Walrus | ![]() |

Walrussen worden gemiddeld 3 meter lang, hebben een dikke speklaag, en wegen tot 900 kilogram. De walrus eet vooral schelpdieren, die hij met zijn slagtanden, die wel een meter lang kunnen worden, van de bodem los maakt. Men neemt aan dat walrussen tot 2000 jaar geleden tot de normale fauna van de zuidelijke Noordzee behoorden, maar daarna door mensen zijn verdreven naar noordelijker streken. Tegenwoordig leven er nog circa 250.000 walrussen rond de Noordpool. Slechts nu en dan raakt er één verdwaald in de zuidelijke Noordzee. Afgelopen eeuw gebeurde dat zes keer, voor het laatst in januari 1998 op Ameland.
Opmerkelijke dwaalgasten
Elke winter, als het pakijs zijn zuidelijke grens bereikt, wordt er langs de Noorse kust wel een aantal walrussen gesignaleerd. Maar zo zuidelijk als de Waddenzee en de Noordzee komen ze hoogst zelden. Er zijn slechts enkele gevallen bekend, waarbij het steeds om levende dieren ging.
Verschillende meldingen van zeedieren uit de 16e eeuw slaan vermoedelijk op zwervende walrussen. In het "Vischboeck" uit 1578 vermeldt de Scheveninger Adriaen Coenen de stranding van een 'zeepaard' met twee lange, vooruitstekende tanden. De Duitser Albrecht Dürer tekende in diezelfde eeuw een walruskop tijdens een bezoek aan de Nederlandse kust. Hij schreef erbij dat het dier in de 'Nederlandse zee' was gevangen. De eerste vermelding van de naam 'walrus' dateert uit 1761. Houtuyn schreef toen dat er 'enkele jaren voordien' een jonge walrus was gevangen in de Zuiderzee.
Strandingen van walrussen vanaf 1900
| datum | plaats en bijzonderheden |
| 1926 | Den Helder |
| 1976 | Texel-Colijnsplaat-Belgische Kust-Texel |
| 1979 | Marsdiep (onduidelijke melding) |
| 1981 | Terschelling/Ameland |
| 1982 | Texel |
| 1998 | Ameland |
| uit diverse bronnen, waaronder: van Bree, 1996 en rapportages Zeehondencrèche Pieterburen | |
Van Bree meldt in 1977 de tweede walrus: een dier dat in november 1976 werd gesignaleerd op Texel, daarna doorzwom naar Zeeland (Colijnsplaat aan de Oosterschelde) en België en tenslotte weer op Texel werd gezien. In 1979 hebben enkele mensen een zwemmende walrus in het Marsdiep gezien, maar dit voorval is niet goed gedocumenteerd.
De volgende walrus meldde zich in 1981 op de stranden van Terschelling en Ameland. Na een kortstondig verblijf in de zeehondencrèche Pieterburen en een wat langer verblijf in het basin van het toenmalige RIN (nu IMARES) op Texel is dit dier weer uitgezet bij Helgoland. Omdat deze walrus bij het uitzetten gemerkt was met een verfvlek kon later worden vastgesteld dat hij verder is gezwommen naar Hornum ( Sleeswijk-Holstein), Esbjerg en Skagen (Denemarken).
De voorlaatste melding dateert uit 1982, toen de familie Cadée bij 't Horntje op Texel weer een walrus zag. Drie dagen later dook dit dier op bij Den Helder en haalde zijn foto de landelijke pers.
De vooralsnog laatste dwalende walrus strandde op 21 januari 1998 op het Amelander strand. Ook hier ging het om een kerngezond dier, minstens twee meter lang, ongeveer 600 kilogram zwaar en naar schatting 6 jaar oud. Hij haalde het NOS-journaal en de landelijke pers. Op 22 januari zwom hij weer de Noordzee op, richting Juist(Nedersaksen), waar hij op 23 januari even op het strand kroop. Een week later liet een walrus zich bij Hornum (Sleeswijk-Holstein) zien, en nog een week later een aan de Zweedse kust van het Kattegat; waarschijnlijk ging het hier om hetzelfde dier. De zwerftocht ging verder naar Oslo en de Noorse kustplaats Svelvik, waar de walrus begin maart aankwam.
Dat er de vorige eeuw zes walrussen in het Nederlandse deel van de Noordzee gesignaleerd zijn en in de eeuw daarvoor geen enkele geeft sommige onderzoekers het vermoeden dat de jacht op walrussen in het verleden hier iets mee te maken heeft. Door de grote jachtdruk op de soort in de 17e en 18e eeuw zou de populatie walrussen zo klein zijn geweest dat er vrijwel nooit een walrus op zoek moest gaan naar nieuwe leefgebieden. De gebieden waar ze gewoonlijk voorkomen waren zo dun bevolkt met walrussen dat er geen druk bestond om te verhuizen. Nu de populatie zich kan herstellen van de jachtdruk neemt ook de druk om weg te trekken toe. Deze theorie wordt ook wel gebruikt om de strandingen van potvissen aan de Europese kusten te verklaren.
Botten gevonden

Bij elke zandsuppletie worden wel botten mee op het strand gespoten. Bij de zandsuppletie in 1990 op het Texelse strand werden enkele botten van een zeezoogdier gevonden. De botten werden naar Ecomare gebracht, waar werd vastgesteld dat zij van een walrus geweest zijn. De exacte ouderdom van de botten is nog niet vastgesteld. Het kan zijn dat het gaat om een dier van meer dan 2000 jaar geleden. Maar het kan ook zijn dat het om een walrus van recentere datum gaat. In dat geval is het mogelijk dat 17de of 18de eeuwse Hollandse walrusjagers de botten overboord hebben gezet ter hoogte van de waddeneilanden.
Namen:
Ned: walrus
Eng: walrus
Fra: morse
Dui: Walroß
Lat: Odobenus rosmarus
Dan: Hvalros
Nor: Hvalros
Weblinks
Over de walrus:
http://www.digitalnature.org/frames2.php?http://www.digitalnature.org/zoogdieren/walrus.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Walrus
Engelstalige site met vragen en antwoorden over de walrus:
http://library.thinkquest.org/3500/walrus.html
Bron: de Vleet, Ecomare
