Zandhagedis | ![]() |

De zandhagedis kwam vroeger algemeen voor in de Hollandse duingebieden, op enkele eilanden en in andere heidegebieden, maar is sterk achteruitgegaan als gevolg van de vergrassing van de heide. Op de Veluwe, in de Hollandse kustduinen en op Vlieland en Terschelling komen ze nog wel voor. Hij kan 20 centimeter lang worden en leeft van insecten. Zandhagedissen hebben kaal zand nodig om hun eieren in af te zetten. Konijnen en andere gravende zoogdieren kunnen daarvoor zorgen. Als het vrouwtje de eieren in een zelf gegraven holletje heeft gelegd, worden ze verder door de zon uitgebroed. De zandhagedis houdt een winterslaap en doet dit bij voorkeur in een verlaten muizenhol.
Zandhagedissen leven solitair of als paartje. De mannetjes hebben een territorium waarin wel meerdere vrouwtjes kunnen voorkomen. Alleen tijdens de winterslaap en in het voorjaar worden soms meerdere hagedissen bij elkaar gevonden. Op de Rode Lijst van amfibieën en reptielen staat de zandhagedis als kwetsbare soort aangegeven.
Namen:
Ned: zandhagedis (duinhagedis)
Lat: Lacerta agilis
Eng: sand lizard
Dui: Zauneidechse
Dan: Markfirben
Bron: de Vleet, Ecomare
