Home

Zoeken

Zoek in 6438 artikelen


    Zandsuppletie

    Sleephopperzuiger die bezig is met een vooroeversuppletie. - Foto van Sytske Dijken, © Foto Fitis. -

    Duinen worden door wind en water opgebouwd en weer afgebroken. Soms spoelt er meer zand weg dan er aanspoelt, en ontstaat een negatieve zandbalans. Sinds 1979 compenseert Rijkswaterstaat de kustafslag met het opspuiten van zand op het strand voor de Nederlandse kust. Sinds 1990 is dit de voornaamste vorm van kustverdediging, en vanaf 1993 brengt men ook grote hoeveelheden extra zand aan op de vooroever. Doel is om de kustlijn van 1990 te handhaven. Omdat de suppletie erg duur is wordt er naar alternatieven gezocht. Zo is bij Egmond in 2006 het proefproject Ecobeach gestart waarbij vertikale drainagebuizen in het zand moeten zorgen voor een natuurlijke aanwas van het strand.

    Zandsuppletie op Texel - Foto van Sytske Dijksen - Archief Sytske Dijksen -

    Zandsuppletie wordt onder andere toegepast om de duinen te behouden en de negatieve zandbalans te verkleinen. Door een verbreding van het strand worden ook de achterliggende duinen beter beschermd.

    Het zand wordt gewonnen op locaties die een aantal kilometers uit de kust liggen en minstens twintig meter diep zijn. Ook zand dat vrij komt bij het uitdiepen van vaargeulen wordt gebruikt voor suppleties. Tussen 1990 en 2000 werd in Nederland elk jaar zo'n 7 miljoen kubieke meter zand aangevoerd. Verwacht wordt dat deze hoeveelheid zal moeten toenemen vanwege de zeespiegelstijging.

    Ook op de Oostfriese en Noordfriese eilanden moeten de stranden regelmatig van nieuw zand voorzien worden. De badstranden van Baltrum en Wangerooge gingen bijvoorbeeld tijdens de zware winterstormen van 1998/99 bijna volledig verloren. Ook Sylt wordt door het voortdurende zandverlies bedreigd.

    Tussen 2000 en 2020 zal jaarlijks bijna 2 keer zoveel zand nodig zijn om de kustlijn te handhaven, zo hebben enkele onderzoeksbureaus berekend voor de provincies Noord- en Zuid-Holland. Om een veilige kustlijn te houden zullen in de toekomst, naast zandsuppletie op het strand, andere methoden van kustbescherming gevonden moeten worden, zoals zandsuppletie op de vooroever, aanleggen van strekdammen, extra dijken bouwen, delen van bedreigde duinen prijsgeven aan zee of zelfs asfalteren van het strand, aldus de onderzoekers.

    Zandsuppletie - Tekening Peter Smit, Ecomare

    Nederland groeit weer

    Kindje op het strand - Foto Sytske Dijksen

    Zonder extra zand zouden sommige delen van de kust flink terrein verliezen op de Noordzee, soms wel enkele meters per jaar. Tot 1990 ging er in Nederland jaarlijks zo'n 20 tot 30 hectare duingebied per jaar verloren. Maar als gevolg van de zandsuppleties groeit de Nederlandse kust weer: men schat dat er tussen 1990 en 1999 weer meer dan 250 hectare landaanwas heeft plaastgevonden. De meeste stranden zijn in die periode ongeveer 10 meter breder geworden. Ook de zeereep is op veel plekken merkbaar gegroeid. De grootste winst werd geboekt in de kustvakken Schiermonnikoog, Texel (zij het dankzij bijna 7 miljoen kuub zand in de periode '90-'96 in dit kustvak alleen), Rijnland (tegen havenhoofd IJmuiden aan), Goeree en Schouwen. Kusterosie treedt nog steeds op bij de Maasvlakte, Ameland en Voorne.

    Maar ook de inzichten in de gevaren van de zee groeien. TNO ontwikkelde nieuwe modellen voor de impact van de golven tijdens een superstorm en kon daarmee analyseren dat er op verschillende plekken toch, ondanks een breder strand, sprake is van een blijvend gevaarlijke situatie. Dit leidde bijvoorbeeld tot het besluit om extra zand te suppleren ter hoogte van Ter Heijde in Noord-Holland.

    Opgezogen bodemdieren en bodemschatten

    Samen met zand wordt ook veel stenen op strand gespoten - Foto van Sytske Dijksen - © Foto Fitis: - www.fotofitis.nl

    Het zand voor strandsuppletie wordt vrij ver uit de kust opgezogen op een diepte van meer dan 20 meter. Het is op het strand vaak goed te zien dat dit zand van elders komt. Met het zand kunnen ook bodemdieren meekomen die je normaal gesproken niet vaak op het strand vindt. Voor de kustvogels is een zandsuppletie een kans op een gemakkelijk maaltje, want ook bodemvissen, zoals schol en tarbot, komen na een reis met de sleephopperzuiger op het strand terecht. Andere voorbeelden van opgezogen bodemschatten zijn de fossiele botten van een walrus, vroeg-Middeleeuwse munten en zilveren ringen en vuurstenen werktuigen van banken in de Noordzee die vroeger bewoond waren. Bij zandsuppleties in Zeeland komen vaak fossiele haaien- en roggentanden met het zand op het strand terecht. Deze zijn afkomstig van een dicht bij de kust gelegen zandbank.

