Tweekleppigen | ![]() |
Tweekleppigen zijn schelpdieren die zich beschermen tussen twee, meestal ongeveer even grote schelpen. Bekende vertegenwoordigers uit de bodemfauna van de zee en het wad zijn de mossel, de kokkel en de oester. Minder bekend zijn de noordkromp en de st. Jacobsschelp.
Verder behandelt de Vleet ook de volgende groepen. Deze soorten zijn ook via een zoekplaat op te zoeken.

De meeste soorten schelpdieren leven in de bodem. Ze houden contact met het oppervlak via hun sifonen. Deze buisjes verzorgen de aan- en afvoer van zeewater. De dieren gebruiken de zuurstof, die in het water zit, en ze filteren de voedingsstoffen eruit. Bekende schelpdieren zijn het nonnetje, de kokkel en de strandgaper. Mosselen graven zich niet in, maar zitten vastgehecht op stenen of schelpen.
Zie ook:
tweekleppigen van het zoete water
Weblinks
Engelstalige site met veel foto's van tweekleppigen:
http://www.biopix.dk/Species.asp?Language=en-us&Searchtext=Buccinum%20undatum&Category=Bloeddyr
Informatie over tweekleppigen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Weekdieren
http://www.kustgids.nl/schelpen/index.html
Bron: de Vleet, Ecomare
