Smient | ![]() |

De smient broedt in het noorden van Europa en Azië. Overwinteren doen ze zuidelijker, van Denemarken tot in het noorden van Afrika. In Nederland zijn er in de winter zo'n 360.000 smienten te vinden langs de kust, in het rivierengebied en in Friesland. Smienten zijn vegetariërs. In Nederland zijn de graslandpercelen favoriet omdat de oorspronkelijke graasplaatsen (moerassen) vaak door ontginning verdwenen zijn. De vogels grazen ook 's nachts, en slapen dan overdag op grote wateroppervlakken.
Wereldwijd bedraagt het aantal smienten ongeveer anderhalf miljoen. In de winter komt éénderde deel daarvan naar het waddengebied. Tot voor kort hoorden smienten nog tot het jachtwild. Met de invoering van de nieuwe Flora- en Faunawet is daaraan een eind gekomen. Nu krijgen boeren die problemen met grazende smienten ondervinden een schadevergoeding.
Grazend overwinteren
In de loop van september komen de eerste wintergasten aan. De eerste tijd leven de smienten nog van planten op kwelders en van zeegrasvelden. Later in het jaar is meer energierijk eten nodig om te overleven en schakelt de soort over op landbouwgewassen.
Weidegras bevat voor een smient weinig voedingswaarde. De eenden moeten daarom zo'n vijftien uur per dag grazen. Om op temperatuur te blijven (smienten hebben een lichaamstemperatuur van 40 graden Celsius) moet de soort zo'n 300 gram gras per dag naar binnen zien te werken, zo'n 50% van zijn lichaamsgewicht.
Bij vorst houden smienten het niet lang uit: de vetlaag kan voor drie dagen uitkomst bieden, daarna moet de vogel naar warmere plaatsen trekken.
Namen:
Ned: Smient
Eng: Eurasian Wigeon
Fra: Canard siffleur
Dui: Pfeifente
Dan: Pibeand (Brunnakke)
Nor: Brunnakke
Fries: Smjunt
Ital: Fischione
Lat: Anas penelope
Bron: de Vleet, Ecomare
