Home

Zoeken

Zoek in 6438 artikelen


    Introductie van nieuwe soorten door scheepvaart

    Omdat de zeescheepvaart internationaal is, worden af en toe nieuwe zeedieren en wieren, afkomstig uit verre landen, meegevoerd met de schepen. Bijna altijd is de introductie van een nieuwe soort onbedoeld. Die heeft zich dan vastgehecht aan de romp van het schip of is per ongeluk in het ballastwater terecht gekomen. Ook uit kwekerijen ontsnappen soms uitheemse soorten, die zich blijvend kunnen vestigen. Tussen 1900 en 2000 zijn ruim 150 niet-inheemse soorten ontdekt in de Noordzee. Voor de Noord-Duitse Waddenzee is berekend dat 5 tot 10% van de diersoorten die daar aangetroffen worden niet-inheems zijn. Regelmatig zijn de nieuwkomers schadelijke concurrenten voor de inheemse soorten.

    Chinese wolhandkrabben. - Foto van Stephan Gollasch -
    Chinese wolhandkrabben: in 1912 meegekomen met handelsschepen, nu algemeen voorkomend

    In de Noordzee komen tegenwoordig wieren en zeedieren voor uit onder andere Japan, Amerika en Nieuw-Zeeland. Op zich is de uitbreiding van het aantal soorten interessant, maar omdat het verschijnsel zich wereldwijd voordoet worden de verschillen in fauna tussen de verschillende kustmilieus wel steeds kleiner. Het is ook mogelijk dat een nieuwkomer een oude, inheemse soort verdringt omdat de nieuwkomer beter is aangepast aan de omstandigheden waaronder beide soorten leven. Op het land en in zoetwater zijn daar veel voorbeelden van. Japanse oesters zijn in de Oosterschelde uitgezet en hebben zich verspreid over een groot gebied. Japanse oesters groeien sneller dan de 'normale' oesters. Vele Duitse mosselbanken zijn inmiddels gekoloniseerd door deze reuzenoester. Met de oester is overigens ook een nieuwe soort bruinwier geïntroduceerd.

    De introductie van nieuwe soorten kan niet alleen schadelijk zijn voor de ecologie, maar ook voor de economie. De oorspronkelijk uit Zuidoost- Azië afkomstige dinoflagellaten Gymnodinium en Alexandrium zijn ondertussen bijna wereldwijd verspreid. Sommige soorten dinoflagellaten produceren giftige stoffen die schadelijk zijn voor vissen, zeezoogdieren en de schelpdieren in mossel- en oesterkwekerijen. Doordat het gif zich in het schelpdier ophoopt kan dit ook gevaarlijk zijn voor mensen.

    Alexandrium - Foto overgenomen van www.nies.go.jp/biology/ mcc/strainlist_a.htm
    De giftige alg Alexandrium: sinds 1965 in het Noordzee-gebied actief

    Begin 1999 werd in de Oosterschelde Undaria pinnatifida, een voor Nederland nieuwe wiersoort, ontdekt. Deze eetbare soort heet in Japan Wakame. Dit wier kan zo'n 2 meter groot worden.

    Andere uitheemse soorten die zich met succes hier hebben kunnen vestigen zijn onder andere de Nieuw-Zeelandse pok die in 1945 met Britse oorlogsschepen naar Europa is gebracht, de Chinese wolhandkrab, de zeldzame Noord-Amerikaanse blauwe zwemkrab, de hier zeer goed gedijende Amerikaanse zwaardschede en het Japans bessenwier. Een ander voorbeeld is de Amerikaanse boormossel, die met de witte boormossel concurreert.

    Vikingen

    De strandgaper is waarschijnlijk de eerste soort die per schip naar onze omgeving aangevoerd is. Tot voor kort werd aangenomen dat dit schelpdier in de zestiende eeuw uit Amerika is meegenomen. Recente vondsten tonen echter aan dat dat nog eerder gebeurde: de Vikingen zouden dit dier al halverwege de Middeleeuwen (er zijn in Denemarken schelpen gevonden uit 1250) in Europa hebben geïntroduceerd.

    Borstelwormen van het geslacht Marenzelleria, die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Noord-Amerika, zijn in 1983 voor het eerst waargenomen langs de Noordzee-kust. Vlak daarna kwamen ze ineens ook massaal voor in de Oostzee. Ook deze soort is waarschijnlijk meegekomen met het ballastwater van schepen. Onderzoekers vermoeden dat Marenzelleria een concurent is van de inheemse zager-soort Nereis diversicolor.

    In het voorjaar van 1998 visten Deense vissers veel dode geep uit de Noordzee, de Deense kustwateren en het Skagerrak. De oorzaak van de sterfte bleek de voor de Noordzee nieuwe gifalg Chatonella te zijn. Deze algensoort komt uit de zeeën rond Japan. In de jaren negentig werd deze soort per ongeluk (waarschijnlijk met ballastwater in vrachtschepen) in West-Europa ingevoerd.

    De Japanse krab (of penseelkrab, Hemigrapsus penicillatus) is een recent ingevoerde exoot, die op 21 april 2000 voor het eerst in Nederland is aangetroffen. Deze ongeveer 5 centimeter grote krab heeft op zijn scharen plukjes haar zitten die lijken op het haar van een penseel. Hij concurreert met de (veel grotere) strandkrab om voedsel. De Japanse krab is waarschijnlijk begin jaren negentig meegekomen met een lading Japanse oesters die bestemd waren voor de Frans-Atlantische kust. De verspreiding van de penseelkrab verloopt met een snelheid van zo'n 100 kilometer per jaar!

    Roofslak

    De roofslak Rapana venosa is in 2005 voor de kust van Scheveningen opgevist. Deze slak komt oorspronkelijk uit Japan en China, kan 10 tot 20 centimeter groot worden en voedt zich met tweekleppigen zoals oesters en mosselen. In de jaren 50 van de vorige eeuw richtte de slak in de Zwarte Zee een slachting aan onder deze schelpdieren. Het is nog niet duidelijk of de slak zich in Nederland uitbreidt.

    Weblinks

    Database met informatie over exotische soorten in Europa:
    http://www.zin.ru/rbic/

    Overzicht van nieuwkomers in de Belgische wateren:
    http://www.vliz.be/NL/Infoloket/Infoloket_Gevaren_van_de_zee/nietinheemsLIJST

    Bron: de Vleet, Ecomare