Strandgaper | ![]() |

Strandgapers zijn tot 15 centimeter grote schelpdieren die ingegraven leven in zand en slik dat tot ongeveer 20 meter diep onder water zit. Ze leven van fytoplankton en organisch afval dat ze uit het zeewater filteren. Jonge dieren worden gegeten door vogels, voornamelijk wulpen en scholeksters. Scharretjes knabbelen aan de voedselbuizen van strandgapers. Krabben graven kleine strandgapers nog wel eens uit. Ze komen algemeen voor in de Noordzee, Waddenzee en deltawateren. De schelpen zijn vrij dik, geelwit en wijken aan de spitse achterkant uit elkaar. Ze kunnen overal op het strand gevonden worden.
Tot de zestiende eeuw waren strandgapers niet bekend in Europese wateren. Tot voor kort ging men ervan uit dat de soort in de zestiende en zeventiende eeuw is geïntroduceerd vanuit Amerika. Deense onderzoekers hebben in het Kattegat echter strandgapers gevonden die uit het midden van de 13e eeuw bleken te stammen. Mogelijk zijn de strandgapers dus al met de Noormannen meegekomen naar Europa. Inmiddels komt de strandgaper ook voor in de Stille Oceaan bij de kusten van Japan en Alaska.
De strandgaper is eetbaar, het is een traditioneel gerecht aan de oostkust van de USA. In Melvilles "Moby Dick" wordt het gerecht "clam chowder" genoemd, dat is een dikke soep met deze schelpdieren erin. Omdat de soort diep leeft, brengt het verzamelen van de gapers veel graverij en verstoring met zich mee.
Namen:
Ned: Strandgaper
Lat: Mya arenaria
Eng: Sand gaper (soft clam, soft-shell clam)
Dui: Gemeine Sandklaffmuschel
Fra: Clam (mye)
Dan: Almindelig sandmusling
Weblink
De strandgaper als nieuwkomer in de Belgische wateren:
http://www.vliz.be/vmdcdata/nonindigenous/pdf/nl/140430.pdf
Bron: de Vleet, Ecomare
