Velduil | ![]() |

De wetenschappelijke naam van de velduil is Asio flammeus, een verwijzing naar hun vlammende verenkleed. In Nederland is het de enige uilensoort die zelf zijn nest maakt. Dat nest is niet veel meer dan een kuiltje, gevoerd met gras en verscholen in de begroeiing. In jaren dat er veel woelmuizen zijn kunnen ze tot twaalf eieren per nest leggen. Ze beschemen het nest met de 'lamme-vleugel'-tactiek: de volwassen uil loopt met een zogenaamd lamme vleugel weg van het nest, zodat de belager denkt dat hij een makkelijke prooi is waardoor hij zijn aandacht niet meer op het nest richt.
Kenmerken
| afmetingen: | 34-42 centimeter, 90-105 centimeter spanwijdte |
| kleur (volwassen): | zwarte haaksnavel, bruin-oranje tot bruin verenkleed met strepen op de staart en vleugels, borst gevlekt, geel-oranje ogen omringd door zwarte veren |
| voedsel: | knaagdieren (vooral woelmuizen), andere kleine zoogdieren, grote insecten |
| vijanden: | vervuiling (landbouwgif), verstorende toeristen, verlies van geschikt habitat. |
| status Nederland | zeldzame broedvogel, jaarrond te zien, soms wintergast, soms doortrekker |
| habitat | veengebieden, moerassen, duinen |
| voortplanting: | gemiddeld 4-7 eieren per nest, geslachtsrijp na één jaar |
| leeftijd: | oudst bekende velduil was meer dan 20,5 jaar oud |
| karakteristiek: | jaagt ook overdag; in het duister kan een velduil op een reuzenvleermuis lijken als gevolg van zijn onregelmatige vleugelslag |
| beleid: | Rode lijst, Netwerk Ecologische Monitoring, doelsoortenlijst |
| bescherming | ned: Flora en Faunawet
int: Vogelrichtlijn, conventie van Bern, CITES-verordening |
Het aantal velduilen op de waddeneilanden schommelt met de jaren. In 1999 broedden er 14 paartjes op Texel en 15 op Ameland, en in 2006 broedden er maar 4 paartjes op Texel en geen enkele op Ameland.
In de broedtijd, wanneer er veel voedsel gevonden moet worden, zijn velduilen zowel overdag als 's nachts actief. Buiten de broedtijd jagen ze vooral tijdens de schemering. Ze jagen laag vliegend boven hun territorium speurend naar een prooi. Meestal hebben ze bepaalde route die ze heen en weer vliegen. Soms bidden velduilen. Zo nu en dan wachten ze op een paaltje totdat een geschikt prooidier in de buurt komt.
Tijdens de trektijd gebruiken Texelse velduilen het licht van de vuurtoren bij hun jacht. Trekvogels worden aangetrokken door licht. De velduilen hoeven alleen maar in de buurt van de vuurtoren te blijven om regelmatig een prooi te vinden.
Een gedeelte van de velduilen die in noord-Europa broeden trekt in oktober en november naar het zuiden. Deze groep keert in april en mei weer terug. Wanneer er niet teveel sneeuw ligt, blijven de meeste uilen in de buurt van hun broedgebied. Jonge uilen echter kunnen behoorlijk aan het zwerven slaan. Ruim 10% van de éénjarige uilen vliegt zo'n duizend kilometer. Soms worden velduilen gezien op enkele honderden kilometers uit de kust. Wanneer er ergens een tekort ontstaat aan muizen, kunnen de daar aanwezige uilen aan het zwerven slaan.
Namen:
Ned: Velduil
Eng: Short-eared owl
Fra: Hibou des marais
Dui: Sumpfohreule
Dan: Mosehornugle
Nor: Jordugle
Fries: Katüle
Ital: Gufo di palude
Lat: Asio flammeus
Weblink
Vogelbescherming over de velduil
http://www.vogelbescherming.nl/content.aspx?cid=266
Velduilen van Garth McElroy:
http://www.featheredfotos.com/spppages/raptors/short-eared%20owl.html
