Slijkgarnaal | ![]() |

Als je op het wad bent en het is een stille dag, dan kun je de slijkgarnalen horen wroeten in de modder. Ze maken een knisperend geluid. Slijkgarnalen zijn veel voorkomende bewoners van wad en slik. In de zomer leven er soms wel 10.000 slijkgarnalen in één vierkante meter wadbodem. Ze graven tunnels, waarvandaan ze voedsel verzamelen met hun lange tentakels. Per dag kunnen ze wel 4000 kiezelwieren opeten. Deze hoeveelheid kiezelwieren moet natuurlijk wel ergens blijven en daarom poept de slijkgarnaal tot wel 1000 keer per dag.
Kenmerken
| afmetingen: | maximaal 1 centimeter |
| kleur: | doorzichtig met grijze tinten |
| voedsel: | kiezelwieren en bacteriën op de slikdeeltjes |
| vijanden: | bergeenden, jonge eidereenden, steltlopers, vissen |
| voortplanting: | geslachtelijk |
Verspreiding en habitat
De slijkgarnaal komt algemeen voor op de hoger gelegen slikkige zandplaten in de Waddenzee en deltawateren. Ze leven in een u-vormige tunnel in het slik.
Een slijkgarnaal graaft niet zomaar ergens zijn tunnel. Het uitzoeken van een geschikte buurt gaat heel precies. De korrelgrootte van de modder is erg belangrijk voor de stevigheid van de tunnel en voor de slijkgarnaal is het belangrijk te weten dat er voedsel op de korrels blijft zitten. Daarnaast zijn slijkgarnalen groepsdieren: hoe meer slijkgarnalen in de buurt, hoe beter. De slijkgarnaal verhuist soms wel om de dag, dus je kunt ze ook kruipend over de wadbodem vinden.
De slijkgarnaal is kieskeurig als het gaat om zijn tunnel, maar wat betreft natuurlijke omstandigheden kan hij een hoop hebben. Hij kan goed tegen brak water, maar hij kan ook tegen water dat zouter is dan de zee. Daarnaast is de slijkgarnaal geen koukleum. Tijdens hele koude winters kan de slijkgarnaal bevriezen tijdens laagwater. In veel gevallen leeft hij gewoon weer door als hij later ontdooit.
Invloed op het wad
De slijkgarnaal is een belangrijke soort in de getijdengebieden. Veel vogels zijn gek op dit kreeftje, maar ook jonge vissen lusten wel een hapje slijkgarnaal. Voor sommige vogels is de slijkgarnaal zo'n belangrijke voedselbron dat ze hem nodig hebben om te overleven.
Andere dieren zijn minder blij met de slijkgarnaal. Al dat gegraaf en gehark in de bodem zorgt ervoor dat de modderdeeltjes los komen van elkaar. De modder spoelt daardoor sneller weg in de stroming, waardoor het in het water terecht komt. Vervuiling die tussen de modderdeeltjes in de bodem opgesloten zit komt ook los. Hierdoor wordt het water troebeler en krijgen dieren die het water filteren, zoals de mossel en de kokkel, meer modder en misschien zelfs gif binnen.
Planten kunnen zich niet vestigen op het wad of slik, als de bodem, mede door de slijkgarnaal, losgewoeld is. Zonder plantengroei blijven wad en slik bestaan, zoals wij ze kennen: een uitgestrekte modder- en zandvlaktes, waar veel diersoorten goed kunnen leven.
Namen:
Ned: Slijkgarnaal (Langspriet)
Lat: Corophium volutator (C. arenarium)
Eng: Corophium (amphipod)
Dui: Schlickkrebs
Dan: Slikkrebs
Bron: de Vleet, Ecomare
