Zoetwatergebieden | ![]() |

De zoetwatergebieden bevatten slechts een klein deel (0,0075%) van al het water op aarde. Toch vormen sloten, rivieren, kanalen, plassen, meren en moerassen vooral in laaggelegen kustgebieden beeldbepalende elementen in het landschap die vaak van grote natuurlijke waarde zijn. Het beheer van de binnenwateren moet het behoud van die natuurwaarden combineren met de noodzaak om 'droge voeten' te houden.
Zoet water
Zoet water bevat veel minder zout dan zeewater, hoogstens een halve gram per liter. Zoet en zout water wisselen via de waterkringloop steeds water uit. Het verdampt uit zee, waarbij het zout achterblijft, het regent uit op het land en stroomt weer terug naar zee.
Zoetwaterbel
Zoet water is lichter dan zeewater en blijft er dus op drijven. In gebieden met zout grondwater, dus bijvoorbeeld in de duinen of de kwelders, blijft er onder verhogingen in het terrein een lensvormige bel zoet grondwater op het zoute grondwater drijven. Dit noemen we de zoetwaterbel. Als er sprake is van zo'n zoetwaterbel kunnen op die plek planten groeien die zoet grondwater nodig hebben.
Kanalen
Kanalen zijn brede, gegraven waterlopen. Ze hebben drie functies. Ten eerste zijn kanalen voor het waterbeheer, met name voor het versneld of juist vertraagd afvoeren van water uit een gebied. Ten tweede dienen ze als vaarweg voor het transport van goederen en mensen. Sluizen in de kanalen maken het mogelijk dat de schepen door kunnen varen naar een gebied met een andere waterstand. En ten derde zijn kanalen ook recreatiegebied, vooral voor watersporters en sportvissers.
Meren
In het waddengebied en het aangrenzende zeekleilandschap komen geen grote natuurlijke meren voor. Dit komt omdat het landschap is ontstaan in een voortdurend proces van opslibbing, waarbij een kwelder werd ingepolderd zodra het land boven gemiddeld hoogwater uit kwam. De grootste zoetwatermeren in het gebied zijn het Lauwersmeer en het IJsselmeer, die onnatuurlijk zijn omdat ze zijn ontstaan na de afsluiting met een dijk. In Groningen en Nedersaksen liggen nog enkele kleinere meertjes langs de beken die afwateren op de Waddenzee.
Sloten
In Noordwest-Europa valt er gemiddeld meer neerslag dan er water uit de grond verdampt. Dit heet het neerslagoverschot. Als dit water uit een laaggelegen polder niet wordt afgevoerd komt het land onder water te staan. Daarom hebben polders een stelsel van sloten waar de waterbeheerders het water uit weg kunnen pompen als dat nodig is om de waterstand op peil te houden. De bredere sloten waren vroeger voor de boeren ook transportweg; vee en hooi werden met pramen en schuiten van het land naar de boerderij gebracht.
Zie verder:
Meren (ecologie)
Sloten (ecologie)
Rivieren
Bron: de Vleet, Ecomare
