voor op Sumatra. enkele duizenden jaren geleden was de verspreiding in Zuidoost-Aziė nog veel groter
Paartijd: Geen vaste tijd
Voortplanting:





In de natuur zijn orang oetans pas met een jaar of tien geslachtsrijp. Na een draagtijd van 255 tot 275 dagen wordt een jong van nog geen 1H kg geboren, dat 3 tot 4 jaar wordt gezoogd. In deze periode is de moeder niet vruchtbaar. Een orang oetan-moeder kan dus hooguit zes jongen krijgen.
Voedsel:

Zeer gevarieerd: vruchten, bladeren, knoppen, insecten, eieren, hagedissen, rupsen, boomschors, paddestoelen
Bedreiging:


De soort is zeer bedreigd door boskap, door afschot van moeders om de jongen te verkopen als statussymbool, en door recente bosbranden

IN DIERENTUINEN

Aantal:

Op 31 december 1997 werden er in Europese dierentuinen 144 Borneo orang oetans gehouden
Voedsel:






Allerlei bladgroenten; knollen zoals peen en selderij;, allerlei fruit, vooral citrusvruchten; exotisch fruit; gekookte eieren; allerlei zaden van klein tot groot, takken met bladeren, het liefst uit de vriezer (dan wordt ook de bast gegeten); hele maisplanten; hooi en luzernehooi; noten, pinda's, kokosnoten; 'apenpellets' en 'apendeeg' met vitaminen, mineralen en sporenelementen
Stamboeken: Het EEP voor orang oetans wordt bijgehouden in Karlsruhe