Philipp Franz Von Siebold als natuuronderzoeker |
De belangstelling van Von Siebold voor de Japanse cultuur en natuur zijn van groot belang geweest voor de Leidse onderzoeksinstellingen Nationaal Herbarium Nederland, het Rijksmuseum voor Volkenkunde en het Nationaal Natuurhistorisch museum Naturalis. De omvangrijke Japanse collecties van deze musea dateren uit een tijd dat Nederland als enig Europees land handel mocht drijven met Japan. Aangezien in Japan zelf relatief weinig natuurhistorische en ethnografische objecten bewaard zijn gebleven, zijn deze collecties van groot belang.
|
|
Von Siebold verzamelde onder meer deze Japanse Zeeleeuw |
De periode dat Nederland dit alleenrecht bezat duurde van 1641 tot 1854. De Nederlanders dreven handel met Japan vanaf het piepkleine eilandje Dejima in de baai van Nagasaki. Zij mochten deze handelspost niet verlaten en stonden onder strenge controle van de Japanse regering. Eens per jaar, vanaf 1790 eens in de vier jaar, moesten enkele Dejimabewoners, begeleid door een enorme stoet Japanse functionarissen, naar het hof van de shôgun in Tokio. De shôgun, de Japanse machthebber, werd dan geëerd met dure geschenken. Deze hofreis, die 3 á 4 maanden duurde, was de enige mogelijkheid voor de Nederlanders om meer van het land te zien. De handel met Japan was maar korte tijd zeer winstgevend. De handelspost werd echter steeds aangehouden, omdat de Nederlandse staat hoopte te profiteren van zijn voorkeurspositie. Aan bewoners van Dejima werd opgedragen zoveel mogelijk kennis en materiaal van het land te verzamelen.
Von Siebold speelt belangrijke rol
De persoon die hierin verreweg de grootste prestatie heeft verricht is Philipp von Siebold. Von Siebold, een Duitse arts in Nederlandse dienst, verbleef van 1823 tot de laatste dag van 1829 op Dejima. Vanaf 1824 kreeg Heinrich Bürger de opdracht om het natuurkundige onderzoek van Von Siebold voort te zetten. De Nederlanders die op Dejima aanwezig waren, genoten meer vrijheid in hun contacten dan de andere bewoners, omdat Japanse geleerden baat hadden bij hun kennis van de westerse wetenschap. In ruil voor kennis, door Japanse jagers in te huren, door aankoop, en door geschenken van Japanse geleerden en leerlingen, wisten Siebold en Bürger een enorme hoeveelheid natuurhistorisch materiaal bij elkaar te brengen. De geprepareerde dieren en de geologische en mineralogische objecten werden naar het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie gezonden. Nu vormt deze collectie in Naturalis, die nog in zeer goede staat verkeert, een bijna complete momentopname van de Japanse fauna in de vroege 19de eeuw. De door Siebold en Bürger opgestuurde dieren werden beschreven door Coenraad Temminck, de eerste directeur van het museum, en de conservatoren Schlegel en De Haan.
Fauna Japonica
De beschrijving, met als titel Fauna Japonica, is onvoltooid gebleven. Maar door de gedegen beschrijvingen en de prachtige illustraties in de bestaande delen, maakte deze publicatie de Japanse fauna, van vrijwel onbekend, in één keer tot de best beschreven fauna van alle niet-europese landen.
Het museum bezit ook een grote hoeveelheid waterverfschilderingen, voor een deel overgenomen als illustratie bij de Fauna Japonica, vervaardigd door de Japanner Kawahara Keiga. Zijn dierafbeeldingen vormden een belangrijke aanvulling op de objecten die Siebold en Bürger stuurden.
Het is ook in belangrijke mate Von Siebolds verdienste dat het Rijksherbarium (nu Nationaal Herbarium Nederland genoemd) in Leiden is gevestigd. Aanvankelijk bevond het zich in Brussel, maar kort na Siebolds terugkeer naar Nederland begon de Belgische onafhankelijkheidsstrijd. Von Siebold inspecteerde zijn plantzendingen en achtte het veiliger om het hele Rijksherbarium naar de noordelijke Nederlanden te verplaatsen. Onderweg werden alle kisten in beslag genomen door Belgische opstandelingen, maar naar eigen zeggen wist Siebold hun hoofdman te bewegen de belangrijke wetenschappelijke collectie aan hem over te dragen. Vanwege de nabijheid van het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie en de Hortus Botanicus werd Leiden als nieuwe locatie gekozen. Het Rijksherbarium bezit enkele duizenden planten die Siebold in Japan verzameld heeft, naast vruchten op alcohol, paddestoelen en vele houtmonsters. In de Hortus groeien nog 15 bomen en heesters die afkomstig zijn van Siebolds zendingen.
Een andere belangrijke deelcollectie in het Rijksherbarium wordt gevormd door het plantmateriaal dat de Zweed Carl Peter Thunberg in Japan verzamelde. Thunberg, die een leerling van Linnaeus was geweest, was arts in Nederlandse dienst op Dejima van 1775 tot 1776. In zijn Flora Japonica beschreef hij honderden soorten die nieuw waren voor de wetenschap. Het boek legde de basis voor de kennis van de Japanse plantenwereld.
