Quagga |
Men is het er niet over eens of de quagga Equus quagga Gmelin, 1788 nu een aparte soort is of een ondersoort van de gewone zebra Equus burchellii, die in grote delen van oostelijk en zuidelijk Afrika voorkomt.
De Afrikaanse naam "quagga" is afgeleid van het blaffende geluid dat zebra's maken, en werd door de Afrikaans sprekende bevolking in Zuid-Afrika gebruikt voor alle soorten zebra's in het gebied. Daarom moeten we voorzichtig zijn met het interpreteren van oude reisverslagen als we het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de quagga willen reconstrueren. Een bijkomend probleem is, dat van bijna geen enkel museumexemplaar betrouwbare gegevens over de precieze vindplaats bekend zijn.
Quagga
Samengesmolten strepen
De quagga is te beschouwen als een zebra, waarvan de lichte strepen donker zijn geworden, waardoor het hele lichaam effen roodbruin lijkt of slechts een vaag streeppatroon heeft. De poten, staart en meestal ook de buik zijn effen wit tot lichtgeel. Evenals andere zebra's, vertoonde de quagga een grote individuele variatie in kleur en tekening. Sommige individuen hebben een veel duidelijker streeppatroon dan de typische quagga. Mogelijk zijn dat kruisingen tussen de quagga en de zuidelijkste ondersoort van de gewone zebra, de dauwEquus burchellii burchellii.
Quagga
Verspreidingsgebied
Gezien het gebrek aan precieze gegevens, is het moeilijk om het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de quagga vast te stellen. De soort leefde op de vlakten in de drogere delen van Zuid-Afrika. De noordgrens was waarschijnlijk de Oranjerivier in het westen en de Vaalrivier in het oosten; de zuidoostelijke begrenzing wellicht de Grote Keirivier.
Quagga
Quagga's trokken in groten getale rond in uitgestrekte gebieden. De trekgebieden richtten zich naar de regenval en de beschikbaarheid van vers gras. Zowel quagga's als dauws leefden in omvangrijke kuddes. De schoonheid van trekkende kuddes quagga's langs de Afrikaanse horizon wordt levendig beschreven door negentiende-eeuwse schrijvers.
Meedogenloze massaslachtingen
Het is verbazingwekkend dat een dier dat zo talrijk op de Zuid-Afrikaanse vlakten voorkwam is uitgestorven bijna voordat iemand zich realiseerde dat het te laat was. Meedogenloze massaslachtingen door blanke kolonisten, die steeds verder naar het noorden trokken, hebben de quagga in korte tijd uitgeroeid.
De huiden werden voor allerlei doeleinden gebruikt en het vlees diende als voedsel voor de Hottentot-bedienden. De gevolgen van deze slachtingen werden verergerd door overbegrazing van de graslanden door vee, hetgeen vooral in tijden van droogte leidde tot een massale sterfte onder het wild.
Het uitsterven van de quagga wekt vooral verbazing, omdat de dieren gemakkelijk in gevangenschap waren te houden. Op Zuid-Afrikaanse boerderijen, maar bijvoorbeeld ook in de dierentuin van Londen werden quagga's gebruikt om karretjes te trekken. Als er toen een fokprogramma was opgezet, had de soort wellicht gered kunnen worden.
De laatste wilde quagga's zijn waarschijnlijk in 1870 gevangen. Mogelijk leefde er tot 1878, toen er weer grote droogte heerste, nog een kleine wilde populatie ten zuiden van de Vaalrivier. De laatste quagga, een merrie, stierf in 1883 in gevangenschap in Artis, waar het dier sinds 1867 verbleef. De opgezette huid en de schedel van deze laatste quagga bevinden zich in het Zoölogisch Museum in Amsterdam.
Museumcollectie
Het Nationaal Natuurhistorisch Museum moet ooit drie quagga's hebben gehad. Ze werden tussen 1827 en 1833 verkregen door de Nederlandse arts H.B. van Horstok. Slechts één ervan, een opgezette hengst inclusief skelet, bevindt zich nog in de collectie. Het is de enige quaggahuid die samen met het skelet bewaard is gebleven. Helaas is vindplaats onbekend. Het label vermeldt de geografische aanduiding "Steenbergen", maar in dat gebied kwamen nooit quagga's voor.
Zoals zo vaak in die tijd, werden de andere exemplaren beschouwd als duplicaten en verkocht of geruild met andere musea. De quagga die nu in Frankfurt staat, komt bijvoorbeeld uit Leiden en het exemplaar in Turijn en het onvolgroeide skelet in Berlijn misschien ook. In wetenschappelijke verzamelingen bestaan nu nog 23 opgezette huiden (waaronder wellicht enkele kruisingen met de dauw), zeven complete skeletten en dertien schedels, en nog wat losse onderdelen.
Sprankje hoop
Er bestaat een sprankje hoop dat we de quagga nog eens terug zullen zien. Specifieke delen van het DNA uit quaggaweefsel blijken identiek te zijn aan dat van de steppenzebra. In 1987 is in Zuid-Afrika een fokprogramma opgezet om te trachten de quagga door gericht fokken raszuiver terug te krijgen. Misschien komen er zo nog eens zebra's terug die kunnen worden beschouwd als echte quagga's. We kunnen slechts afwachten.