Torenvalk | ![]() |
![]() De kleine roofvogel die al vliegend in de lucht stil kan staan ('bidt') is een torenvalk. In Nederland broeden jaarlijks zo'n 5000 paar van deze vogels. Vroeger broedden ze vooral in oude nesten in houtwallen, maar nu er veel minder houtwallen zijn, nestelen de torenvalken in nestkasten en hoogspanningsmasten. In de duinen broedde de torenvalk ook wel tussen dichte heidestruiken. Alleen bij veel sneeuw trekken de Nederlandse torenvalken weg, de vogels kunnen dan geen muizen vinden. |
Jachtgedrag
De meeste valken vangen hun prooi in de lucht. Alleen de torenvalk pakt zijn slachtoffer op de grond: zijn voedsel bestaat dan ook voor meer dan 80% uit veldmuizen. Wanneer daar een tekort aan is, eet de torenvalk ook wel andere muizensoorten, andere vogels en grote insecten zoals mestkevers.
Een torenvalk kan op twee manieren op zoek gaan naar een prooi. De bekendste methode is bidden: de vogel vliegt dan precies zo snel tegen de wind in dat hij boven de grond stil blijft staan. Wanneer hij een prooi ziet, laat hij zich uit de lucht vallen en stort zich op het slachtoffer. Deze methode kost veel energie, maar levert ook veel op; een muis per half uur. De lange staart komt bij zijn manier van jagen goed van pas. De staart remt tijdens de laatste seconden van de val de snelheid. Wanneer dit niet zou gebeuren zou de vogel zich te pletter kunnen vallen.
Een andere methode is zittend op een paaltje wachten tot iets in de buurt komt. Gemiddeld duurt het dan 5 uur voordat de torenvalk een muis te pakken heeft. Een voordeel is dat deze methode weinig energie kost. Wanneer een torenvalk veel energie over heeft, zal hij voor het bidden kiezen, maar onder koude omstandigheden waarbij hij veel energie in lichaamswarmte moet steken, kiest de vogel vaak voor de energie-zuinige methode.
Voor het opsporen van een prooi heeft de torenvalk een speciale methode: hij kan urinesporen van muizen waarnemen en de versheid daarvan bepalen door middel van de UV-straling die de sporen uitzenden. Zo worden de looppaadjes van de muis in het gras zichtbaar voor de torenvlak en weet hij waar zijn prooi met grote waarschijnlijkheid langs zal lopen.
Namen:
Ned: Torenvalk
Eng: Kestrel
Fra: Faucon crécerelle
Dui: Turmfalke
Dan: Tirnvalk
Nor: Tirnfalk
Fries: Reade Wikel
Ital: Gheppio
Lat: Falco tinnunculus
Bron: de Vleet, Ecomare

