Tureluur | ![]() |

De tureluur is een weidevogel die ook regelmatig op kwelders en op het wad te zien is. Tureluurs broeden in Nederland op vochtige graslanden en langs slootkanten. Later in het jaar zijn ze veel op kwelders te vinden. De grootste aantallen zijn in augustus en september te zien. Daarna trekt een gedeelte van de populatie naar het zuiden om te overwinteren in het Middellandse-Zeegebied. In deze periode is Nederland overigens niet tureluur-vrij. Tureluurs die in IJsland broeden komen in Nederland overwinteren.
Een tureluur is eenvoudig te herkennen aan de fel oranjerode poten en oranje snavelbasis Het is niet zo'n grote vogel, van snavelpunt tot en met staart bedraagt de lengte ongeveer 28 centimeter. Het verenkleed van de tureluur is grijsbruin in alle seizoenen.
Het menu van een tureluur bestaat voornamelijk uit insecten. Daarnaast worden ook slakken en wormen gegeten. Op het wad vormen kreeftachtigen, schelpdieren en wadpieren gewilde buit.
De tureluur staat op de Rode Lijst van kwetsbare en bedreigde vogelsoorten in Nederland. Wanneer een soort op de Rode Lijst staat, worden er speciale soortgerichte maatregelen genomen om de soort te behouden. Bij de tureluur gaat het daarbij vooral om maatregelen in het weidebeheer. De vogel stelt hoge eisen aan een weide als broedgebied. Bij intensivering van de landbouw is de tureluur één van de eerste vogels die niet meer tot broeden komt.
Door betere drainage en bemesting van de graslanden is de tureluur in Nederland tussen 1960 en 1980 sterk achteruit gegaan. Daarna herstelde de soort maar tussen 1991 en 2001 was de trend weer iets negatief. In 2006 werden er 80 nesten geteld op Texel, in 2000 waren er ruim 300 nesten.
De oudst bekende Nederlandse tureluur heet 'Bil'. Die bijnaam kreeg de vogel van de man die hem in 1989 voorzag van een ring. In 2008 werd de toen 19-jarige Bil weer gezien, dit keer op Wieringen. Hij was nog behoorlijk vitaal.
Namen:
Ned: Tureluur
Eng: Common Redshank
Fra: Chevalier gambette
Dui: Rotschenkel
Dan: Rødben
Nor: Rødstilk
Fries: Tjirk
Ital: Pettegola
Lat: Tringa totanus (Tringa totanus totanus, Tringa totanus robusta)
Bron: de Vleet, Ecomare