    De kustverdediging op Texel

    Overzicht van de kustverdedigingswerken langs de kust van Texel - Kaartje van Gerbrand Gaaff - Bron: gegevens Rijkswaterstaat Texel - Bestand: Texel.cdrOp Texel vond de eerste strandsuppletie in 1979 plaats in het kustvak Eierland. Ook in 1984 en 1985 bracht men extra zand op de stranden bij de Koog en Eierland. Sinds 1990 wordt bijna ieder jaar twee tot drie miljoen kubieke meter zand op het Texelse strand gespoten. Wat de kustbescherming betreft, is Texel het duurste stukje van Nederland. Om de kosten enigszins binnen de perken te houden is in 1995 een dam van 550 meter dwars uit de Eierlandse kust gebouwd. Hierdoor is zandsuppletie in het noorden nu overbodig. In 2002 en 2003 vonden de eerste vooroeversuppleties bij Texel plaats. Deze suppletie bleek 2 jaar later niet aan de verwachtingen te voldoen. Texel verliest jaarlijks eenderde van de totale hoeveelheid strand die in Nederland wegspoelt en is daarmee Nederland's duurste stukje kust.

    Vooroeversuppleties

    Sleephopperzuiger die bezig is met een vooroeversuppletie. - Foto van Sytske Dijken, © Foto Fitis. -

    In 1993 is voor de kust van Terschelling voor de eerste keer in Nederland een onderwatersuppletie uitgevoerd. De noordkust van Terschelling was toen toe aan zandsuppletie. Vooroeversuppletie is goedkoper dan strandsuppletie omdat men het zand minder hoeft te transporteren. Met het zelfde budget kan dus veel meer zand worden ingezet voor de kustverdediging. Bovendien is er geen sprake van hinderlijke werkzaamheden op het strand.

    Men stortte twee miljoen kubieke meter zand vlak voor de Terschellinger kust op een diepte van zo'n 6 meter. Op basis van ervaringen in Australië en de Verenigde Staten werd verwacht dat het aanbrengen van een slijtlaag vlak voor de kust de achteruitgang van de kustlijn kan compenseren. Die verwachting kwam uit, de experimentele vooroeversuppletie bij Terschelling had zulke gunstige effecten dat Rijkswaterstaat de methode nu ook toepast in veel andere kustvakken.

    Overzicht van een strand- en een vooroeversuppletie - Schema door Gerbrand Gaaff, Ecomare - Bestand: kustprof.cdr

    Ecologische effecten

    De ecologische effecten van de onderwatersuppletie op Terschelling zijn onderzocht met subsidie van de Europese Unie. Het onderzoek concentreerde zich op de omvang en duur van de verstoring van het bodemleven op de onderwateroever én in het zandwingebied. Ongeveer een half jaar na de suppletie was de dichtheid van de bodemfauna ongeveer de helft van die van vóór de suppletie. Met name de schelpdieren waren in aantal achteruit gegaan. Wormen en kreeftachtigen herstelden zich sneller.

    Twee jaar na de suppletie was de dichtheid van de bodemdieren weer vergelijkbaar met de oorspronkelijke situatie. Alleen de spisula, het zaagje en de zeeklit hadden zich nog niet kunnen herstellen.

    Dit patroon van herstel wijst uit dat er niet veel risico's voor zeevissen zijn verbonden aan vooroeversuppleties. De vissen die veelvuldig voorkomen in de kustwateren ( schol, tong, schar, griet, tarbot) voeden zich vooral met wormen en kreeftachtigen, die zich snel kunnen herstellen. Groter zijn de risico's voor duikeenden, zoals de zwarte zee-eend. Deze eenden voeden zich vooral met bankenvormende schelpdieren. Als zo'n bank wordt verstoord door een zandsuppletie kan het tot enkele jaren duren voordat de eenden er weer voedsel kunnen vinden.

    In het zandwingebied traden ongeveer vergelijkbare effecten op. Ook hier een snel herstel van wormen en kreeftachtigen, en een aanzienlijke aantasting van langlevende soorten zoals de tweekleppige schelpdieren en de zeeklit.

    Omdat zandsuppletie ecologische en geologische gevolgen heeft, zal deze in de toekomst toetsbaar onder de Natura 2000-regeling moeten zijn. In 2008 gaat Rijkswaterstaat ervan uit, dat suppletie onder de categorie 'bestaande activiteiten' valt en daarom geen jaarlijkse vergunning nodig zal hebben. Om dit te toetsen is in 2008 een vergunning aangevraagd voor een aanvullende suppletie op Texel.

    Monitoring onder water

    WESP op het strand - Foto van Rijkswaterstaat -

    Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft, als onderdeel van het programma KUST*2000, een onderzoeksvoertuig ontworpen om de onderwaterbodem langs de kust te kunnen controleren. Het voertuig, dat zelfs met slecht weer gebruikt kan worden, wordt WESP (Water En Strand Profiler) genoemd. De WESP meet de positie van de zeebodem, stromingen en het zandtransport tot een diepte van 8 meter.

    Weblinks

    Meer info over baggeren:
    http://www.noordzee.org/goede_vaarwegen/vaargeulen/Baggeren/Zandsuppleties.htm

    Homepage van de WESP:
    http://www.geog.uu.nl/fg/wesp_nl.html

    Monitoring onderwatersuppleties:
    http://www.trendsinwater.nl/index.cfm?page=dossier.Kust%20en%20zee&artikel=5&zoekveld=&zoek=

    Actuele suppleties
    http://www.hmc-noordzee.nl/ami-main.php?include=suppleties

    Voor een overzicht van 20 jaar zandsuppletie:
    http://www.rikz.nl/home/NL/Publicaties/zoutkrant.html#Uitgave%20nr%204,%20december%202007

    Bron: de Vleet, Ecomare